’Wat doe jij bij de Dodenherdenking op de Dam?’

Afgelopen dinsdag vertelde ik buurvrouw B. terloops dat ik het ietwat schuchtere applaus op de Dam na de Dodenherdenking eigenlijk wel kon waarderen.

’De Dam? Wat doe jij in godsnaam bij de Dodenherdenking op de Dam?’ Ik schrok, want ze klonk alsof ze me aan de tand ging voelen over een uitermate beschamende episode in mijn leven. Ik ben inderdaad nogal Republikeins aangelegd en vind dat de functie van staatshoofd niet iemand ten deel moet vallen op grond van huisadres, neuslengte of de omstandigheid dat hij of zij pas tijdens het vouwen in de gaten heeft dat een rijwiel geen vouwfiets maar een gewone fiets is. Of op grond van afkomst natuurlijk, die zou ik bijna vergeten. Ik zeg het nogal onhandig, want ik voel dit ook nogal onhandig. Ik ben eens met enkele honderden anderen uitgenodigd door de koningin om deel te nemen aan een maaltijd plus conferentie over medische ethiek in het Paleis op de Dam.

Ik heb die uitnodiging niet verontwaardigd teruggestuurd met de aantekening: Wat denkt u eigenlijk wel van mij?

Het ging precies andersom, ik vond het chique dat de koningin, of iemand in haar buurt, mij uitnodigde en vertelde het graag aan mensen om mij heen.

Er werd gegeten in de Burgerzaal en ik vond het een belevenis daar te mogen zitten, eten en praten. Ik heb de koningin toen ook een hand gegeven waarbij ik de instructies graag volgde om niets te zeggen. Het was kort nadat Claus in het openbaar zijn stropdas had afgedaan dus op dat punt kwam ik met de schrik vrij, want ik heb geen stropdassen.

Als Republikein ben ik dus nogal een meewaaierig type.

Ik had dit allemaal beter niet kunnen zeggen want buurvrouw keek mij met een snel groeiend medelijden aan dat elk ogenblik kon omslaan in minachting. Ik stak dus gauw over naar haar beleving van 4 mei en werd daarmee een sfeer binnengeleid die ik mij slechts vaag bewust was. Ik bedoel de vergelijking van de verschillende herdenkingen in termen van kwaliteit van het gebodene, en dit dan weer gekoppeld aan recht van bijwoning op grond van je eigen oorlogsverleden of dat van je familie. We beperken ons tot 4 mei en laten de verschillende op kampen gebaseerde bijeenkomsten in Amsterdam (Ravensbrück – Buchenwald – Auschwitz) buiten beschouwing. Het gehalte van een herdenking wordt bepaald door wat de slachtoffers die er niet bij kunnen zijn er aan zouden beleven als ze het konden zien. Stelt buurvrouw. Zo bekeken is de bijeenkomst in de Hollandsche Schouwburg de enige echte. Zij noch ik zouden ons daar ooit in de buurt durven wagen, want daar ligt er een bijzondere ernst over het gebeuren die een katholieke jongen uit 1947 niet goed kan bevatten en waarschijnlijk zou verstoren.

Vroeger was er op tv altijd aandacht voor die klok op de Waasdorper of Waaldorpervlakte, de naam suggereerde voor mij een of andere toendra, op onbegrijpelijke wijze in Zuid-Holland gesitueerd, waar een oud verzetsman in overall nog altijd pal stond in zwart silhouet tegen de wanhopig rokerige avondhemel. Maar wie zelf nooit in het verzet zat die hoorde daar niet heen te gaan. Bovendien vond ze het te ver van Amsterdam.

In haar jonge jaren nam ze deel aan de stoet die vertrok vanaf de Marnixstraat. Er heerste een rustige, intieme sfeer van saamhorigheid op de Dam. Maar dat ging allemaal verloren toen Beatrix daar ook begon te komen. Wat zij onvermijdelijk achter zich aan sleepte in de vorm van hofprotocol en bobo’s versjteerde het hele gebeuren in haar ogen.

’Er zijn maar weinig mensen die het recht hebben om tijdens die plechtigheid vooraan te gaan staan. En die dat recht hebben, die zijn er waarschijnlijk nauwelijks in geïnteresseerd.’ Zij keek mij priemend aan en vervolgde: ’Maar iemand die de oorlogsjaren in Canada heeft doorgebracht, Canada! Hoor je me? Wat moet die daar?’

Ik wilde iets tegenwerpen door boven Beatrix uit op de duiven te wijzen die in de twee minuten vlak boven de menigte in gezegende onwetendheid doorgaan met vliegen en poepen, maar buurvrouw was nog niet klaar. ’Over bobo’s gesproken, leg jij mij eens uit waarom Wim Kok, een man die in het diepst van zijn ziel overhemden staat te strijken, waarom die daar vooraan moet zitten? Toch niet omdat hij een kwartier van zijn kabinetsperiode afhaalde over Srebrenica?’

Buurvrouw besloot met een verwijzing naar de herdenking die ze al jaren bijwoont, de Apollolaan natuurlijk. Goede sprekers, prettig publiek en inderdaad een sfeer van saamhorigheid, want daar gaat het immers om.

Wij besloten onze bijeenkomst met het verhaal van de joodse schipbreukeling die na jaren op zijn eiland ontdekt wordt door een langsvarend schip. De redders vroegen hem: ’Maar waarom hebt u nou twee synagoges gebouwd?’

En de jood antwoordde: ’Die aan deze kant van het eiland, kijk dat is mijn sjoel, maar in die andere, daar zie je me nooit!’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden