Review

'Wat denken ze wel! Denken ze wel!

'Meneer en mevrouw zijn gek', uitg. Ambo, 29,50, 266 blz, volgende week in de boekhandel.

De eerste poging van Yvonne Keuls om contact te leggen met de bewoners van Statenkwartier, een afdeling van Bloemendaal, loopt mis. Keuls beschrijft haar 'onbescheiden' entree als volgt (blz. 29):

'Ik groet te hard en praat te druk met het personeel. Ik wil alles weten. Kortom, ik doe te veel mijn best en etaleer daarmee zoveel onzekerheid dat Trees, die - zoals ik later zal ontdekken - direct alles van iemand doorheeft, mij wel durft af te straffen. 'Kom je doen?' vraagt ze. Ze wacht niet op mijn antwoord. 'Oprotte!', zegt ze, en ze komt naar mij toe om me daarbij een handje te helpen. 'Pak op je donder kan je krijgen.' Ik spring behendig opzij zodat haar schop mij niet raakt, en loop achteruit terwijl zij haar gram verder spuit. 'Je bent toch niet gek, he, met je mooie schoentjes aan? Wat doe je dan hier? Oprotte!'

Keuls: "Ik heb daarvan geleerd dat je je moet presenteren met al je mankementen. Alleen dan word je geaccepteerd. Of niet. Sommige bewoners wilden niets met me te maken hebben. Er was een man die altijd wegdook achter een boek als ik binnenkwam. Dat heb je te respecteren. Hij komt wel in mijn boek voor, maar figureert op de achtergrond en is misschien juist daardoor dubbel aanwezig. Anderen drongen zich juist aan me op, of deden zich anders voor dan ze werkelijk waren. Daarom moet je er ook zoveel tijd voor nemen. Dan ga je erbij horen en zie je ook of iemand een vertoning geeft."

'De mensen zijn al aan me gewend. Ze kijken niet meer op als ik door de huiskamers struin, ze gaan gewoon door met hun leventje. Ook mevrouw Quarles en mevrouw Vrolijk accepteren mij als behorend tot het onvermijdelijke personeel, ze gaan rustig verder met hun gekibbel terwijl ik naast hen zit en geven mij de indruk dat ze een 'act' opvoeren.' (blz.56)

Eerder schreef Keuls boeken over zwerfjongeren (Jan Rap en z'n maat, Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel), over heroinehoertjes (Het verrotte leven van Floortje Bloem) en drugsverslaving (De moeder van David S.). En nu dus een boek over psychiatrische patienten. Het eerste, want tijdens haar verblijf in Bloemendaal ontdekte ze dat daar zoveel gebeurt, dat het 'te veel' is voor een boek. Zo zou ze nog graag een boek willen wijden aan mensen die op hoge leeftijd psychische problemen krijgen en mensen die als gevolg van een psychiatrische stoornis in aanraking zijn gekomen met justitie. Keuls lijkt geobsedeerd door personen die op de rand van het bestaan balanceren. "Wat mij boeit in mensen die naar het randje zijn gedreven, dat ze niet meer geplaagd worden door conventies. Alles komt eruit, als het erop of eronder is. Voordat ze over de rand vallen, willen ze nog even alles uitschreeuwen. Mensen die denken dat alles verloren is, hebben vaak nog zo'n verschrikkelijke behoefte om te overleven. Dat boeit me, omdat ik zelf ook zo ben. Ik houd van risico's, wil op het randje lopen. Wat me ook is opgevallen is dat mensen die nagenoeg verloren zijn, nog zo vreselijk kunnen lachen om zichzelf. Een absurde mengeling van doodsangst en humor."

De bewoners van Bloemendaal die 'optreden' in haar boek, zijn geent op reele personen, maar ze bestaan niet echt. "Ik schep een nieuw mens door drie of meer verschillende personen te mengen. Het Haagse dialect van bewoner nummer een combineer ik met de achtergrond van nummer twee en de behandeling van nummer drie. En dan stop ik er ook nog een stukje van mezelf in. Een vrouw als Ida Been bijvoorbeeld, die voortdurend de kont tegen de krib gooit, is een variatie op mezelf, een afsplitsing van Yvonne Keuls. Ik heb weliswaar patienten ontmoet als Ida Been, maar ze heeft gestalte gekregen omdat ik mijn ziel erin geblazen heb."

Ze heeft nooit met een bandapparaat of een blocnote rondgelopen in Bloemendaal. 'Waarom maak je geen aantekeningen?' wil Winnie weten. 'Ik zit hier niet voor niks te kletsen, hoor.' 'Als ik thuis ben, schrijf ik wat op.' 'Ja, wat.' 'Wat je vertelt.' 'Ik vertel zoveel, dat weet je toch zeker niet meer?' 'Dat klopt, ik probeer het ook eerst te vergeten en dan later, misschien morgen of overmorgen, borrelt er wat omhoog en dat schrijf ik dan op.' 'En wat doe je met mij?' 'Ik maak je onherkenbaar. Andere naam, andere feiten, andere achtergrond.' (blz.150)

Keuls: "In dit boek zitten ook ervaringen die ik tien jaar geleden al heb opgedaan in het psychiatrisch ziekenhuis Wolfheze. Deze week was ik nog even in Bloemendaal. Ik ging op een bankje zitten naast een vrouw. Ze zei niets en dan houd ik ook m'n mond. Tot ze op een gegeven moment mompelde: 'Wat denken ze wel! Denken ze wel! Denken ze wel!' Die ene zin zegt zoveel over die vrouw. Dan ga ik niet zitten uitzoeken wat haar is overkomen. Ik weet dat deze vrouw zich van alle kanten belaagd voelt, ze hebben haar laten vallen. Die vrouw vergeet ik nooit meer. Misschien doet zich over tien jaar een situatie voor dat ik iemand als deze vrouw moet beschrijven. Misschien begin ik het verhaal dan wel met: 'Wat denken ze wel! Denken ze wel!"

Van de directie van Bloemendaal mocht ze gaan en staan waar ze wilde. "Directeur Leen Joele kent mijn manier van werken. Hij heeft me zelf gevraagd om een boek te schrijven over Bloemendaal." Het psychiatrisch centrum viert dit jaar het 100-jarig bestaan. Behalve het boek van Keuls is er ook een film gemaakt over Bloemendaal. De documentaire van Ireen van Ditshuyzen wordt in november op tv uitgezonden. Maar ook als Joele haar niet had gevraagd, was het boek er gekomen, vertelt Keuls. "Door mijn contacten met weggelopen kinderen en drugsverslaafden, kom ik al jaren in psychiatrische instellingen. En zoals ik al zei word ik mateloos geboeid door mensen die zich bedreigd voelen in hun bestaan."

Net als bij haar vorige boeken zal ze ook nu wel weer het verwijt krijgen dat ze 'teert' op het leed van anderen. "Vroeger maakte ik me daar nog boos over, maar nu haal ik m'n schouders op over zoveel domheid. Het leven bestaat toch uit leed? Daar besta ik niet alleen van, maar ook de journalist, de arts, de fotograaf. Net als zij ben ik gewoon met m'n vak bezig. Natuurlijk verkoopt leed ook goed. Dat wil ik helemaal niet ontkennen. Maar de mensen die me dat verwijten, zitten toch allemaal lekker m'n boek te lezen. Ik schrijf niet over leed om dat nu eens uitgebreid te etaleren. Mijn verhalen zijn een vermenging van mezelf met de wereld en die wereld bestaat uit leed. En zelf zit ik verstopt in al die figuren in mijn boek. Het is geen boek over anderen, maar over mezelf. Naarmate ik langer schrijf, gaat het steeds meer over mijn eigen mankementen en gektes. In 'Meneer en mevrouw zijn gek' heb ik mezelf heel erg prijs gegeven."

Ze haalt het boek erbij. "Als Heleen op bezoek komt bij haar tante Quarles in Bloemendaal, laat ik haar zeggen: 'Gekkenhuis, als je toch denkt dat je later ook zo wordt.' Daarmee geef ik ook mijn eigen angst weer dat ik ooit als een malloot in een tehuis kom te zitten. De schrijver Maurice W. in het boek, die me elke keer weer belazert, vertegenwoordigt het stuk in mezelf dat ik niet vertrouw."

In de loop der tijd is ze heel anders gaan denken over psychiatrische patienten. "De grootste schok voor mij was dat de overgang van niet gek naar gek zo gering is. Je bent zo kwetsbaar als mens. Je maakt plannen, er gebeurt iets en je leven gaat de andere kant uit. Het is meer een kwestie van wat je hebben kunt op dat moment. Tien keer kun je een tegenslag aan, de elfde keer ga je door de mand. Ik heb ook veel respect gekregen voor deze mensen, omdat ze openlijk durven te erkennen dat ze hulp nodig hebben en de moed hebben om hun kwaal telkens weer onder ogen te zien."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden