Opinie

Wat een gekke lunch met al die doodsverhalen

Ik gun ieder zijn ritueel. Maar o, wat heb ik een flinke hekel aan dat bij elkaar klitten van mensen die allemaal iets vreselijks hebben meegemaakt. Allemaal uitgebuit of allemaal heel ziek geweest of allemaal treurig of allemaal ’s nachts klaarwakker om hetzelfde verlies.

Niet dat ik nooit wakker lig of treurig ben, maar ik voel een enorme weerstand opkomen als ik me moet voegen bij een groep die dat ook heeft. Alsof er dan helemaal voorgeschreven is hoe en wat er verder moet, en bovendien hou ik niet van dat op afspraak samen treurig zijn.

Het leven is al erg genoeg, laten we het niet nog zwaarder maken. Laat mij maar lekker op mijn eigen manier ermee in het reine komen. Laat mij maar een end lopen, een end schrijven of een end liedjes zingen. Geen zelfhulpgroep of therapeutisch tekenen, please.

En toch ben ik aan tafel terechtgekomen met een stel volslagen onbekende vrouwen die net als ik de zus zijn van iemand die dood is. Wat onwennig prikken we in onze lasagne, in afwachting van het begin van een gesprek. De gebruikelijke openingsvragen kunnen we achterwege laten, we kunnen direct ter zake komen. Meteen maar met de ellende op tafel. Als je onder elkaar bent met zo’n ernstig bindmiddel, kan dat. Wel moeten we even aftasten, welk traject we precies kunnen overslaan, voordat we verhalen gaan vertellen.

Die verhalen, een kleine veertig stuks, zijn bij elkaar gebracht door Minke Weggemans. Ze heeft haar beroep gemaakt van het luisteren naar broers en zussen die een broer of zus verloren hebben. Naar aanleiding van mijn columns over mijn broer had ze gemaild. Of ik soms ook erbij wilde zijn en iets voor het boek wilde schrijven.

Op het laatste nippertje besloot ik om toch te gaan. Uit nieuwsgierigheid of ook om verhalen te horen. En uit hebberigheid, want wie kwam kreeg drie exemplaren van ’Rouw in de zijlijn’, zoals het boek heet. En ook nog lasagne.

Na een kort moment van aftasten, komen de verhalen. Wat opvalt: er werd vroeger wel degelijk thuis opgebaard. Ook als er kleine kinderen doodgingen. Dat gebeurde in de jaren dertig en ook in de jaren vijftig. Wat ook opvalt in de verhalen is dat leed zelden gedoseerd komt. Sommige zussen sommen kortweg op wat er nog meer gebeurde in de tijd dat ze hun broertje of zusje moesten begraven. Er ging ook nog een moeder dood of een vader of een huwelijk strandde, er kwam ontslag. Er zat niets anders op dan maar door te leven.

Je zou zeggen: genoeg redenen om de tafel voortijdig te verlaten. Is niet gebeurd, ik ben blijven zitten. Want de gesprekken waren niet zwaar, zeker niet zo zwaar als de lasagne. Eigenlijk vreemd, gezien de portie leed, ellende en verlies die er aan ons tafeltje zat. Ik keek de andere tafels rond en wist dat het daar niet anders was. Overal ging het over dood en verlies en toch aten alle dames gretig hun lunch en klonk overal gelach en andere vrolijke geluiden. Dat viel dus reuze mee. Zo gaat dat kennelijk als iedereen iets naars heeft meegemaakt van vergelijkbare orde. Dat is dan min of meer normaal en daarmee valt de zwaarte weg die er wel is als de een ’oooh’ moet zeggen, terwijl de ander vertelt wat er gebeurd is.

Dit deden onze grootouders denk ik niet: bij elkaar zitten en elkaar verhalen vertellen over de dood. Is er toch iets veranderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden