Wat China presteert doet denken aan nazi-Duitsland

Wie China-reizigers hoort praten over het dynamische land dat ze zojuist hebben bezocht, zou een vreemd gevoel van déjà-vu kunnen krijgen. Diep onder de indruk zijn ze van de reusachtige openbare werken, de steden die in een handomdraai uit de grond worden gestampt, het nieuwe elan dat opborrelt uit een bevolking vol energie. En van de schamele indruk die daarnaast de oude Europese wereld maakt.

In de twintigste eeuw is Europa vaker geconfronteerd met jeugdige economische kracht elders. Nog maar kort geleden was het Korea, daarvoor Japan en nog langer geleden de VS. Maar dát déjà-vu bedoel ik niet. Wat China nu presteert, lijkt als twee druppels water op wat het nazi-bewind in de jaren dertig uit de grond stampte. Grootse werken, ongekende welvaart, een hernieuwd zelfvertrouwen van een vernederde natie. Ook toen kwamen reizigers uit dit wonderland terug vol ontzag - terloops toegevend dat het regime ook nare trekjes had.

Ik haal deze parallel niet naar voren om de huidige China-reizigers te beschamen. Ook zij weten maar al te goed van de grove repressie die daar plaatsvindt - en soms protesteren ze ertegen. Maar het ontzag wordt er nauwelijks minder door: niet van hen en niet van ons, want aan die bewondering ontkomt vrijwel niemand.

Onthutsend is eerder de ontdekking hoe vanzelfsprekend het ook in de jaren dertig geweest moet zijn ademloos op te zien tegen nazi-Duitsland. Al die mensen die, van hoog tot laag, de lof zongen van dat toonbeeld van vitaliteit waren niet stompzinnige zombies waarvoor we ze nu zo graag houden. Eerder zouden we ons moeten realiseren dat ze niet anders waren dan wij, niet anders deden en niet anders oordeelden dan wij. En dat er voor ons dus ook geen enkele reden is om ons moreel boven hen verheven te voelen.

Daarmee wil ik niet zeggen dat alles in het verleden lood-om-oud-ijzer zou zijn. Dat je geen onderscheid kunt maken tussen goed en kwaad. Maar wel dat die scherpe tegenstelling er één is van maatstaven, niet van realiteit. De eerste leggen we aan de tweede op, maar daarin verliezen ze tegelijkertijd hun contouren.

In de werkelijkheid worden zwart en wit altijd grijs, zo heeft de historicus Chris van der Heijden vastgesteld. Dat is hem niet in dank afgenomen - alsof hij met één klap elk ethisch criterium overboord zou hebben gezet. Dat deed hij niet. Van der Heijden beschreef alleen maar de geschiedenis. Dat daaruit een nogal groezelig beeld naar voren komt is niet zo vreemd. Al het menselijk handelen is nu eenmaal nogal grauw - zij het wel in steeds verschillende tinten.

Naarmate de Tweede Wereldoorlog verder in het verleden ligt, lijkt het verschil tussen moreel ideaal en historische werkelijkheid almaar groter te worden. Aan de ene kant dringt de alledaagsheid van die jaren steeds meer in de geschiedschrijving door. Maar aan de andere kant wordt de oorlog zelf een steeds grotere abstractie. Van historische gebeurtenis is ze hét criterium van goed en kwaad geworden, zoals vroeger de Tachtigjarige Oorlog dat was.

Uit zo'n verwarring kan weinig goeds voortkomen. De onverkwikkelijkheden rond Bevrijdingsdag en Dodenherdenking maken dat elk jaar duidelijker. Geschiedenis is nu eenmaal geen moreel exempel - al zijn er mensen geweest die op bepaalde momenten exemplarisch waren.

Dat onderscheid begrijpen we misschien iets beter wanneer we onszelf, vandaag de dag, betrappen op ontzag voor een land met een onverkwikkelijk regime - en zien hoe gemakkelijk we zwichten voor het succes daarvan. Dat besef, dat ieder van ons pijnlijk zou moeten raken, lijkt echter almaar zeldzamer te worden. Op de herdenkingsdagen in mei vieren we vooral hoe onvoorstelbaar de geschiedenis voor ons geworden is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden