Wat dat geitje daar moet? Daar komt nog een kool bij

Tot in België weten ze dat het om verzekeringen gaat, als iemand zegt: ’Even Apeldoorn bellen’. Maar is de oorsprong van ’de bom is gebarsten’ ook zo wijdvertakt duidelijk? Conservator Paul Huys Janssen van het Noordbrabants Museum wacht geduldig op antwoord voordat hij toelicht dat ’de bom’ verwijst naar de kurk die uit het wijnvat sprong, waardoor de wijn verspilde.

Aan het begin van de tentoonstelling ’Spreken is zilver, kijken is goud’, die hij voor zijn museum samenstelde, weerklinken televisiereclames boordevol zegswijzen, spreekwoorden en gezegden. Dat vakmanschap meesterschap is, en uiteindelijk met bier te maken heeft, is genoegzaam bekend. Net als Johan Cruijffs linguïstisch gegoochel met voordeel en met nadeel.

In dezelfde adem wijst de conservator er op hoe spreekwoorden en gezegden veranderen, verdwijnen en vergeten raken. Of anderszins een volstrekt eigen leven gaan leiden.

Neem de minister-president, die onlangs zei dat mensen erop vooruit zullen gaan en het ’in hun portemonnee zullen voelen’. Huys Janssen grinnikt: ,,In hun portemonnee zullen vóelen?” Ach, het kan altijd nog erger. Een videoscherm vertoont een quiz waarin spreekwoorden moeten worden geraden. ’Tussen de wal en de sloot vallen’, weet een deelnemer.

Alleen al het verzamelen van spreekwoorden zelf is een klus - zoals Erasmus met zijn bundeling uit 1500 al wist - maar het Noordbrabants Museum zocht daar ook nog eens letterlijke voorbeelden van bij. Uit de eigen collectie en in bruiklenen van binnen- en buitenlandse musea.

Erasmus’ bundel, en zijn uitgebreidere tweede spreekwoordenbundel ligt tentoongesteld naast het boek der spreekwoorden: een statenbijbel uit 1637. In een andere vitrine liggen verschillende varianten van de oorsprong van ’een kat in het nauw maakt rare sprongen’. (Het was de vos Reinaerde, die de kat van de pastoor wijsmaakte dat er muizen in de pastorie te vangen vallen, terwijl hij wist dat daar een vosseval gereed stond. Eenmaal gevangen valt de kat de pastoor aan.)

In een zoölogisch kabinet staat een optocht aan opgezette dieren. De bijbehorende spreekwoorden mag de museumbezoeker zelf raden, en met een loupje de verhaspelde antwoorden ontcijferen. Die haan daar als kemphaan? Fout, het is haantje de voorste. En wat dat eenzame geitje daar moet? Daar komt nog een kool bij, zegt de conservator.

Uit de eigen museumcollectie een authentieke hekel (iemand over de hekel halen), waarop vlas werd geslagen teneinde de bolletjes te bemachtigen. En een klikspaan, waarmee melaatsen klepperend hun komst moesten aankondigen. In deze agrarische sector ook een koperen doofpot en een heet hangijzer, waarin de pot boven het vuur kon hangen.

Een martelkabinet herbergt gezegden en spreekwoorden uit het strafrecht. Een schandpaal en een schandblok om iemand voor het blok te zetten, en het stalen martelwerktuig om iemand het vuur na aan de schenen te leggen. Brandmerkstaven verwijzen naar ’het loopt met een sisser af’. Degene die de doodstraf ontkwam, werd desalniettemin gebrandmerkt.

Van Boijmans van Beuningen leende het Noordbrabants Museum de Jan Steen met daarop een vrouw die ziek te bed ligt, een quasi-arts die een recept uitschrijft en een min die snaaks naar de neparts smiespelt. Rechtsboven het ’ziekbed’ geeft het schilderij z’n geheim prijs: Hier baat geen medicijn, het is minnepijn.

Pieter Bruegel de Oude balde tientallen spreekwoorden samen in zijn propvolle tableau. Het origineel hangt in Berlijn, maar het Noordbrabants Museum heeft zelf een kopie van een onbekende schilder.

Cultuurhistorica Annette de Vries: ,,Zonder dat we er erg in hebben gebruiken we de taal van de zee nog dagelijks. We varen allemaal graag op ons eigen kompas, halen liever geen bakzeil en dulden niemand in ons vaarwater. Als het moet zetten we alle zeilen bij en houden graag een oogje in het zeil. In de voor hem kenmerkende plastische stijl verbeeldde Pieter Bruegel het spreekwoord door in het zeil van een bootje letterlijk een oog te tekenen.”

Het wemelt letterlijk en figuurlijk van de spreekwoorden in Bruegels paneel: Veel geschreeuw en weinig wol, Het is goed brede riemen te snijden uit andermans leer, De een rokkent wat de ander spint, (wat de een konkelt, spint de ander), paarlen voor de zwijnen werpen (de boer die zijn varkens met rozen voert), Hij vist achter het net, De een scheert de schapen, de ander de varkens (het gaat de een meer voor de wind dan de ander), Zij kijkt naar de ooievaar (zinnebeeld voor luiheid en ledigheid).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden