Wat doen we straks met al die voorraden polio-virus?

AMSTERDAM - Hoe groot is de kans dat een virus uit een laboratorium ontsnapt? Wat zijn daarvan de gevolgen? En: wat kun je doen om zoiets te voorkomen?

Het zijn drie vragen die, sinds de mens micro-organismen kweekt en bestudeert - produceert en tegenwoordig zelfs manipuleert - aan de orde zijn. Ook bij polio, en daar krijgt deze trits extra gewicht nu de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) haar doel om na de pokken ook deze ziekte wereldwijd uit te bannen, begint te naderen. Op dit moment worden kinderen al bijna overal gevaccineerd, als de ziekte is uitgeroeid kun je daarmee stoppen. Maar wat als dan, jaren later, de verwekker ergens ontsnapt? En in een zee van onbeschermden belandt? Zeker is dat dat desastreus zou zijn.

Met dit in gedachten krijgt het ongeval bij het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieuhygiëne (RIVM) waarover Trouw eerder deze week berichtte, een heel wat zwaardere lading. Een slang schoot los, een medewerker en, later, zijn zoontje raakten besmet. Het gebeurde vijf jaar geleden en de gevolgen bleven beperkt. Maar het gebeurde wel in een hoogontwikkeld westers land, en in een gerenommeerd laboratorium. Wat te denken van de situatie op een buitenpost ergens in Afrika of Azië?

Het incident zal dan ook zeker een rol spelen in de op handen zijn de discussie over wat te doen met laboratorium-voorraden van het polio-virus zo gauw we de ziekte eronder hebben. Het doet het al. Vandaag, in een discussie in het wetenschappelijk vaktijdschrift Science.

Er zijn nogal wat laboratoria over de wereld waar ze polio-virus bewaren, schrijven Alan W. Dove en Vincent R. Racaniello van de afdeling microbiologie van de Columbia universiteit in New York. Het zijn er honderden, duizenden wellicht. Er bestaat geen centraal register.

De aanpak wordt straks: alle virusvoorraden in kaart brengen en vervolgens vernietigen. Maar hoe weet je zeker dat je niks mist? Dat ze nergens iets over het hoofd zien? Niet altijd zit in een potje wat erop staat. En vernietigen? De DNA-volgorde van het beestje is bekend, het is zo klein, dat moet een terrorist in de toekomst kunnen namaken.

Dat terrorisme-argument is net zo vergezocht als bekend. Nog maar enkele jaren geleden klonk het in de discussie over de vraag wat te doen met de laatste resten van het pokken-virus. Dove en Racianello zijn om bijna persoonlijke reden tegen vernietiging straks van alle polio-virus, meent dr. A. M. van Loon, hoofd van de afdeling virologie van het Academisch Ziekenhuis Utrecht.

Ietwat versimpeld: het zijn fundamenteel-onderzoekers, die er hun levenswerk van hebben gemaakt om het virus te bestuderen. Ze raken hun 'speeltje' kwijt. Dus zijn ze tegen vernietiging van virus-voorraden onder het motto 'dat heeft toch geen zin'.

Van Loon zelf heeft een iets meer op de praktijk gerichte betrokkenheid bij polio. Hij hield zich altijd meer bezig met bestrijden. Hij hoort dan ook duidelijk tot het andere kamp dat het karwei straks wil afmaken: eerst de ziekte de wereld uit, en dan het virus zelf.

Voor de deskundigen in zijn kamp is het ongeluk bij het RIVM van vijf jaar geleden natuurlijk een welkom argument. Het onderstreept nog eens dat je de vragen uit het begin van dit artikel eigenlijk maar op één manier bevredigend kunt beantwoorden: door er voor te zorgen dat er in het laboratorium geen virus meer is.

Het incident wordt in Science aangedragen door Harry F. Hull en R. Bruce Aylward van de WHO, die Dove en Racianello van repliek dienen. Als we er straks na, zeg, vijftien jaar in zijn geslaagd om honderden miljoenen mensen te vaccineren moet het 'schoonmaken' van een paar honderd laboratoria toch ook mogelijk zijn, is een van hun andere argumenten.

De beide artikelen verschijnen aan de vooravond van een meer officiële start van dit debat. Eind september bespreken deskundigen uit een groot aantal landen bij de WHO in Genéve voor het eerst de vraag wat er met de laboratoriumvoorraden polio-virus moet gaan geschieden.

Die bijeenkomst is een logisch gevolg van de stand van zaken bij de wereldwijde uitroeiing van polio, zoals die in 1988 onder aanvoering van de WHO werd aangepakt. Officieel mikt de WHO nog steeds op het jaar 2000, Dove en Racianello gaan uit van 2003 en dat lijkt ook Van Loon wat reëler. Vorig jaar werden nog altijd zo'n 4 000 gevallen van de ziekte gesignaleerd, tegenover 35 000 in 1988. Maar hoe dan ook: het moment waarop het doel bereikt gaat worden, lijkt dichtbij.

Hoogste tijd

En dus is het de hoogste tijd om met de laboratorium-discussie te beginnen, zegt de Nederlander. Bij de pokken liet dat lang op zich wachten. In 1977 werd, in Somalië, het laatste slachtoffer van die ziekte gesignaleerd.

In de jaren tachtig was er in Groot-Brittannië nog een laboratorium-incident, maar pas begin jaren negentig kwam de vernietiging van het pokken-virus hoog op de agenda te staan. Nog altijd is die discussie niet afgerond en in Atlanta en Novosibirsk wordt door Amerikanen respectievelijk Russen dan ook nog een voorraad van dit virus bewaard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden