brief van de hoofdredactie

Wat een ophef over iets dat al lang bekend was

Cees van der Laan Beeld Maartje Geels

Zelf ben ik lang lid geweest van een kerk die meende de enige ware kerk te zijn, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (artikel 31). Regelmatig heb ik naar preken geluisterd waaruit kon worden afgeleid dat er één rechte lijn liep van God naar de gemeenschap in deze kerk. 

Wie in de hemel werd rondgeleid moest altijd bij de vrijgemaakten even stil zijn. ‘Want zij denken dat ze de enigen zijn’, luidt de grap die al decennia de ronde doet in orthodox gereformeerde kringen, vooral in kringen die niet vrijgemaakt zijn.

Deze grap schoot mij deze week te binnen bij het volgen van het nieuws over de ondertekenaars van de Nashville-verklaring, honderden orthodox-protestantse predikanten en prominenten als SGP-leider Kees van der Staaij. ‘Als gelovigen zeggen te weten hoe de wil van God eruitziet, is het oppassen geblazen’, schreef deze krant in het hoofdredactionele commentaar van dinsdag. ‘De opstellers, de Nederlandse vertalers van de tekst en de 250 orthodox-protestantse ondertekenaars, lijken precies te weten wat God en de Bijbel zeggen over homo’s en transgenders. En dat is niet om vrolijk van te worden.’

Ongetwijfeld zitten de ondertekenaars, een week na het begin van een tsunami aan publiciteit, ook bij te komen van wat ze zelf hebben veroorzaakt. Vooral nadat het Reformatorisch Dagblad ze vermanend had toegesproken in het hoofdredactioneel commentaar in de dinsdagkrant: ‘Stop deze verklaring even terug in de kast. Verzamel nu geen handtekeningen. Ga eerst wenen op de puinhopen.’

Trouw besteedde veel aandacht aan deze kwestie, waarbij iedereen, voor- en tegenstanders, aan het woord kwam. Een kwestie die onnodig veel pijn veroorzaakte bij iedereen die zich geraakt voelde door deze verklaring, die oorspronkelijk uit Amerika komt. Daar wordt deze niet uitsluitend gezien als een theologisch manifest maar als een ‘soort pamflet in een internationale cultuurstrijd, waarin traditioneel christelijke waarden tegenover een vrijdenkend internationalisme worden gezet’, constateerde buitenlandredacteur Seije Slager in een analyse in de Verdieping over de achtergronden van deze ‘anti-homoverklaring’.

In beton gegoten

Toch mag je, nu het stof weer enigszins is neergedaald, je afvragen waarom deze verklaring zoveel ophef veroorzaakte. Hoe deze mannenbroeders zaken op het terrein van seksualiteit beschouwen, is namelijk al decennia in beton gegoten. Uit de reconstructie die Nico de Fijter, chef van de redactie religie & filosofie, schreef, blijkt hoe amateuristisch de Nederlandse initiatiefnemers tot hun krakkemikkige verklaring kwamen en in de publiciteit traden. Dat een van hen ook nog een vergelijking maakte met het zwijgen over de nazi-ideologie, hielp ook al niet. ‘De vrijheid om in je eigen idioterieën te geloven wordt niet meer gepruimd. Allemaal in dezelfde mal van de surveillerende gedachtenpolitie’, was de verklaring van Ephimenco over de ophef.

Of dat het hele antwoord is, betwijfel ik. Het is niet meer dan terecht dat een krant als Trouw, met veel christelijke lezers in haar gelederen, uitgebreid bericht over deze kwestie die het christelijk erf beroert, al is dat erf vele malen groter en veelzijdiger dan het met schuttingen ommuurde erfje van deze mannenbroeders.

De gretigheid van andere (seculiere) media om zich op deze ‘reli-gekkies’ te storten, geeft wel te denken. ‘Ga wenen op de puinhopen’ is dan ook een terecht advies van het Reformatorisch Dagblad. Een krant waar Trouw het vaak niet mee eens is, maar deze keer wel.

Brief van de Hoofdredactie 

Cees van der Laan schrijft wekelijks over de discussies op de redactie en de keuzes van de krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden