Wat doe je als je niet kunt slapen?

null Beeld getty
Beeld getty

Auteur Vrouwkje Tuinman slaapt niet. Al heel lang niet. Dan heb je lekker meer tijd om te werken, zeggen vrienden. Verslag van een worsteling.

Ooit, toen ik al een jaar wakker was, kreeg ik een psycholoog toegewezen die mij zou leren ontspannen. In zijn werkkamer lag een losse matras met een badstof laken erop. Daar moest ik op gaan liggen, mijn ogen sluiten, en luisteren. Zijn stem somde onderdelen van mijn lichaam op die ik zwaar ging maken, de zogeheten bodyscan: zware tenen, zware voeten, en zo naar boven toe, net zo lang tot ik bijna door het plafond schoot van de adrenaline. Op deze manier, zei hij, moest ik het thuis ook gaan doen, 's avonds in bed.

Ik was al een jaar wakker - natuurlijk niet helemaal aan één stuk, maar wel vrijwel, ik spookte soms de hele nacht door het huis en sliep alleen tussen zes en acht soms een beetje - mijn hoofd was niet stil te krijgen - en deze man dacht dat ik zou opknappen als ik het nog wat extra zou activeren met een mentale ontspanningsoefening.

Dat het niet werkte, kon niet kloppen, zei hij, want statistisch gezien moest het werken.

Bijna alle slaapzelfhulpboeken die ik heb gelezen, lijken te zijn geschreven door mensen zoals deze psycholoog: goedbedoelende, zelf uitstekend slapende mensen, die niet begrijpen dat nu juist de geest, en zeker de dwangmatig wakkere, sterker is dan alle trucjes die op papier zo gaapverwekkend lezen.

Dat geldt niet voor 'De slaaprevolutie' van Arianna Huffington. Deze Pulitzer Prize-winnaar, oprichter van The Huffington Post, vaste gast op de lijsten van 's werelds invloedrijkste personen, kan veel, maar slapen was daar een hele tijd niet bij. En dat hoefde ook niet, vond ze. 'Slaapgebrek is de nieuwe lingua franca', schrijft ze in haar onlangs verschenen boek. 'Velen ervaren het niet in eerste instantie als een mankement, maar als een kwaliteit. Wie maar drie uur slaap per nacht nodig heeft, of zegt te hebben, staat daarmee boven hen die een derde van hun bestaan inactief doorbrengen. Wie wakker is verdient geld, verovert macht en leeft het leven ten volle.'

Pulitzer Prize winnaar Arianna Huffington Beeld epa
Pulitzer Prize winnaar Arianna HuffingtonBeeld epa

Alleen is dat niet waar. Het kostte Huffington een aantal jaar om daarachter te komen. Jaren waarin ze nauwelijks sliep, steeds gedesoriënteerder achter haar bureau (en achter het stuur) zat en uiteindelijk letterlijk in slaap viel en in een plas bloed wakker werd. Haar gezicht lag in puin.

De eerste maanden dat ik niet kon slapen dacht ik: dat gaat binnenkort wel over. Als die ene klus af is, of die andere. Uiteindelijk waren alle opdrachten af en bleef ik wakker. Letterlijk. Ik lag in bed en wachtte tot het ochtend werd. Dan zakte ik meestal even weg, maar om acht uur zat ik weer achter mijn laptop. "Je zult wel niet echt moe zijn", zei mijn huisarts, "anders sliep je wel."

Maar ik was wel moe. Doodop, zelfs. En dat bleef ik. Als ik een slaappil nam, kon ik geen rechte lijn meer lopen (geen idee waarom ik dat midden in de nacht per se wilde) maar slapen deed ik ook niet. Als ik ontspanningsoefeningen deed, werd ik alsmaar alerter. Als ik me fysiek uitputte, wilde mijn lichaam na afloop maar één ding, precies dat ene dat ik het niet kon geven.

"Wel fijn dat je op die manier veel meer werktijd hebt", zeiden vrienden om me op te beuren. Een bekende aanname, die Huffington met de grond gelijk maakt. Bijna niemand krijgt in een tachtig- of honderd-urige werkweek, die vooral in de financiële sector op een voetstuk wordt gezet, meer voor elkaar dan in pakweg de helft daarvan. Integendeel: mensen vergissen zich in komma's, nemen roekeloze beslissingen en missen het overzicht. Soms leidt dat tot het verschil tussen miljoenen en miljarden dollars, soms gaat het mis met mensenlevens - ook artsen en verpleegkundigen lopen veelvuldig als halve zombies door het ziekenhuis.

Dood door overwerk

In diverse oosterse talen is er een woord voor 'dood door overwerk', mensen die in hun bureaustoel, met hun hoofd op het toetsenbord, worden gevonden. Ze hebben een hartaanval gehad, een beroerte, ze waren totaal ondervoed. Of ze verongelukken, hallucinerend na weer drie nachten zonder slaap.

Huffington werd na haar val gerepareerd door een chirurg, maar daarna begon het echte helen pas. Ze moest leren de slaap in haar leven te integreren. Stoppen met werken tot na middernacht, met ontbijtvergaderingen om zes uur 's ochtends. Ze ging zich verdiepen in het fenomeen van de slaap. In 'De slaaprevolutie' legt ze beeldend uit hoe slapen fysiek en psychisch in elkaar zit.

Door de eeuwen zijn onze ideeën over 'nachtrust' nogal veranderd. De norm dat je als echtpaar samen moeten slapen (en je dus moeten verhouden tot andermans gesnurk, gewoel en beeldschermgebruik) is van vrij recente datum. Aanvankelijk brachten mensen, zodra de financiën, de veiligheidsomstandigheden en het klimaat het toestonden, juist apart de nacht door. Lekker rustig. Nu hebben we bijna allemaal een huis met meerdere kamers, maar is het bijna een taboe als je niet in hetzelfde bed ligt.

Daarnaast heeft de uitvinding van de gaslamp en (vooral) elektrisch licht de invulling van ons dagschema omgegooid. In vroeger tijden gingen mensen naar bed als het donker werd - ook als dat om zeven uur 's avonds was. Het was niet gek als je dan ergens halverwege de nacht wakker werd. Dan scharrelde je wat rond, kletste met elkaar. Of je bleef lekker liggen, overdacht je leven, ontspande, met als bonus nog een paar uur-tjes dromen.

Wat was daar eigenlijk mis mee? Hele volksstammen hebben hun oog nog niet half open of ze moeten (ook om drie uur 's nachts) alweer iets: opstaan, op een telefoon kijken, niets missen.

Waarom prefereren we dat boven de knusse nachten van weleer? En waarom klagen we tegelijkertijd massaal over vermoeidheid?

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

IJzeren dagritme

Zelf slaapt Arianna Huffington alweer jaren goed, ze zag haar productiviteit en ook haar gezinsgeluk toenemen. Maar ze wás ook daadwerkelijk in de gelegenheid om minder te werken, een rustige slaapkamer in te richten, een ijzeren dagritme aan te houden en 's middags de tukjes te doen waarvan ze voorspelt dat die normaal gaan worden in de 21ste-eeuwse werkomgeving, waarin elk bedrijf zijn eigen 'dutjeskamers' zal krijgen. Ik zie dat er bij de gemiddelde glazenwasser, vakkenvuller en staalarbeider niet van komen. Een groeiend deel van de westerse populatie schijnt alleen rond te kunnen komen van twee of zelfs drie banen. Hoe zit het met die mensen? Is het gevolg van de revolutie waar we middenin schijnen te zitten een extra verdieping van de kloof tussen arm en rijk? Of gaat de uitgeputte onderklasse zich redden met een zakje lavendel en een ban op cafeïne?

Dat ontspanningsoefeningen bij sommige mensen werken, betekent niet dat ze iedereen knock-out slaan. Dat warme melk bij de een helpt, betekent niet dat de ander er baat bij heeft. Gelukkig maar, want anders zou iedereen elke avond warme melk moeten drinken, en kersensap, en kruidenthee, met daarbij havermout, walnoten, sla, garnalen en een banaan - en dat alles in de wetenschap dat je vooral niet vlak voor bedtijd je spijsvertering aan moet slingeren, want ook dat is een van de belangrijkste voorschriften voor een goede nacht.

Mijn slaapprobleem bleek uiteindelijk chemisch van origine. Ik had een neuroloog nodig, melatoninepillen die ongeveer vijftig keer zo sterk zijn als die van de drogist, en weer andere pillen inclusief een psychiater, want ik was inmiddels twee jaar wakker en niet helemaal snik meer. We zijn nu een decennium verder en het evenwicht is wankel. Het gaat goed als ik heel regelmatig leef, na achten niet meer communiceer of andere prikkels toelaat en me netjes aan mijn medicatie houd.

Het gaat goed als ik me niet laat overmannen door schuldgevoel. Als ik weer eens iemand afserveer die van mening is dat een avond met hem of haar de snelweg naar ontspanning en goede slaap is. Vooral gaat het goed als ik erin slaag weinig over (niet) slapen na te denken. Het onderwerp loslaten. Dat lukt helaas alleen als ik goed ben uitgerust.

Wat voor mij werkt

's Avonds na achten rustige dingen doen, die me niet al te veel interesseren, maar waar ik me ook niet aan erger. Het hoofd moet stil worden.

Zoveel mogelijk zorgen dat ik 's nachts niet wakker word. Niet te veel drinken en juist wel iets eten. Want als ik moet plassen, of van de honger ontwaak, duurt het uren voor ik weer inslaap.

Accepteren dat ik een ochtendmens ben. Niet langer accepteren dat anderen me daarom een minder leuk/interessant/ sociaal mens vinden. Zij liggen er ook niet wakker van.

Vrouwkje Tuinman (42) is schrijver en dichter. Haar laatste dichtbundel 'Sanatorium' verscheen in 2014. In september kwam haar vierde roman 'Afscheidstournee' (uitg. Cossee, € 18,95) uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden