Wat doet een ridderlijke orde nog in de 21ste eeuw?

Borstkruis van de Duitsche Orde Balije van Utrecht Beeld Wikimedia Commons

Twaalf ridderlijke orden telt Nederland nog, met tezamen zo'n 1400 ridders en dames. Wat doen die in de 21ste eeuw?

Noem ze geen ridderordes, zegt Tom de Witt Hamer. Ridderordes zijn de lintjes die de koning geeft aan mensen van verdienste. De Witt Hamer, zelf ridder, promoveerde deze week aan de Rijksuniversiteit Groningen op de recente geschiedenis van ridderlijke orden met klinkende namen als Duitsche Orde Balije van Utrecht, Orde van Malta, Orde van Sint Lazarus en Johanniter Orde, die alle teruggaan op de kruistochten van de twaalfde en dertiende eeuw. Maar hij bestudeerde ook gezelschappen die nooit vochten in het Heilig Land, zoals Orde van de Eik, Souvereine Orde van Sint Jacob in Holland en Koninklijk Broederschap van de Heilige Teotonio van Portugal.

"Ze zijn invented tradition, verzonnen traditie", zegt De Witt Hamer, "of soms gerevitaliseerd". Want voor alle ridderlijke orden geldt dat de Nederlandse afdelingen in de twintigste eeuw zijn (her)opgericht. "Ze hanteren min of meer gelijke, symbolische installatiewijdingen: ridders en dames worden met het zwaard geslagen. Alsof er continuïteit is met het verleden, terwijl sommige vrij nieuw zijn. Rituelen en symbolen zijn belangrijk voor de cohesie, voor de collectieve identiteit."

Uitzondering hierop is de Duitse Orde. Dit selecte gezelschap - zo'n 25 mannen uit adellijke geslachten die hun adeldom tot voor 1795 kunnen terugvoeren - is de enige orde die al die eeuwen ononderbroken in Nederland heeft voortbestaan.

Vorige eeuw

Vooral in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw ontstonden er veel nieuwe orden, zag De Witt Hamer. Misschien wel omdat er in die periode zo'n nadruk werd gelegd op gelijkheid, zegt hij. "Iemand die die tijd heeft meegemaakt zei mij: het was een tegenreactie op alles wat er toen gebeurde, op vervlakking, op materialisme, op individualisme. En ergens las ik ook: op het communisme."

Want wat beogen de ridderlijke orden? Niet langer de verovering van het Heilig Land, aan zwaardgekletter doen ze niet meer. Charitas en inzet voor het behoud van het christelijk geloof is wat ze gemeen hebben, zegt De Witt Hamer. Sommige zijn protestants, andere katholiek en nieuwe orden zijn veelal oecumenisch. Voor drie orden is een adellijke titel verplicht. Alleen die drie, de Duitse Orde, de Maltezers en de Johanniters, worden door de Nederlandse overheid als ridderlijke orden erkend.

Hun goede werken, zegt De Witt Hamer, deden ze jarenlang in stilte. En ze waren graag vooruitstrevend. "In 1957 organiseerde de Johanniter Orde een vakantiereis voor invalide vrouwen. Dat was een unicum toentertijd. Met de Maltezers begon ze in de jaren tachtig de Kruispost op de Amsterdamse Wallen, waar mensen zonder verzekering medische hulp krijgen. Ze waren een van de eersten in Nederland die een hospice begonnen."

Gezicht

Maar voor wie in 2017 aan liefdadigheid doet, is stilte geen optie. "Er zijn zoveel goededoelenorganisaties die fondsen werven", zegt De Witt Hamer, "dat de orden hun gezicht moeten laten zien, willen ze hun projecten kunnen financieren. Dus hebben vele nu een website, een jaarverslag en de status van algemeen-nut-beogende-instelling, zodat de Belastingdienst ze als goed doel aanmerkt."

De Witt Hamer bestudeerde de ridderlijke orden van 1965 tot 2015. Toen waren er 23, lang niet allemaal blijvertjes. Nu zijn er nog twaalf. Ridder is geen beschermde titel, iedereen mag een orde oprichten, zegt de promovendus. "En dat gebeurt soms met dubieuze bedoelingen."

Zo bouwden de neven Toon en Harry van Uden vanaf de jaren zestig een 'ordenetwerk' op en het heeft er alle schijn van, aldus De Witt Hamer, dat statusdrang en geldelijk gewin belangrijke drijfveren waren. En eind jaren zestig werden vanuit de VS een aantal orden van Sint Jan opgezet, die tienduizenden guldens vroegen voor een lidmaatschap.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Jonkvrouw Geneviève van Panhuys: 'Voorheen deden we onze goede werken in stilte' Beeld Werry Crone

'We doen mooi werk, daar moeten we de boer mee op'

Jaarlijks houdt de Johanniter Orde ridderdag. “Dat is onze algemene ledenvergadering, want we zijn gewoon een vereniging”, zegt Geneviève van Panhuys. Leden van de protestantse, adellijke orde dragen dan een kruis, zegt ze, of ze dragen een mantel.

“Dat is decorum, dat is wat je ziet. Maar wat de leden drijft, is wat ze voor een ander kunnen doen. Zonder die doelstelling zijn tradities en rituelen niets waard.”

Ze is ruim twintig jaar lid, waarvan tien jaar als kapitteldame. Oftewel: bestuurslid. Tot 2014 was de 53-jarige jonkvrouw verantwoordelijk voor het wervingsbeleid. Belangrijk vindt ze dat mensen niet toetreden alleen omdat iemand in de familie lid was. Ieder moet proeven en ruiken of de orde bij hem of haar past.

Hulp

Hulp aan hulpbehoevenden is de doelstelling van de Johanniter Orde, zegt Van Panhuys. “Daar kun je veel kanten mee op. Je kunt evenementen organiseren, in een bestuur zitten of tilbroeder zijn tijdens een vakantieweek. Dan begeleid je mensen die in een rolstoel zitten, help je ze het busje in en uit als ze op stap gaan. Best zwaar werk. Maar ook artsen hebben we nodig, dominees, penningmeesters.”

Ongeveer zeshonderd leden telt de Johanniter Orde. Daarnaast heeft de orde vierduizend vrijwilligers; van adel hoeven die niet te zijn, vaak zijn ze wel protestants.

“Die mensen werken hard. De Johanniter Orde heeft mooie projecten die goed worden gemanaged. Daarvoor hoeven we ons niet op de borst te kloppen, maar we moeten er wel de boer mee op”, vindt ze.

“In mijn bestuurstijd zaten we middenin een omslag. Voorheen deden we onze goede werken in stilte. Maar onbekend maakt onbemind.”

Ze groeide op in een tijd waarin het not done was te praten over je adellijke achtergrond. Ook thuis niet. “Mijn vader vertelde er wel over, maar de jaren zeventig en tachtig waren best lastig voor mensen uit de adelstand. Alsof je iets geks was.

Georganiseerde samenleving

Dat was een reactie op de gevestigde orde, denk ik, op de strak georganiseerde samenleving van na de oorlog. De oudere generatie vindt het nog altijd ingewikkeld om erover te praten, maar ik denk dat het nu niet meer zo’n issue is.”

Maar praten doet haar orde er nu wel over. Van Panhuys is interim-voorzitter van Generetion Next, een project van de drie adellijke orden en de Nederlandse Adelsvereniging voor kinderen en kleinkinderen van leden.

“Wie ben je, wat zijn je talenten, hoe ga je om met je achtergrond. We bekijken dat filosofisch, spiritueel, historisch, praktisch. Wat is een orde, wat is geloof? Mensen hebben behoefte aan zingeving en bezieling. We worden steeds geprikkeld, moeten van alles in de buitenwereld. Wanneer kom je aan je binnenwereld toe?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden