Wat hebben we ervoor over om een leven te redden?

Voor het eerst overleed vorige week in Nederland iemand aan Creutzfeldt-Jakob, de hersenziekte die komt door het eten van vlees van met BSE besmette, 'gekke' koeien. Aan die preventie geeft de Nederlandse overheid jaarlijks veertig miljoen euro uit. Dat is veel, vinden experts die het vergeleken met de kosten van andere preventie. Waarom mag het ene gewonnen levensjaar tachtig keer zoveel kosten als het andere?

Het heeft iets macabers: preventieve maatregelen beoordelen in termen van kosten per gewonnen levensjaar. Alsof je een prijs kunt zetten op het leven van een mens, zoals indertijd de premiejagers in het Wilde Westen. Daar staat tegenover dat het op zijn minst merkwaardig is om één miljoen voor één gewonnen levensjaar uit te geven, zoals onderzoek in geval van de BSE-maatregelen uitwijst, terwijl een miljoen veel meer levensjaren oplevert door bijvoorbeeld kinderen in ontwikkelingslanden te vaccineren. Of, in eigen land, door maatregelen te nemen tegen gewone voedselinfecties -jaarlijks vergen die zo'n 90 levens.

Hoe gaan mensen om met risico's, waarom willen ze het ene gevaar koste wat het kost uitsluiten en kijken ze bij het andere opeens kritisch naar de kosten? Bij het beoordelen van risico's op ziekten of overlijden kijken mensen bepaald niet alleen naar de cijfers, zegt Guus de Hollander, een van de opstellers van het vorig jaar verschenen RIVM-rapport 'Nuchter omgaan met risico's'.

Vrijwilligheid bijvoorbeeld speelt ook een rol: neem je bewust het risico van een ongeval, zoals bij autorijden of bungee-jumpen, of ben je een nietsvermoedend slachtoffer van een explosie in een chemische fabriek? Ook billijkheid speelt mee in de beoordeling welk risico nog acceptabel is en welk risico niet: geniet je zelf van een gewoonte als roken, of moet je lijden onder vervuilde lucht opdat een bedrijf in de buurt winst kan maken waar jij part noch deel aan hebt?

Met BSE komt er ook nog het aspect bij van de onbeheersbaarheid. De eerste gevallen van de betreffende variant van Creutzfeldt-Jakob in Groot-Brittannië werden gezien als de voorbode van een epidemie, die de eerdere aids-epidemie in de schaduw zou stellen. Juist die onbeheersbaarheid maakt dat dit soort risico's voor mensen extra bedreigend is. Dan worden al snel kosten noch moeite gespaard om het gevaar te keren.

,,Vanwege dit soort kwalitatieve, niet-cijfermatige aspecten zijn mensen niet erg consistent als het gaat om omgaan met risico's'', constateert Ruud Huirne, die aan de Wageningen Universiteit onderzoek doet naar risicobeheersing. ,,Ze roken niet, drinken niet en eten gezond, maar scheuren wel met 180 kilometer per uur over een tweebaansweg. Om vervolgens wit weggetrokken in een opstijgend vliegtuig te zitten.''

Die tegenstrijdigheden in denken en doen zit ook in het beleid van de overheid. Aan de ene kant probeert deze zo goed en zo kwaad als dat gaat risico's te berekenen om vervolgens aan te geven welk risico nog acceptabel is en welk niet meer. Een voorbeeld daarvan is het berekenen van de kans dat een buitenstaander overlijdt door een plof in een chemische fabriek of een exploderende tankwagen. Die mag wettelijk gezien niet groter zijn dan één op de miljoen, oftewel 10000 maal lager dan het gewone overlijdensrisico van één op de honderd. In zo'n geval acht de overheid een - klein - risico dus aanvaardbaar.

Aan de andere kant is het risicobeleid van de overheid er soms op gericht dat het risico geheel wordt uitgebannen. Vaak worden hierbij maatregelen genomen zonder dat duidelijk is hoe groot het risico is, en of het überhaupt wel bestaat, enkel en alleen omdat het gevreesde gevaar voor onrust onder de bevolking zorgt. In zulke gevallen stijgt de kans dat de overheid besluit met kanonnen op muggen te gaan schieten.

Deze manier van denken wordt ook wel aangeduid als het streven naar de 'religieuze nul', een streven om elk risico geheel uit te bannen. Erg realistisch is dat niet. Wat de angst voor rundvlees betreft: zelfs al eet je helemaal geen vlees, dan nog loop je een kans van één op een miljoen dat je Creutzfeldt-Jakob oploopt. Weliswaar niet de BSE-variant, maar voor het dodelijk verloop van de ziekte maakt dat weinig uit. Zonder risico leeft niemand.

De maatregelen om BSE uit de voedselketen te houden zijn volgens Arjen Benedictus een typisch voorbeeld van het streven om risico geheel uit te sluiten. In het kader van zijn opleiding tot dierenarts onderzocht hij de kosteneffectiviteit van het BSE-beleid. Ingrijpende en kostbare maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat mensen rundvlees eten van zieke koeien, zonder dat vaststaat of dat inderdaad de gevreesde variant van Creutzfeldt-Jakob veroorzaakt. Zo er al een verband is, dan is de grootte van dat risico niet uitgerekend. Dat de overheid toch draconische maatregelen heeft genomen, waarbij jaarlijks het in verhouding enorme bedrag van 40 miljoen euro wordt uitgetrokken om BSE uit de voedselketen te houden, is omdat gekke-koeienvlees wordt gezien als een 'onbekend gevaar'.

Ruud Huirne vindt dat, toen voor het eerst de gekke-koeienziekte BSE ook naar de mens leek over te slaan en daar een variant van de hersenziekte Creutzfeldt-Jakob veroorzaakte, aanvankelijk terecht is ingezet op volledige uitbanning van het gevaar. De risico's waren nog niet te berekenen. ,,In zo'n situatie moet je al het mogelijke doen om risico's in te dammen.''

Inmiddels zijn we echter tien jaar verder. Het lijkt mee te vallen met de epidemie onder rundvleeseters. Toch speelt de overheid nog altijd op safe. De Europese Commissie, want die gaat hierover, houdt vast aan een beleid om het risico koste wat het kost te elimineren. Is de investering die daardoor alleen al in Nederland jaarlijks nodig is, meer dan een miljoen per gered levensjaar, daarmee te hoog?

Groot is in elk geval het verschil met de kosten die we maken om baarmoedershalskanker te bestrijden. De uitstrijkjes waarmee deze ziekte vroegtijdig kan worden opgespoord, worden vaak als te duur gezien. Terwijl de mensenlevens die ermee worden gered 12500 euro per gered jaar kosten, veel minder dus dan bij de BSE-bestrijding.

Als het gaat om mensenlevens redden is de BSE-bestrijding dan ook extreem duur. Anderzijds kan onrust onder de bevolking de vraag naar rundvlees doen instorten, zoals in Duitsland gebeurde. Daar werd een hele bedrijfstak in crisis gestort toen voor het eerst ook in Duitsland gekke koeien werden aangetroffen. Als het risico klein, maar de bevolking toch heel bang is, kan de overheid beter toch investeren in uitbanning van het risico. Zij het, dat daar dan niet zozeer mensenlevens mee worden gered, als wel een bedrijfstak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden