'Wat een boffie'

In de laatste alinea van haar column van gisteren, 'De terreur van oudjes', erkent Schepel dat er ook best wijze, boeiende, lieve oude mensen bestaan. Gelukkig maar. Toch is de teneur dat de jongere, die zijn ouders niet vlot weet te verliezen, behoorlijk de sigaar is. Zou kunnen.

Eigenlijk hoor ik zelf ook al tot het overschot dat vergeten is te sterven. De categorie oudjes. Dus voel ik me aangesproken door Selma Schepel en probeer te snappen hoe het komt dat ze zo schrijft over mij. Ik grijp naar m'n kale kop en vraag me af: wat hebben wij in hemelsnaam gedaan of nagelaten als onze kinderen ons liever kwijt dan rijk zijn?

Het vooruitgangsgeloof? We hebben de generatie van Schepel zeker te veel het idee gegeven dat alles in het leven gaaf en gemakkelijk is en dat alles alleen maar beter zal worden. Dat moet de fout zijn geweest. Merken ze dat hun vader en moeder niet aldoor mooier en slimmer worden, maar gaan kwakkelen en dementeren, dan passen ze niet meer in dat ideaalbeeld. Dan moeten ze aan de pil van Drion, die voor ze klaarligt op het nachtkastje.

Ik ben er nog, als Schepel me dat toestaat. Daarom zeur ik maar even door. Zij heeft de illusie dat ze nog een enorm leven te gaan heeft: dertig of veertig jaar. 't Kan niet op. Maar iedereen weet dat die voorbij zijn in een ommezien. Misschien vergeet Selma dat ook zij binnenkort oud is. Dan begint haar kwakkelen en zeuren. En het tasten naar de pil.

Mijn moeder werd elke dag bezocht door een van de vier kinderen. Nu ze dood is, zijn we daar nog aardig trots op. Een domme vergissing, naar nu blijkt. Volgens de columniste was ze natuurlijk ook ziekelijk en manipulatief, zoals de moeder van Selma's vriend. Een oude heks die me ooit gebaard had. Ik geef toe: de conversatie liet te wensen over. Het eten niet lekker, de buurvrouw aan tafel onhebbelijk, de zusters lief, en de dokter een sulletje. Waarom we haar opzochten in dat verpleeghuis, vraag ik me nu af. Elke keer, als je voor het dagelijkse halfuurtje bij haar rolstoel aanschoof, riep ze half blind altijd nog: 'Wat een boffie'. Dat we dat zo lief van haar vonden, was natuurlijk onze stommiteit.

Wat is er gebeurd dat Selma's generatie nu het licht heeft gezien? Kennelijk hebben wij in de opvoeding van de jongelui niet goed opgelet. Mijn vader had ons nog geleerd dat kinderen opvoeden is: een voorbeeld geven. Erg eenvoudig gedacht, misschien té eenvoudig. Maar ik heb hem gezien in de achtertuin in het zonnetje met zijn oude vader aan z'n arm. Als jij over je vader en moeder sprak zoals ze echt waren, dan had je kans dat je kinderen later over jou ook zo zouden praten. Ook nogal simpel gedacht.

Maar als mijn vader gelijk heeft gehad, voorspelt dat weinig goeds voor Selma. Als zij ouderen ziet in termen van 'altijd klagen en toch maar niet dood willen', zal de generatie na haar over dertig, veertig jaar dan anders over haar spreken? Zal er voor haar nog een arm zijn om op te steunen?

Natuurlijk zijn er vreselijke oude mensen, Selma Schepel, zoals er ook vreselijke jonge mensen bestaan. Ik denk alleen dat oude zeuren ooit jonge zeuren zijn geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden