Wat gaat er om in Joachims hoofd?

Andreas’ broer is anders. Een baan of vriendin zal hij wel nooit vinden. In de nieuwe Hans Münstermann wordt prachtig beschreven wat het betekent een gehandicapte broer te hebben.

Bas Belleman

De verstandelijk gehandicapte Joachim begrijpt andere mensen niet goed, maar ook voor anderen blijft het gissen wat er in hem omgaat. Het is alsof er glas tussen hem en de wereld zit. Alsof de deur is gebarricadeerd.

Joachim is de oudste broer van Andreas Klein, de babyboomer die al in vijf eerdere romans van Hans Münstermann de ik-figuur speelde. Maar nu gaat het niet over een moeder die haar gezin verlaat – zoals in het met de AKO-prijs bekroonde ’De bekoring’ – en ook niet over de impact van de oorlog, maar enkel en alleen over Joachim. Andreas doet een uiterste poging het leven van zijn broer te begrijpen, waarbij hij telkens een paar stappen verder terug gaat in de tijd. Naar een verjaardag van zijn oude moeder bijvoorbeeld, als ze samen een lied gaan zingen. Naar zijn studententijd, als Joachim hem vraagt hoe dat werkt met de liefde. Naar zijn jeugd, als vader manmoedige pogingen doet om Joachim een toekomst te geven. Naar de tijd dat Joachim naar een kostschool moet.

Mooi daaraan is dat je Joachims toekomst al kent, terwijl de personages alleen nog maar bange vermoedens koesteren. Joachim gaat niet het klooster in, hij wordt geen fietsenmaker, hij wordt niet tot de kunstacademie toegelaten, wat vader ook probeert. Een geliefde zal hij ook niet oppikken.

En de hele tijd schrijft Münstermann kraakhelder, vol vertrouwen in de constructie van zijn verhaal. De dilemma’s en het onbegrip zijn aangrijpend genoeg, daar hoeft hij niet semi-poëtisch over te doen. Als moeder het niet meer uithoudt en Joachim naar een kostschool stuurt, snapt de jongen niet waarom hij niet langer bij haar mag wonen: „De wereld mag onbegrijpelijk zijn, het onderwijs mag te moeilijk zijn, en nog een hele hoop onbegrijpelijke zaken die hij dagelijks beleeft, maar één ding is toch zo klaar als een klontje: zijn moeder is zijn moeder.”

Münstermann kan uitdrukkingen als ’klaar als een klontje’ zonder blikken of blozen gebruiken: ze stroken met het verhaal dat zonder stilistisch oponthoud de kortste route door de plot volgt.

Eigenlijk is er maar één vraag waaraan Andreas zich niet waagt: waarom wil hij zo graag in de geest van zijn broer doordringen? In het begin van het boek nodigt hij hem uit voor het Wereldkerstcircus in theater Carré. Joachim wil niet mee en Andreas doet alle mogelijke moeite om hem toch over te halen. Weet Joachim wel dat Ted de Braak het presenteert? En hij houdt toch wel van leeuwen? Hoewel Joachim uiteindelijk toegeeft en belooft dat hij toch van de partij zal zijn, komt hij niet opdagen. Andreas verlaat de voorstelling en blijft op hem wachten. „Ik ben nu waar Joachim is: in de ontkenning van de voorstelling. We missen samen de leeuwen.”

Maar dat is nu juist het probleem: Andreas is niet waar Joachim is. Daar kan hij ook nooit komen. En daarom weet hij ook niet wat hij moet doen om zijn broer gelukkig te maken. Hij gelooft bovendien dat Joachim in zijn prille jeugd gelukkig is geweest en kan niet verkroppen dat dit geluk teloorging.

Wie draagt schuld aan Joachims tragiek? Zijn moeder, die hem wegstuurde? Zijn vader, die zich er niet bij wilde neerleggen dat er voor zijn zoon nergens een plaats te vinden was? Of Andreas zelf, omdat hij zijn broer niet goed genoeg kent? Moet hij toegeven aan diens grillen en spontaan samen een tuinkabouter gaan kopen of maakt zo’n cadeau hem niet echt gelukkiger? En waarom schaamt hij zich voor Joachim?

De worsteling met die vragen maakt dit boek het roerende verhaal van een broer die zich geen raad weet met zijn broederliefde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden