Wat heeft Heidegger gehoord?

De mooiste beelden kwamen, eind vorige week, uit de Oostenrijkse bergen. In het programma Tagesthemen (het Duitse Nova) zag men in het Voralbergse Lech de Duitse filosoof Peter Sloterdijk een alpenwei omhoog lopen, omringd door cameraploegen en andere vertegenwoordigers van de media. Een Duitse filosoof in de bergen: wie denkt daarbij niet aan Martin Heidegger, een van Sloterdijks inspiratoren, en zijn wandelingen met stok en knapzak. Maar dat was vóór het mediatijdperk.

In Lech nam Sloterdijk deel aan een symposium, waarvoor hij al maanden eerder was uitgenodigd om een rede te houden over het fraaie thema: 'De furie van het verdwijnen - Over het lot van het oude in het tijdperk van het nieuwe.'

Het Philosophicum in Lech bestaat sinds drie jaar en poogt denkers in een fraaie en voorname omgeving tot nog hogere gedachten te inspireren. Tot nog toe was de mediale aandacht bescheiden geweest, maar met Sloterdijk in het programma en een heuse, speciaal ingelaste persconferentie drong het oog van de massa in dit verheven oord binnen.

Sloterdijk is nieuws en het schijnt hem niet te deren. Sinds zijn rede in het Beierse slot Elmau over de 'Regels voor het mensenpark' en de daarop volgende verontwaardiging staat hij in het licht van de schijnwerpers, want hier had een vooraanstaand filosoof gejongleerd met begrippen als mensenkweken, prenatale diagnostiek en optionele geboorte. Hij had filosofen opgeroepen actief mee te denken in de ontwikkeling van de genetica en gepleit voor een wereldomspannende codex voor deze 'antropotechniek'.

Dat hij zich bij deze oproep liet inspireren door 'weinig democratische' (zie Safranski) denkers als Plato, Nietzsche en Heidegger leek erop te duiden dat Sloterdijk een elitair orgaan voor ogen stond dat de genetica en de nieuw te vormen mens in de gewenste richting moest helpen bijsturen, maar in talloze interviews en televisie-optredens heeft hij inmiddels zijn opvatting van zo'n codex mogen toelichten. Daarin heeft hij alvast te kennen gegeven een onderscheid te willen maken tussen de inzet van genetische therapieën ter behandeling van individuele patiënten en de aanwending van antropotechnieken voor het bedrijven van biopolitiek voor groepen. Het eerste acht hij toelaatbaar, het tweede niet. Maar voor het opstellen van een codex is dit onderscheid nog onvoldoende.

Sloterdijk heeft zo'n codex ook niet paraat, hoe hardnekkig journalisten ook navraag doen naar de regels die hij voor het mensenpark wil hanteren. Maar het perspectief vanwaaruit hij zijn blik op de nieuwe gentechnologie laat rusten, werd misschien nog het duidelijkst gearticuleerd in de televisie-uitzending die het ZDF zondagavond inlaste. In dat programma werd Sloterdijk geconfronteerd met collega-filosoof Walther Zimmerli ('op zijn naam staan veertig boeken en vierhonderd essays over ethiek, geneeskunde en biotechnologie', aldus de presentator) en de neurofysioloog en hersenspecialist Detlef Linke ('een man die zich beweegt tussen natuurwetenschappen, kunst en filosofie'). En het zou de natuurwetenschapper zijn die Sloterdijks filosofische uitgangspunt in de kern zou naderen.

Linke deed in het geheel niet wat de presentator van hem verlangde, namelijk een overzicht geven van wat heden ten dage mogelijk was op het gebied van de genetica, maar repte van 'een historisch ogenblik' waarin men antwoord kon krijgen op een vraag die niets minder dan het wezen van de mensheid beroert. En die vraag ging niet over ingrepen in DNA-structuren of het klonen van levende wezens, maar over Heidegger.

Voor wie het niet op televisie heeft gezien, geven we hier graag een samenvattende weergave van een dialoog die klassiek zou kunnen worden. Sloterdijk had in zijn rede gesproken over Heideggers beeldspraak van de mens als 'herder van het Zijn'. In plaats van stil en ingehouden te luisteren naar het Zijn, heeft de mens zich onder invloed van het humanisme overgegeven aan een fascinatie voor de rationalistische almacht.

Detlef Linke haakte hier op in, toen hij zijn lange, bijna devoot geuite vraag begon. ,,Er is dus sprake geweest van een oproep om te luisteren. Het gaat om het horen. En Heidegger heeft gezwegen. En iedereen vroeg zich af: waarom zegt hij niets? Waarom heeft Heidegger niets gezegd terwijl de wereld brandde? (. . .) Maar nu zijn we bij een historisch ogenblik aanbeland. Heidegger heeft gezwegen, maar de heer Sloterdijk, die naar het Zijn luistert, spreekt. En ik heb altijd willen weten waarnaar Heidegger heeft geluisterd. Wat heeft hij gehoord? Mijn vermoeden is dat de geschiedenis hem monddood heeft gemaakt. Er zijn altijd stemmen geweest: de stemmen van de Israëlische profeten, die de wet hebben verkondigd, de stem waar Mozes naar luisterde die het verbod op het doden articuleerde, dat nog steeds de grondslag van de mensenrechten vormt. Wat heeft Heidegger gehoord is de grote vraag, wie heeft tot hem gesproken? Alstublieft, meneer Sloterdijk, spreek.''

Sloterdijk: ,,Dit is een belangrijke reflectie. Ook ik heb de indruk dat Heidegger zich na '45 - ook in zijn denken - in de schaduw van de catastrofe heeft teruggetrokken en niet heeft verder gewerkt met de vrijheid van denken die hij in deze situatie had moeten opbrengen. Ik wil op uw uitnodiging ingaan me in Heideggers schaduw te begeven en dat wat door zijn schaamte, zijn schande en de gruwel van de catastrofe ongezegd bleef, opnieuw articuleren. (. . .) Heidegger heeft gepoogd een geprivilegieerde ontvanger van de stem van het Zijn te zijn. En hij produceert nieuwe teksten, die verder gaan dan het tot dan toe gezegde. Hij biedt zich in deze rol aan. In zijn visie moet de mens op een ongehoorde wijze zichzelf een terughoudendheid opleggen die uitstijgt boven alles wat de mensen in de beschavingsgeschiedenis aan goede manieren hebben aangeleerd. Ik lees de late Heidegger als iemand die scherp luistert naar het moment waarop van het Zijn zelf het commando komt: keer de techniek tegen de techniek, keer het kapitaal tegen het kapitaal, keer de mens tegen de mens, die zichzelf als de grote maker heeft opgesteld. Leer een verdiepte vorm van terughoudendheid in een ontologisch veeleisende en complexe zin. (. . .) Heidegger roept met het oog op de verschrikkingen van de twintigste eeuw om een nieuwe spirituele disciplineringsstructuur, als een elfde gebod, als een meta-gebod waarin de mens zichzelf tegenover het Zijn opnieuw definieert. Heidegger wil het mondstuk zijn van een God die nog niet genoeg heeft gezegd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden