Wat de mens vermag

Wat een vondst. Er hangt een kaart. In het noorden een gebergte. Dan, daaronder, het laagland, waardoorheen een machtige stroom kronkelt. In het zuiden een delta van uitwaaierende rivierarmen. Dan de zee. De Himalaya, schiet het door me heen. De samenstroom van Ganges en Brahmaputra. En dan de delta van Bangladesh. Maar de kaart is twee kwartslagen gedraaid; de bergen zijn de Alpen, de rivier heet de Rijn, de delta is Nederland, de Biesbosch.

Die kaart hangt in het vernieuwde Biesboschmuseum, dat morgen na een ingrijpende uitbreiding en verbouwing wordt heropend.

Dat museum is spectaculair.

Maar eerst Bangladesh.

Daar was ik vaker, om de verwoestende kracht van al dat water te zien, de verdronkenen, de aangespoelde en opgezwollen kadavers van vee. Grootste delta van de wereld. De Meghna, zoals de samenloop heet vóór de rivieren uitstorten in de Golf van Bengalen, is plaatselijk meer dan tien kilometer breed. Erin liggen talloze - bewoonde - eilanden, kwetsbaar voor getijden, cyclonen en moessons.

Dan kan allemaal door je heen schieten als je in dat nieuwe museum staat in de Biesbosch, in onze eigen delta, waarover de mens zo strak regie is gaan voeren.

Op weg erheen: nieuwe bruggen, dijken, geulen. Akkers worden wetlands. Polderland maakt ruimte voor de rivier. Ruimte voor de Nieuwe Merwede, een ook al door de mens geschapen aftakking van de Rijn.

Er is in dat museum, dat op een nieuw gecre- eerd eiland ligt, een schitterend geprojecteerde presentatie van de geschiedenis van deze delta, die in 1421 en 1422 ontstond, na de Elisabethsvloed. Voorheen lag hier een rijke landbouwpolder, de Grote Waard, met kerken en dorpen - baljuwschappen - waarvan er zeker twintig in de vloed verdwenen. Hoekenesse, Croyestein, Tolloysen. Uit-Alm, Weede.

De Grote Waard werd de Verdroncken Waard. Daarna begonnen de eeuwen van nieuwe verlanding, in een gebied met getijdenverschillen van twee meter en meer. Eerst het bies, dan het riet, dan met toenemende menselijke regie, de grienden met hun wilgenaanplant, en ten slotte nieuwe polders, nieuwe dijken, de polders die nu weer deels worden prijsgegeven, dijken geopend of verlegd. Daartussen eeuwen van hard bestaan, het snijden van riet, het knotten van wilgen. Vrijwilligers bouwden, met Staatsbosbeheer, een oude griendwerkershut na, waarin de mannen die de wilgentakken sneden moesten overnachten. Hij ligt er nu idyllisch te wezen, maar het leven was er rauw.

De mannen hebben hier nog mooie Hollandse namen. Peter van Beek, Thomas van der Es, Aad de Man. Museumdirecteur, boswachter, schipper. De boten fluisteren door geulen en kreken, die Sloot van de Beneden Petrus heten, of Gat van de Buisjes. Door de lucht glijdt een bruine kiekendief, in een wilgenkluit nestelt een ijsvogelpaar, en zie, op de tak van een dode boom: een zeearend.

Een afgedamd Haringvliet, zachtjes begeleide rivieren, woekerend struweel, en om alles de strik van een wonderschoon vormgegeven museum. Wat de mens vermag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden