Review

Wat deed de droogte nou met de Hittieten?

Ingrijpende klimaatsveranderingen kunnen een eind maken aan hele beschavingen. Kijk maar naar Mesopotamië, kijk maar naar de Maya's, zegt Brian Fagan in zijn jongste boek. Hoe complexer en grootschaliger een beschaving is, des te desastreuzer de gevolgen van een klimaatsverschuiving, voegt hij er dreigend aan toe. Maar Wybren Verstegen is niet overtuigd.

Mesopotamië ligt klimatologisch niet al te gunstig. Het grootste probleem is de droogte. De bevolking groeide er gedurende duizenden jaren slechts langzaam. Maar tegen 2000 v. Chr. versnelde die groei. De samenleving werd complexer, groter, hiërarchischer en voor de voedselvoorziening afhankelijker van een steeds vernuftiger waterstaatkundige infrastructuur.

De technische ontwikkeling in Tweestromenland zorgde ervoor dat de samenleving zich goed wist in te dekken tegen beperkte perioden van droogte. Maar toen er een waarlijk ernstige droogteperiode kwam, stond men machteloos en stortte de beschaving in. Dit is een patroon dat zich voortdurend herhaalt in het boek van Fagan. Samenlevingen kunnen organisatorisch en technisch steeds complexer worden. Daarmee zijn ze beter in staat beperkte klimaatschommelingen op te vangen. Maar als er een echte grote klimaatomslag komt, staan bewoners en regeerders machteloos.

Fagan is bijzonder stellig in zijn overtuiging dat dit de rode lijn is in de geschiedenis van de wisselwerking tussen klimaat en beschaving, in ieder geval sinds de laatste ijstijd. Zo stellig dat bovenstaand verhaal tweemaal wordt uitgelegd: in de inleiding en nogmaals in hoofdstuk 7.

Vreemd genoeg is Fagan in de inleiding lang niet zo stellig als verderop in het boek. Hij begint heel voorzichtig. Klimaat is een factor in de menselijke geschiedenis is en misschien niet eens zo'n belangrijke: ,,Je kan niet zeggen dat het klimaat een drijvende kracht is in de geschiedenis, althans niet als een directe oorzaak voor grote technologische vernieuwingen of voor het verdwijnen van beschavingen.'' (,,You certainly cannot argue that climate drove history in a direct and causative way to the point of forcing major innovations or toppling entire civilizations.'')

Maar die voorzichtigheid raakt vervolgens compleet zoek. Over de ondergang van de Maya's schrijft Fagan bijvoorbeeld dat modern klimatologisch onderzoek in het Caribisch gebied ,,dramatisch bewijs heeft opgeleverd voor de stelling dat droogte beschavingen kan vernietigen''. (,,provided dramatic testimony of the power of drought to topple civilizations''). Dus toch? De notie dat een plotselinge, grondige klimaatverandering een complexe samenleving over de rand kan duwen, maakt hij in een groot aantal voorbeelden redelijk aannemelijk.

Maar als dat is wat je wilt aantonen, waarom dan die voorzichtigheid in de inleiding? Waarom eerst uitvoerig uit de doeken doen hoe ca. 1200 v. Chr. ,,droogte ... Anatolië en het rijk van de Hittieten verwoestte'' om vervolgens het hoofdstuk lafhartig af te sluiten met: ,,Natuurlijk 'veroorzaakte' de klimaatsverandering het einde van het rijk van de Hittieten niet''. Wat deed die droogte dan wel?

Fagan vergeet totaal dat hij het klimatologisch determinisme afwijst als hij de volgende redenatie opbouwt: De Kleine IJstijd (van 1350 tot 1850) zorgde voor veel misoogsten in Frankrijk. De daaruit voortvloeiende hongersnoden leidden tot een maatschappelijke chaos, die samen met de ideeën van de philosophes de Franse revolutie hielp veroorzaken, die op haar beurt invloed had op het Amerikaanse democratische ideaal en de opkomst van de Verenigde Staten als een economische en industriële grote mogendheid. De Amerikaanse emeritus hoogleraar in de antropologie Fagan blijkt zich er niet van bewust dat de Amerikaanse revolutie plaatsvond vóór de Franse en dat de Amerikanen de Fransen beïnvloedden, eerder dan andersom.

De redenering vertoont zoveel gaten en missers dat zij neerkomt op volstrekte kletskoek. In het streven toch maar vooral duidelijk te maken hoezeer klimaatverandering de geschiedenis beinvloedt, behandelt Fagan alle andere factoren die een (desastreuze) invloed hadden op de geschiedenis op zijn best terloops en laat ze vaak zelfs geheel weg.

In een beschrijving van de ondergang van het (West-)Romeinse rijk bijvoorbeeld besteedt hij uitvoerig aandacht aan het feit dat het in Gallië (Frankrijk) kouder werd. De Romeinse macht steunde op het vermogen van de Romeinse landbouw de legioenen te voeden. Door de temperatuurdaling was dit niet meer goed mogelijk. Is het verlies van Gallië daardoor versneld? Kan zijn, interessant, maar Gallië was niet hetzelfde als het West-Romeinse rijk. En wat Fagan vergeet te melden is de invloed van epidemieën die door het Romeinse rijk raasden. Minder mensen betekende minder boeren en zwaardere belastingen, die de welvaart ondermijnden. Het betekende ook minder rekruten voor het leger. Beide maakten het noodzakelijk Germanen te rekruteren, en daarmee haalden de Romeinen het paard van Troje binnen. Geen woord over dit soort zaken bij Fagan, nergens wordt het belang ervan afgewogen tegen het belang van klimatologische factoren. En zo wordt de rol van het klimaat onverantwoord uitvergroot.

Als politiek correct denker wil Fagan ons uiteraard waarschuwen voor de gevolgen van de snelle klimaatverandering die nu gaande is. Hij doet dat aan de hand van een pakkende metafoor. Fagan houdt van zeilen. Als hij met zijn kleine zeilbootje in een storm terechtkomt, danst zijn ranke schuitje weliswaar vervaarlijk op de golven, maar het loopt nauwelijks gevaar te zinken. Nee, dan een supertanker. Die ligt zo diep, dat hij alleen maar dóór de golven heen kan beuken. De tanker lijkt sterk, maar is niet flexibel. Dus als de golven te hoog worden, is de ellende niet te overzien.

De moderne samenleving, aldus Fagan is een supertanker. Zij is ondanks al haar robuustheid kwetsbaar voor grote klimaatrampen. De oermensen, de jager-verzamelaars, waren net als Fagan's bootje flexibel. Klimaatverandering was geen probleem: ,,De oplossing was verhuizen en dat was niet moeilijk.'' Fagan zegt er niet bij wat er zoal bij komt kijken om als jager-verzamelaar mobiel te zijn. Het betekent een strenge beperking van het kindertal -twee of drie op zijn hoogst; meer kan eigenlijk niet. Met ouderen en gehandicapten kun je ook niet makkelijk rondtrekken. Verwaarlozing van ouden van dagen, het ombrengen van gehandicapten, kindermoord (vooral van meisjes), gedwongen abortus en het forceren van doodgeboorten en andere oplossingen vormen de prijs die wordt betaald voor een mobiel leven: 'niet moeilijk'.

De metafoor verliest zo al veel van zijn glans. Bovendien spreekt Fagan ook wat dit betreft weer zichzelf tegen. Met de omschakeling naar landbouw 'vermindert het aantal mogelijkheden dat de mobiliteit nog bood', schrijft hij in het inleidende hoofdstuk. Met de komst van de agrarische samenleving en de daaruit voortvloeiende bevolkingsgroei kunnen we niet meer weg: we zijn afhankelijk geworden van een vaste woonplaats en zijn overgeleverd aan de weergoden.

Vervolgens besteedt Fagan grote delen van zijn boek aan massale volksverhuizingen van agressieve, op drift geraakte stammen, die complete samenlevingen platwalsten of op zijn minst dreigden dat te doen, landbouw of geen landbouw. Dat alles onder invloed van klimaatveranderingen, die volgens de inleiding echter geen 'oorzakelijke' invloed uitoefenen op de geschiedenis.

Fagan laat zich erg kennen bij zijn beschrijving van de geschiedenis van de Pueblo-Indianen in Noord-Amerika. Zij zijn de eco-helden van zijn boek. Toen de Pueblo-indianen op drift raakten door een grote droogte, werden ze broederlijk door hun buren opgevangen, bouwden geen complexe samenlevingen op, deden geen nieuwe uitvindingen, introduceerden geen nieuwe gewassen. Zij hielden het simpel 'en zaten de droogte uit als een klein vaartuigje boven op de hoge golven'. Hier wordt de politiek-ideologische boodschap van de jaren zeventig verpakt als klimaatgeschiedenis: 'blijf dicht bij de natuur' en 'small is beautiful'.

De conclusie dat complexe samenlevingen geen grote klimaatschommelingen aankunnen, is hiermee nog niet onjuist. Maar het is de vraag of deze overal en altijd geldig is. De metafoor van de supertanker en het zeilbootje wordt zonder verder onderzoek van toepassing verklaard op de moderne samenleving. Maar die wordt in het boek niet onderzocht.

Fagan beperkt zich tot de Oudheid in het Midden-Oosten en de Oudheid van Amerika. Een groot deel van de beschaafde wereld, vooral in Azië, blijft onbesproken. Het boek beschrijft een wereld waarin de contacten tussen beschavingengebieden niet intensief waren. Ook de Amerikaanse voorbeelden hebben betrekking op geïsoleerde gebieden.

Het blijkt dat eigenlijk maar één soort ramp die antieke beschavingen fataal werd: droogte. De titel van het boek had moeten zijn: 'Long summers -How droughts destroyed some geographically isolated ancient civilizations'. In onze warmere broeikaswereld is droogte niet de grootste bedreiging, maar overvloedige neerslag. Hoe beschavingen daarmee omgingen, komen we uit dit boek niet te weten.

Fagan veronachtzaamt wat het onderzoek naar de rol van het klimaat in de moderne geschiedenis heeft opgeleverd: beschavingen zijn mínder gevoelig voor klimaatveranderingen, naarmate zij meer verknoopt zijn met de rest van de wereld. Het binnenland van Frankrijk, de Alpen, Groenland en IJsland waren inderdaad gevoelig voor de Kleine IJstijd. Maar de Nederlanden en Engeland nauwelijks. Door handel en scheepvaart konden deze landen misoogsten veel beter opvangen.

Hetzelfde zien we in de 20ste eeuw in de Sahel. De hongersnood in de Sahel in de jaren zeventig van de vorige eeuw, was, dankzij de contacten met de buitenwereld, aanzienlijk minder ernstig dan een vergelijkbare droogte aan het begin van de eeuw. En de ontvolking van het zuiden van de Verenigde Staten door de droogte van de jaren dertig (bekend geworden door de dustbowls) had minder desastreuze gevolgen dan een minder ernstige droogte aan het einde van de 19de eeuw, toen het gebied nog geisoleerd was.

Het boek van Fagan heeft beslist sterke kanten. Zijn stelling dat droogte oude (geïsoleerde) beschavingen van de kaart kon vegen of ernstig onder druk kon zetten, maakt hij waar. Hij legt aardig uit welke fatale gevolgen climate shifts konden hebben als een samenleving niet was ingesteld op droogte. De beschrijvingen van agrarische systemen en hun samenhang met het klimaat, mogen er ook zijn. Maar de tegenstrijdigheid tussen inleiding en uitwerking, de herhalingen, de pretenties, de ideologische bijsmaak en de irritante Amerikaanse babbel (,,Laatst zeilde ik met mijn vrienden in de Golf van Mexico en ik realiseerde me...'') maken het geheel uiteindelijk lastig verteerbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden