Review

Wat doet een mens met zoveel geld?

Valery Larbaud: A. O. Barnabooth. Dagboek van een miljardair. Vertaald door en met nawoord van Paul de Bruin. Ambo, Baarn; 240 blz. - ¿ 39,50.

De Complete Werken van A. O. Barnabooth, waaronder zijn 'Dagboek', verschenen in 1913. Toen pas bleek dat Valery Larbaud de schepper was van deze Barnabooth, die hij al eerder 'Gedichten van een rijke amateur' had laten publiceren, vergezeld van een heuse - fictieve - biografie. Larbaud genoot toen al enige bekendheid als schrijver, criticus en vertaler.

'A. O. Barnabooth. Dagboek van een miljardair' werd onlangs in het Nederlands vertaald. Met een bescheidenheid die hem siert kenschetste Larbaud zichzelf als 'een kleine vergeten schrijver van het begin van de XXe eeuw.' Zijn werk heeft dan ook niet de diepgang en de veelzijdigheid van dat van Proust of Gide. Maar het is wel tekenend voor zijn tijd: alles lijkt in een stroomversnelling te zijn geraakt, treinen, automobielen en machines vragen om een nieuwe, snelle manier van leven. De vroegere waarden en stabiele leefpatronen staan op losse schroeven, het geld lijkt een cynische oppermacht waaraan alles onderworpen is. Ondertussen is de ziel van de mens nog niet meegegroeid, en zo experimenteert Larbaud's Barnabooth maar wat met verschillende levenswijzen.

Op zijn drieëntwintigste verkoopt deze Zuid-Amerikaanse multimiljonair al zijn bezittingen om zich eindelijk werkelijk 'vrij' te voelen. Met enkel een onuitputtelijk koffertje met bankpapier, doorkruist Archibald Barnabooth het Europa van vlak voor de Eerste Wereldoorlog, op zoek naar zichzelf en de zin van het leven: Florence, San Marino, Triëst, Rusland, even een omweg via Zweden want daar had hij ooit aardig behangsellinnen gezien, misschien goed voor zijn pied-à-terre in Londen.

Wat doet een mens met zoveel geld? Vrijwel aan het begin van het 'Dagboek' neemt Barnabooth zijn intrek in het Charlton Hotel in Florence. 's Nachts schrijft hij gedichten, of noteert in zijn dagboek. 's Middags struint hij alle chique winkels af, om vervolgens de stapels kanten onderkleding en varkensleren koffers te schenken aan het hotelpersoneel of in de toch al zo sombere Arno te gooien. Schichtig als een straathond zwerft hij door de stad die hem haar grijnzende en troosteloze gezicht toont. In deze toestand van ontreddering wordt hij opgepikt door een vriend, met wie de reis een stuk vrolijker verder gaat. Maar ook deze Franse markies, die een volmaakte wereldse man lijkt, is een wat aparte figuur: hij verzamelt kleine staatjes (niks mis mee natuurlijk) en stuurt zichzelf poste restante in een volgende stad brieven, die hij dan vol spanning ophaalt. Het is zo gezellig om post te krijgen van iemand die je zo goed kent . . .

Het is in elk geval duidelijk dat voor Larbaud geld niet de sleutel tot de vrijheid of geluk biedt. Opmerkelijk is wel dat de schrijver zijn personage zijn heil niet laat zoeken in de kunst. Barnabooth heeft alles om een estheet of een dandy te zijn zoals Huysmans romanpersonage Des Esseintes, of zoals Baudelaire: hij houdt van kunst en bezit genoeg geld. Maar enigszins ironisch laat hij zich uit over zijn Ierse vriend Claremoris, een estheet die lijdt onder zijn symbolische hang naar pure schoonheid. Kunst is niet het echte leven en Barnabooth, die aarzelt tussen decadentie en authenticiteit, kiest uiteindelijk voor het laatste en zoekt zijn heil in aardse, 'eenvoudige mensen', de 'popolana' zoals hij dat noemt.

Vriendschap speelt in het werk van Larbaud, net als bij Gide of Du Perron, een belangrijke rol. Er wordt heel wat afgeboomd, want vrienden zijn er ook om je eigen opvattingen en levenswijze aan te spiegelen en te scherpen. Larbaud's observaties over het effect van vriendschap op de persoonlijkheid van zijn held doen modern aan: aanvankelijk wordt Barnabooth in zo'n contact vormeloos en laat hij zich opslokken als door een amoebe. Pas nadat de vriend zijn 'diepste zelf' heeft blootgegeven en net zo'n twijfelaar als hij blijkt te zijn, krijgt Barnabooth weer enige contouren en komt tot de slotsom dat de 'oplossingen' van anderen de zijne niet zijn.

De vrouwen vormen voor Barnabooth een apart - problematisch - hoofdstuk. Zijn gestuntel op dit punt is beslist komisch. Hij zoekt het in extremen: de eerste, Florrie (!) is een meisje van lichte zeden, die hij in diepe ernst zijn hart, geld en naam aanbiedt. Ze hoeft hem echter niet, haar vrijheid is haar liever. De tweede komt uit zijn eigen kringen, een uit verveling lichtelijk perverse, vrije 'amazone'. Haar hoeft híj uiteindelijk niet, want ze is al getrouwd en overspel is zo burgelijk. Verheven Gevoelens en een huwelijk voor het leven streeft hij na. Maar trouwen zal onze Barnabooth, alsof een nabootsing van goed-burgelijke zeden, hoe ongeloofwaardig ook, houvast en struktuur moet bieden in een leven dat geen eigen kaders of tradities bezit. Uiteindelijk mondt de speurtocht naar het absolute uit in een vreemdsoortig huwelijk met Concha, één van de twee jonge landgenotes die de rijke weldoener van de straat heeft weten te houden. En al vertelt Larbaud ons niets meer over hoe het zijn Barnabooth later in Zuid-Amerika vergaat, erg optimistisch over zijn diepere queeste hoeven we niet te zijn. Niet voor niets heeft de papegaai van deze Concha in het Dagboek het laatste woord.

Het aardige van dit boek, naast de soms wat abstract blijvende overpeinzingen en discussies, zijn de sfeertekeningen en de levendige indrukken van Europese steden en landschappen. Larbaud heeft duidelijk getracht een impressie te geven van een complexe werkelijkheid die zich nauwelijks in taal laat vangen. Kleuren, geluiden, beweging, geuren, emoties, alles kan tegelijk door ons bewustzijn geregistreerd worden, maar de taal dwingt je die simultane indrukken uit elkaar te halen en in een bepaalde volgorde te zetten.

Zoals Joyce met zijn 'monologue intérieur' die stroom van gedachten en indrukken van zijn personages trachtte weer te geven, zo zet Larbaud allerlei indrukken - de kleuren van de hemel, de schreeuw van een venter - zomaar zonder verbindingswoordjes naast elkaar, naast herinneringen of overpeinzingen, in de hoop dat de lezer die verschillende 'impressionistische' toetsen laat versmelten tot één geheel. Daarbij is het beslist leuk reizen met Barnabooth/Larbaud, in zo'n deftig automobiel uit het begin van onze eeuw, of in de privé-wagon die hij laat vastkoppelen aan de express naar Wenen of Moskou.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden