Wat het betekent om eenzaam te zijn

Olivia Laing verkent haar eigen eenzaamheid en verheldert die van vier andere kunstenaars

Eenzaamheid is moeilijk te delen met een ander. Het lastige eraan is dat het zo beschamend en verontrustend is, schrijft de Britse Olivia Laing. Eenzaamheid wijst op 'abnormaliteit, mislukking, eigenaardigheid'. Het is een 'hongergevoel' dat niet zomaar te stillen is, want wie langdurig eenzaam is verliest sociale vaardigheden en wordt steeds eenzamer: geïsoleerder, teruggetrokkener, achterdochtiger. "Eenzaamheid kapselt je in en groeit als een schimmel of vacht om je heen, een beschermlaag die contact onmogelijk maakt, hoe graag je dat contact ook wilt."

Laing schreef er een bijzonder boek over: 'De eenzame stad. Over de kunst van het alleen-zijn', een memoir annex cultuurstudie, een genre dat Laing eerder beoefende in 'Naar de rivier' (over Virginia Woolf en de rivier de Ouse) en 'Het uitstapje naar Echo Spring' (over schrijvers en alcohol). De schrijfster vertelt hoe ze zelf een periode van diepe eenzaamheid doormaakte nadat ze voor een liefde naar New York was verhuisd en daar direct weer in de steek werd gelaten. In de lege maanden die volgden klampte ze zich vast aan de stad, 'dat overvolle eiland van gneis, beton en glas'. De eenzaamheid kwam 'koud als ijs' opzetten. "Mijn leven voelde leeg en onecht. Ik schaamde me omdat het zo armzalig was. Ik had het gevoel dat ik het gevaar liep zomaar te verdwijnen."

Aan een ervaring die zo bij ons collectieve leven hoort, moest toch iets verrijkends of waardevols zitten, meende ze, en Laing ging op zoek naar mensen die in hetzelfde schuitje hadden gezeten. Zoals het een eenzame ziel past zocht ze die lotgenoten niet in een praatgroep, maar in musea en bibliotheken. Ze stortte zich op kunstwerken die een uiting van eenzaamheid leken te zijn of die 'door eenzaamheid gekweld leken te worden'; werk van Edward Hopper, Andy Warhol, van fotograaf David Wojnarowicz, van outsider artist Henry Darger, wier levensverhalen ze ook bestudeerde. Ze las psychologische en sociologische studies, toetste deze aan haar eigen ervaringen. "De ervaring van eenzaamheid kan de mens ertoe brengen zich te verdiepen in wat het wil zeggen te leven", schrijft ze.

Het resulteerde in een ontroerend, tot nadenken stemmend boek; een sensitieve, zoekende studie die misschien geen eenvoudig antwoord geeft op hoe eenzaamheid 'verrijkt', maar die zeker indruk maakt in de verbintenissen die de schrijfster weet te leggen. Hoewel Laing niet altijd overtuigt in de weergave van haar eigen ontreddering (die past soms iets te goed in het bredere betoog), schetst ze betekenisvolle en prachtig met elkaar vervlochten portretten van de kunstenaars, 'allemaal mensen die wisten hoe het voelt om midden in de massaliteit op een eiland te zitten'.

Laing begint bij Edward Hopper, de 'kenner' wiens schilderijen tonen dat 'eenzaamheid de moeite van het bekijken waard is.' Ze citeert curator Carter Foster die meent dat Hoppers schilderijen ruimtelijke ervaringen weergeven 'die ontstaan door de fysieke nabijheid van anderen van wie je desondanks afgezonderd bent'. Wezenlijk aan eenzaamheid in de stad is volgens Laing dat je je ook binnenskamers blootgesteld voelt aan de blik: "Het besef van je achter muren weggesloten voelen gaat gepaard met het gevoel dat je bijna ondraaglijk te kijk staat." Die gedachte ziet ze geïllustreerd in Hoppers beroemde 'Nighthawks': ('een stedelijk aquarium, niemand praat, niemand kijkt iemand aan'). Bij Hitchcock, die in 'Rear Window' net als Hopper de gluurder én de begluurde in een isolement plaatst, vindt ze de onthechte, onbewogen, bindingangstige fotograaf Jeffries tegenover de arme Miss Lonelyhearts die je ziet kokkerellen voor een denkbeeldige geliefde en zich vergeefs optutten voor de spiegel; scènes die haar kwetsbaarheid en verlangen blootleggen.

Laing graaft ook in het leven van Andy Warhol. De diva van de drukke kunstenaarskolonie 'The Factory' was volgens Truman Capote toch 'de eenzaamste meest onbevriende persoon'. Dit 'bleke bovenaardse' immigrantenkind had van jongs af aan moeite met de taal en het spreken en zou een leven lang worstelen met enerzijds het verlangen naar intimiteit en anderzijds de angst om gekwetst te worden.

Laing benoemt de weerstand die Warhol opriep in het homofobe kunstenaarsklimaat van de jaren vijftig (de jaren van Jackson Pollock, Willem de Kooning) en duidt diens verlangen een machine te zijn. De wijze waarop hij camera en taperecorder inzette als middelen om hem van zijn behoeftigheid te verlossen, acht ze visionair voor hoe de technologie ons nu zowel verbindt als scheidt. Warhols artistieke reproductie van alledaagse voorwerpen ziet ze als het tegengif tegen die pijn van de eenling: 'al de cokes zijn hetzelfde en al de cokes zijn goed'. "Hetzelfde zijn beschermt tegen de stompen en sneren, tegen verguisd worden."

Laing verdiept zich in de psycholgische standaardwerken. Ze schrijft over verzamelwoede en hechtingsproblematiek, over bewust gekozen isolement, over paranoia en achterdocht, over sociale uitsluitinging, maar ze mijdt de makkelijke etiketten. Indrukwekkend is het hoofdstuk over 'outsider artist' Henry Darger die opgroeide in een sloppenwijk, in hardvochtige kindertehuizen, daarna altijd als schoonmaker werkte, en slechts één vriend kende. Na zijn dood troffen een medehuurder en de eigenaar in zijn appartement massa's kranten, oude schoenen, kapotte brillenglazen, lege flessen, duizenden bladzijden geschreven werk en 300 schilderijen. Onder meer raadselachtige aquarellen van kleine blote meisjes die een penis hadden (Darger: 'de Vivian Girls') en in glooiende landschappen speelden, maar ook doeken met uit delicate kleuren opgebouwde martelscènes. Verbluffend noemt Laing het contrast tussen het marginale leven van Garner en de rijkdom van zijn verbeelding. Voor de hand liggende brandmerken - 'de geest van een pedoseksueel en seriemoordenaar' - verwerpt ze, want de beschouwingen gewijd aan Darger "lijken meer licht te werpen op onze culturele ongerustheid over de gevolgen van eenzaamheid voor de psyche dan op de kunstenaar als een echt, ademend levend wezen".

Dat echte wezen weet Laing wel op te diepen. Ze schrijft invoelend over de uitsluiting van de eerste generaties aidspatiënten waar fotograaf David Wojnarowicz tegen in opstand komt; over het kunstwerk 'Strange Fruit' waarin Zoë Leonard het verlies van veel kunstenaarsvrienden verwerkte, over freaks als zanger Klaus Nomi en SCUM-activist Valerie Solanas die eerst Warhol zwaar verwondde en jaren na haar gevangenisstraf de eenzaamste dood van iedereen stierf in een hotelkamer waar ze pas na enkele dagen gevonden werd.

De werkwijze van Laing is misschien meer literair dan kunsthistorisch verantwoord, maar met haar associatieve geest en mooie pen weet ze prachtig de kern van ons mens-zijn te raken.

Olivia Laing: De eenzame stad. Over de kunst van het alleen-zijn (The Lonely City. Adventures in the Art of Being Alone) Vert. Laura van Campenhout. De Bezige Bij; 349 blz. euro 24,90

'Ik zag eruit als het meisje in 'Morning Sun' van Hopper' schrijft Olivia Laing. 'Het is een mooie ochtend maar toch is er iets wanhopigs aan haar blik'

Prachtig geschreven en mooi vervlochten portretten; iets minder overtuigend als autobiografie

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden