’Wat doe je als jouw kerk verdwijnt?’

Van alle kerken krimpt de doopsgezinde het snelst. De grootste groeier is de gereformeerde gemeente. Slot van een drieluik uit Apeldoorn: het ‘bevindelijke’ gezin Schut ontmoet zijn doopsgezinde plaatsgenoot Henk van Elburg. „Het gaat niet om de aantallen, toch?”

‘Oei.’ John en Willeke Schut uit Apeldoorn schrikken wel even als ze horen hoe het gaat met de kerk van hun bezoeker Henk van Elburg. Een halvering van het ledental in amper vijftien jaar, dat is ’echt heel veel’. Hoe anders is het in hun eigen Gereformeerde Gemeente (gergem); die is – met dertien procent sinds 1990 – flink gegroeid.

Aanvankelijk wisten John (42) en Willeke (36) niet dat Apeldoorn een doopsgezinde kerk heeft. Voor het adres keken ze in het telefoonboek. Vervolgens zochten ze op internet naar meer informatie.

Ze lazen dat de doopsgezinden internationaal verwant zijn aan de Amish, bekend om hun wereldmijdende levenswijze. Daarin herkenden John en Willeke wel iets van hun eigen orthodox-gereformeerde visie; ze hebben bijvoorbeeld geen televisie. Verder lazen ze dat de Nederlandse doopsgezinden als ’vrijzinnig’ te boek staan. Dat riep wel vragen op.

„Vrijzinnigheid betekent voor mij vrijheid van denken”, zegt Henk van Elburg (46). Hij haast zich te zeggen dat hij zichzelf niet ’echt’ doopsgezind vindt, omdat hij geen belijdend lid van de doopsgezinde kerk is, maar slechts ’vriend’.

Henk kent de kerk van John en Willeke wel, zegt hij. „Ik woon er om de hoek. Als ik de hond uitlaat loop ik er vaak langs. Dan zie ik dat het er tot op de laatste rij vol is. En ik kan jullie al van verre horen zingen. Soms blijf ik even staan om te kijken of ik de dominee kan zien.”

John Schut onderbreekt hem. „Je mag ook binnenkomen, hoor.”

„Dat heb ik wel eens overwogen”, zegt Henk.

„Of is de drempel te hoog?”, vraagt Willeke.

„Ik aarzel”, zegt Henk. „Ik wil niet de indruk wekken dat ik jullie kerk een attractie vind. En ik vermoed dat iedereen me zal aankijken als ik binnenkom.”

Willeke knikt. Ze begrijpt de aarzelingen, zegt ze. En misschien zijn die nog wel terecht ook. Dat zit haar niet helemaal lekker. „Als wij geen wervende kerk zijn, gebeurt bij ons hetzelfde als bij jullie.”

Zo’n grote volle kerk, zegt John, dat is natuurlijk mooi, maar je loopt het risico dat het onpersoonlijk wordt. „Dat je niet meer weet wie er voor of achter je zit.”

Volgens Willeke valt dat nogal mee. Gemeenteleden van dezelfde generatie treffen elkaar ook via de (reformatorische) school waar de kinderen allemaal naar toe gaan, en ze ontmoeten elkaar op een van de bijbelkringen. Het aantal deelnemers aan een bijbelkring in de Gereformeerde Gemeente is ongeveer gelijk aan het aantal bezoekers van de zondagse dienst in de doopsgezinde kerk: 35. Ter vergelijking: de gergem trekt elke week zo’n 900 kerkgangers.

„Ach”, zegt Henk. „Het gaat niet om de aantallen, toch?”

„Maar je wilt toch graag met anderen delen wat je mooi en belangrijk vindt?”, vraagt Willeke.

John: „En in de gemeenschap kun je elkaars geloof stimuleren.”

Zeker, vindt Henk. Stimulans van een gemeenschap ervaart hij in de broederkring, de maandelijkse gespreksgroep van mannen uit de doopsgezinde kerk. „Wat ik zoal geloof en waar ik mee worstel, kan ik daar kwijt”, zegt hij. „En in zo’n kleine groep kom je als individu veel meer aan bod.”

Henk werkt bij het energieagentschap van het ministerie van Economische Zaken. Zijn baan bepaalt hem sterk bij het onderwerp ’klimaatverandering’. Volgens Henk komen we op ’een point of no return’ en wordt het tijd om het christelijke principe van rentmeesterschap eens serieus te gaan nemen. Daarbij ziet hij de kerk als ’een distributiekanaal’, waar je mensen kunt bereiken met de boodschap dat het vijf voor twaalf is.

„We moeten de aarde overdragen aan onze kinderen”, zegt hij. „Daarom verwacht ik dat de kerk zich engageert. Dat er in de preek wordt opgeroepen om goed met het milieu om te gaan.”

De dominee die vanaf de kansel suggereert dat de thermostaat best een graadje lager kan of dat zijn toehoorders wat vaker de fiets zouden nemen – zou dat in de gergem voorstelbaar zijn?

„Een heel enkele keer komt het milieu bij ons in de kerk wel aan de orde”, zegt John. „Maar niet met het oog op de generaties na ons. Het gaat dan om de vraag hoe wij verantwoord kunnen leven tot Gods eer.”

Willeke: „God heeft Zijn schepping zó mooi gemaakt, als wij dat verprutsen”

Volgens John is de kerk er niet in de eerste plaats om maatschappelijke onderwerpen aan de orde te stellen. „De relatie met God gaat bij ons boven alles. Je hebt niks aan een mooie en schone aarde als je geen relatie met Hem hebt.” Maar daar staat tegenover: „Als je Gods liefde ervaart zul je vanzelf beter op Zijn schepping gaan letten.”

John begrijpt Henks voorkeur voor geëngageerde preken best. „Als je het milieu belangrijk vindt, ja, dan spreken praktische preken je aan.”

Een vraag die vrachtwagenchauffeur John vaak bezighoudt, is hoe je er in je dagelijks leven blijk van geeft dat je christen bent.

„Ik rijd soms door het land en zie al die mensen. Dan denk ik: zij hebben allemaal een ziel voor de eeuwigheid. Ooit komen zij voor Christus. Maar kennen zij Hem ook? En straal ik wel uit dat ik Hem liefheb? Aan Willeke merken mensen altijd meteen dat ze christen is. Aan mij niet.”

„Bij jou verwachten mensen het niet”, lacht Willeke. „Want jij bent altijd zo vrolijk.” Als John bij klanten komt, zeggen die wel eens: ’God wat ben je laat’. Waarop hij dan antwoordt: ’Noem mij maar gewoon John, hoor’.

John wil graag van Henk weten: „Wil jij óók uitstralen waarvoor je staat?”

„Het mooist is als je bént waarvoor je staat”, zegt Henk. Hij vindt het geloof ’bepaald niet achterhaald’ en ook ’zeer van deze tijd’. „Er zijn wel eens situaties dat het erop aankomt, dat ik moet zeggen dat ik geloof. Naarmate ik ouder word heb ik steeds minder schroom om dat te doen.”

John: „De Heere Jezus zegt: als jij je voor mij schaamt, zal ik me bij mijn Vader voor jou schamen.”

De kerk van Henk van Elburg dankt zijn naam aan hoe men er denkt over de doop. Die bedienen doopsgezinden niet aan kinderen maar aan volwassenen. Dat gebeurt wanneer iemand – in eigen gekozen woorden – belijdenis doet. Soms worden in de gergem ook wel volwassenen gedoopt, zegt John. Dat zijn dan mensen die pas op latere leeftijd tot de kerk toetreden. Tegelijk met hun doop doen zij vaak ook belijdenis, door in te stemmen met een vaststaande formulering.

Niet dat er iets tegen een persoonlijke belijdenis is, maar, zegt John: „Niet het geven van een getuigenis is het belangrijkste, maar je relatie met de Heere Jezus Christus. Dat Hij ook voor jou is gestorven, dát is de inhoud van je leven.”

In een eerder gesprek zei Willeke: „Door de Bijbel te lezen kwam ik tot het inzicht dat God van mij houdt.” En, zei ze erbij, „soms merk je opeens dat de hand van de Heere aan het werk is in je leven.”

Zo’n ervaring heet wel ’bevinding’, en de kerk van John en Willeke wordt ’bevindelijk-gereformeerd’ genoemd, vanwege het belang dat men hecht aan die ervaring. Zou er aan de doop-met-belijdenis in de doopsgezinde kerk óók een vorm van ’bevinding’ voorafgaan?

„Ik denk dat aan elke belijdenis een soort godservaring vooraf gaat”, zegt Henk. „Al is de vraag natuurlijk wat je daaronder verstaat. Volgens mij hoeft het niet per definitie een uniek moment te zijn waarop iemand ineens het licht ziet. Misschien kan het ook een geleidelijk proces zijn, of een reeks van kleinere ervaringen.”

Maar, zegt Henk nog maar eens, hij spreekt niet als overtuigd doopsgezinde – die zou misschien wel iets veel principiëlers antwoorden.

Willeke serveert koffie met stroopwafels. John volgt Henks blik die door de kamer gaat, en wijst op het schilderij aan de muur, een reproductie van Nieuw Leven II van Henk Helmantel: een takje in een glazen vaasje op een opengeslagen Statenbijbel. Door de bolling van het glas lichten de woorden ’Jesu Christi’ op. „Wij hebben het aangeschaft om de symboliek”, zegt John. „Christus is de bron van het nieuwe leven.”

Henk staat op uit zijn stoel om het schilderij beter te bekijken. „Ik denk dat zelfs niet-gelovigen dit mooi kunnen vinden”, zegt hij. „Het zet me wel aan het denken. Ik vind zo’n verweerde Bijbel in al zijn eenvoud heel veelzeggend.”

John knikt. „Als er geen Bijbel was afgebeeld maar een ander boek, een telefoongids, of een koran, dan had het schilderij veel minder waarde voor ons.”

Henk vertelt nog wat over zijn geloofsgeschiedenis. Hij groeide op in gereformeerd (nu: Protestantse Kerk in Nederland) Putten, deed gedurende zijn studietijd weinig aan het geloof, maar merkte na de geboorte van zijn kinderen dat de kerk weer trekt.

John luistert aandachtig. Of hij zich zou kunnen voorstellen dat zijn geloof een tijd op een laag pitje komt te staan? „Mijn geloofsleven kent ook pieken en dalen”, zegt hij. „Maar geen dalen die jaren duren.”

Hij vraagt zich af hoe het met Henks geloof verder zou gaan als de doopsgezinde kerk ophoudt te bestaan – gezien de krimp geen vreemde gedachte. „Word je dan weer gereformeerd?”

„Wie weet”, zegt Henk. „Maar het belangrijkste vind ik dat mijn geloof weer actief is. De geest is uit de fles, wie weet waar dit eindigt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden