Wat de kiezers vinden maakt veel Republikeinen niet uit

Afgevaardigden moeten vooral beperkte groep van fanatieke partijgenoten tevreden stellen

Republikeinse leiders zijn er dezer dagen in twee soorten.

Je hebt mensen als senator Ted Cruz uit Texas, die luidkeels verkondigen dat voor het tegenhouden van Obamacare, Amerika's nieuwe zorgstelsel met Europese trekjes, alle middelen geoorloofd zijn. Ook het lamleggen van de halve overheid. En zelfs misschien het blokkeren van rente en aflossen van buitenlandse leningen, waar ze over twee weken de kans voor hebben als het 'schuldplafond' van de VS verhoogd moet worden.

Je hebt ook mensen als Chris Christie, de gouverneur van New Jersey, die vindt dat het sluiten van overheidskantoren wel een beetje ver gaat, maar er verder vooral het zwijgen toe doet.

Het verschil tussen die twee is verklaarbaar, en laat zien hoe het met de VS zo ver heeft kunnen komen.

Christie moest om als gouverneur gekozen te worden het electoraat van New Jersey overtuigen, dat meer Democraten dan Republikeinen telt. Cruz werd eind 2012 naar Washington gestuurd door een staat die in de afgelopen twintig jaar nooit een Democraat afvaardigde naar het Congres. Het enige wat hij hoefde te doen om senator te worden, was de Republikeinse voorverkiezingen winnen. En dat lukte, met steun van de rechtse, anti-belasting-beweging Tea Party.

Als senator zit Cruz voor zes jaar goed, maar de leden van het Huis van Afgevaardigden moeten elke twee jaar zo'n verkiezing doormaken. En van de Republikeinse meerderheid daar zit bijna iedereen in hetzelfde schuitje als Cruz: wat de kiezers vinden maakt niet uit, als de Republikeinen in je district maar tevreden over je zijn. Om precies te zijn: die Republikeinen die aan de voorverkiezingen deelnemen. En dat zijn nou net de fanatieksten, met de grootste hekel aan belastingen, Obamacare, eigenlijk aan de overheid in het algemeen. Hou die tevreden, en je zetel is veilig, hoe hoog de zeeën in Washington ook gaan.

Zo'n 'veilige zetel' kan natuurlijk wankelen. Je kiezers kunnen van partij veranderen, of teleurgesteld thuisblijven. De laatste keer dat de politiek werd lamgelegd door een conflict over de begroting, in 1995 en 1996, gaven velen de Republikeinen de schuld. Die raakten in 1996 zetels in het Huis van Afgevaardigden kwijt. En de Republikeinse kandidaat Bob Dole verloor jammerlijk van de zittende president Bill Clinton.

Maar Democraten die hopen op een herhaling van dat scenario bij de Congresverkiezingen volgend jaar mogen ophouden met dromen, schreef journalist Ronald Brownstein gisteren in National Journal. Van de 232 Republikeinse zetels in het Huis van Afgevaardigden zijn er maar zeventien van een district waarin Barack Obama vorig jaar won van de Republikeinse kandidaat Mitt Romney. In die zeventien is er een kans dat de kiezers per saldo een Democraat prefereren boven een Republikein. In 1995 hadden de Republikeinen 236 zetels, en daarvan waren er maar liefst 79 uit staten die Clinton eerder had gewonnen.

Dat laat zien hoe de Amerikaanse politiek in een kleine twintig jaar fundamenteel is veranderd: Democraten en Republikeinen wonen steeds meer in streken en steden waar ze vooral geestverwanten tegenkomen. Dat geeft politici, van beide partijen, steeds betere mogelijkheden om de grenzen van districten zo te regelen dat die bijna eigendom worden van één partij.

Daardoor konden de Republikeinen vorig jaar zelfs de meerderheid van de zetels in het Huis van Afgevaardigden behouden, ook al kregen Democratische kandidaten per saldo meer stemmen. Op basis daarvan zeggen ze 'namens het Amerikaanse volk' te strijden tegen Obamacare en daarvoor alle middelen uit de kast te mogen halen.

Sterker nog, ze moeten wel, van hun achterban. Dat ze zo de kansen verknallen van iemand als Chris Christie om in 2016 president te worden, nemen ze op de koop toe.

Dichtgaan is duur
Het gedwongen dichtgaan van veel overheidsdiensten lijkt een buitenkansje voor de schatkist: zo'n 800.000 ambtenaren zitten dagenlang, wie weet wekenlang, onbetaald thuis. Maar in de praktijk valt dat tegen en kost een shutdown dik geld.

Om te beginnen is de overheid niet verplicht om die ambtenaren door te betalen, maar gebeurt dat in de praktijk in veel gevallen wel, om ze niet in financiële problemen te brengen.

De besparing blijft dus beperkt tot elektriciteit, verwarming en airconditioning in de kantoren. Maar er kunnen ook extra uitgaven komen, als ambtenaren gaan overwerken om hun achterstanden weg te werken.

En er staan nog meer verliezen tegenover: musea en nationale parken lopen bijvoorbeeld omzet mis. Datzelfde geldt ook voor allerlei bedrijven die verdienen aan toeristen, en die dragen dan weer minder belasting af.

De stad Washington DC, die met al zijn ambtenaren toch al het ergst getroffen wordt door de sluiting, schat dat er per week 4,5 miljoen euro minder zal binnenkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden