Wat geur in werking zet

Tjitske Jansen worstelt met zijnsvragen naast haar vlees bradende moeder

De vage zweem van parfum van een vrouw die net langsliep, of de geur van pasgemalen koffiebonen. Het is, om met schrijver Gerrit Krol te spreken: 'Niet te beschrijven/ wat een geur doet in je neus/ en in het weke van je hersenen'.

Want wat zet zo'n geur niet in werking? Die vrouw heb je nauwelijks gezien, maar de geur die om haar hing - was het Oil of Olay? - maakte dat je weer even in de woonkamer van je oma zat. Zoals die koffie ineens een vreemd apparaatje uit je geheugen naar boven tovert. En je vader bij het aanrecht, die met één korte druk op het dekseltje van het apparaat de koffiebonen maalt.

Bij dichter Tjitske Jansen is het de geur van gebraden vlees, die maakt dat ze weer als klein meisje bij haar moeder in de keuken staat. Popelend om een antwoord te krijgen op wat voor haar een van de Grote Vragen des Levens is, tegelijk zorgvuldig het juiste moment afwachtend. Het heeft iets grappigs, zo'n alledaags tafereel van een kokende moeder, en dat nieuwsgierige meisje dat worstelt met zijnsvragen.

Met slechts twee woordjes, 'Er was...', schept Jansen enigszins afstand tot de herinnering. Misschien niet vreemd, want het is de vraag of die vleeslucht wel zo'n fijn moment bovenbrengt. Zo aardig klinkt die moeder niet. Al kan het ook geruststellend zijn als God je niet de hele dag in de gaten houdt, zeker voor een kind.

Jansen laat het antwoord in het midden. Al schrijft ze later toch: 'Er was een dag waarop ik besloot om God niet langer God te noemen./ Er waren zoveel mensen die hem noemden en iedereen bedoelde weer/ wat anders. Er was Pessoa dankzij wie ik denken kon dat God dat niet/ zo erg zou vinden.'

Tjitske Jansen: Koerikoeloem

Uitgeverij Podium, 2007

54 blz. euro 15

Janita Monna bespreekt deze zomer poëzie over teruggaan en thuiskomen.

Er was mijn moeder die vlees braadde voor een mevrouw verderop

omdat die mevrouw niet tegen braadlucht kon.

Er was het naast mijn moeder in de keuken staan. Ze prikte in het vlees

en ze keek naar de pan. We zeiden niets en ik keek naar het vlees, door

het raam en ook een beetje naar mijn moeder. Niet te veel, ze mocht het

niet merken.

Er was een vraag die ik haar graag wilde stellen. Er was het wachten op hét

moment. Als ze net het vlees omdraait bijvoorbeeld. Dan zeg ik heel snel

wat ik zeggen wil, hoop dat ze het niet merkt, toch hoort en dat ze dan

per ongeluk antwoord geeft.

Er was mijn moeder die het vlees omdraaide. 'Mama, ziet God mij altijd?'

Mijn moeder bleef maar naar de pan kijken. 'Dacht je dat?' zei ze tegen de pan.

'Dacht je dat hij niets beters te doen heeft dan naar jou te kijken?'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden