Wat er een maand geleden allemaal misging in Benghazi

Amerikaans Congres wil na dood ambassadeur weten of het een geregisseerde aanval was in Libië

Het was op de avond van 11 september rustig in de buitenwijk van Benghazi. De Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens, voor een paar dagen over uit Tripoli, had de hele dag mensen ontmoet in de tweede stad van Libië. Om half negen deed hij zijn laatste gast, een Turkse diplomaat, uitgeleide naar de poort van de Amerikaanse diplomatieke missie in de stad. Niets aan de hand.

Een goed uur later brak de hel los. Rond half tien 's avonds stond plots een grote groep gewapende mannen aan de poorten van de missie, een complex van driehonderd bij honderd meter omgeven door een drie meter hoge muur. Zij wisten zich een weg naar binnen te banen. Een paar uur later was de missie een zwartgeblakerde ruïne en waren vier Amerikanen dood. Onder hen ambassadeur Chris Stevens.

Wat er in Benghazi precies misging, houdt de Amerikaanse politiek al een maand bezig. Bij een hoorzitting van het Amerikaanse Congres over de aanval was gisteren de belangrijkste vraag of de beveiliging van het complex wel op orde was. Niet echt, blijkt uit de reconstructie die functionarissen van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken met journalisten deelden.

De beveiliging was in handen van vijf Amerikaanse agenten en vier Libische militieleden die door de lokale overheid ter beschikking waren gesteld. Iets over half tien hoorden de Amerikanen, die binnen zaten, schoten en explosies en zagen ze op camerabeelden dat aanvallers het complex binnendrongen. Ze lieten daarop het alarm afgaan en belden Washington, de ambassade in Tripoli, de Libische autoriteiten en een extra eenheid Amerikanen die zich elders in de stad bevond.

Eén agent nam Stevens en de computertechnicus Sean Smith mee naar een van de twee hoofdgebouwen op het terrein, waar ze hun toevlucht zochten in een safe room - een aantal afgesloten ruimtes, beveiligd met metalen deuren en ramen en met voorraden medicijnen en water. De overige vier agenten bewapenden zich en trokken zich terug in het andere hoofdgebouw, waar ze ternauwernood standhielden tegen binnendringende aanvallers.

Die hadden inmiddels ook het gebouw waar Stevens zat bereikt, waar ze probeerden de safe room open te breken. Toen dat niet lukte, overgoten ze meubels met diesel en staken ze de zaak in brand. De safe room vulde zich snel met dikke wolken dieselrook - en in ademnood zochten Stevens, Smith en de agent hun toevlucht in de badkamer waar een raampje open kon. Dat bood geen soelaas en ze besloten te vluchten.

De agent bereikte als eerste de frisse lucht, maar wachtte vergeefs op Stevens en Smith. Uiteindelijk zocht hij zijn toevlucht op het dak en alarmeerde de rest. Met een gepantserde wagen wisten de vier overige Amerikanen het terrein over te rijden, en een voor een gingen ze naar binnen om Stevens en Smith te zoeken. Smith werd gevonden - dood.

De zoektocht ging door toen de zes man versterking van elders in de stad arriveerde, samen met zestig Libische militieleden. Stevens bleef onvindbaar. De Libiërs die het complex beveiligden, werden intussen nog steeds beschoten door de aanvallers.

Besloten werd te evacueren, maar ook dat stuitte op problemen. De vluchtauto, met de agenten en het dode lichaam van Smith, werd beschoten, liep bijna in een hinderlaag en wist met twee kapotte banden en deels tegen het verkeer in het andere Amerikaanse complex in de stad te bereiken. Daar voegden ingevlogen mensen uit Tripoli zich bij hen.

Ook dit complex kwam echter onder vuur te liggen, en om vier uur 's nachts sloeg een mortier fataal in: twee Amerikaanse beveiligers kwamen om het leven.

De overlevenden besloten de stad daarop te verlaten. De volgende ochtend vroeg evacueerden de Amerikanen in twee vliegtuigen. Ze wisten niet dat Chris Stevens uren daarvoor was gevonden door Libische omstanders die hem naar het ziekenhuis brachten. Daar konden artsen niets meer voor hem doen.

Republikeinen kunnen niet wachten om 'Benghazi' tegen Obama te gebruiken
De reconstructie van de gebeurtenissen in Libië is politiek relevant in Washington. Al direct na 11 september, een maand geleden, stelden de Republikeinen kritische vragen over de beveiliging van de diplomatieke post in Benghazi en over de mogelijk terroristische achtergrond van de aanval.

De regering van president Obama liet lang de mogelijkheid open dat de aanval voortvloeide uit demonstraties tegen de anti-islamfilm 'Innocence of muslims', zoals die dezelfde dag ook in Caïro plaatsvonden. Dat de suggestie niet werd uitgesloten, kwam mede doordat het onderzoek naar de precieze toedracht lang duurde: FBI-agenten durfden pas drie weken na 11 september Benghazi te bezoeken. In de tussentijd hadden talloze Libische omstanders en verslaggevers al over het terrein rondgebanjerd en was veel bewijsmateriaal weg.

De Republikeinen staan te trappelen om 'Benghazi' tegen president Obama te gebruiken, die mede daarom onder druk staat om de aanval te vergelden. Volgens Amerikaanse media hebben inlichtingendiensten al verschillende daders in Libië in het vizier, die uitgeschakeld zouden kunnen worden met drones of door speciale eenheden.

De aanwijzingen zijn zo sterk, dat 'in Pakistan of Afghanistan een aanval al het groene licht zou hebben gekregen', aldus een anonieme inlichtingenofficier tegen de Amerikaanse nieuwssite The Daily Beast. Over een aanval in Libië lijkt Obama nog te aarzelen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden