Wat bezielt een mens om voor zijn plezier te gaan knokken?

Beeld RV

Journalist Nils Elzenga noemt zichzelf een pacifistisch natuurwinkelkind met een voorliefde voor yoga. Toch kan hij pas echt zijn energie kwijt nu hij - en met hem vele vele anderen - op kickboksen zit. Wat bezielt een mens om voor zijn plezier te gaan knokken?

Mijn buikspieren branden, mijn armen en benen trillen, in gedachten vervloek ik de trainer. Wanneer verlost ex-wereldkampioen kickboksen Ivan ‘The Hydro’ Hippolyte ons eindelijk uit ons lijden? Mijn enige troost zijn de gepijnigde gezichten en geluiden om me heen.

Tussen manshoge, aan kettingen bungelende bokszakken zitten we ‘in vrije val’: achterwerk op de vloer, benen en bovenlijf gestrekt net daarboven, armen omhoog. “Kom op nou jongens, één minuutje maar”, zegt Hippolyte, die zijn bijnaam dankt aan zijn watervlugge aanvalstechniek. Maar het minuutje ervoor liet hij ons al ‘roeien’: met armen en benen roeibewegingen maken in het luchtledige. En het minuutje daarvoor deden we ‘het bootje’: als vrije val, maar dan met de armen langs je lichaam. En toen hadden we er al een uur stoten, trappen, opdrukken en ander beulswerk op zitten.

Hoogbejaarde huiskat

Maar juist omdat de training zo zwaar is, ben ik erna zo zen als een hoogbejaarde huiskat. Helemaal leeg in mijn lijf en, belangrijker, in mijn hoofd. Zorgen over mijn bijna-lege bankrekening, boosheid jegens de scooterproleet die me van het fietspad reed, frustraties over mijn met toeristen dichtslibbende Amsterdamse buurtje - ik heb ze allemaal aan gort geslagen. Na een lesje kickboksen slaap ik steevast als een baby.

Ruim een jaar geleden stapte ik voor het eerst van mijn leven een kickboksschool binnen: Vos Gym in Amsterdam-West, toevallig de dichtstbijzijnde die ik kon vinden. Ik had er geen flauw benul van dat Vos een van Nederlands oudste scholen is. Een heiligdom dat al drie decennia kampioenen kweekt.

Vechtsport lag voor mij, pacifistisch grootgebracht natuurwinkelkind, dan ook bepaald niet voor de hand. Tot mijn vroegste herinneringen behoort de antikernwapendemonstratie (‘Ban de Bom’) waaraan ik begin jaren tachtig deelnam op mijn vaders schouders. Op feesten van de vrije school in Delft danste ik met bloemen in mijn haar rond vreugdevuren.

Golfen en cricketen

Ik zat op de netste voetbalclub van de streek - je kon er ook golfen en cricketen - en mijn teamgenootjes en ik hadden nimmer antwoord op de verbale, soms fysieke intimidatie die ons tijdens uitwedstrijden ten deel viel.

Niet verwonderlijk dat ik als student verslingerd raakte aan yoga. Totdat er tien jaar later iets eigenaardigs gebeurde: ik begon rebels te worden van al dat softe gedoe. De gelukzalig glimlachende leraren; de weeïge muziek en mantra’s (‘Mogen alle wezens, overal, vrij en gelukkig zijn’); het sereen perfectioneren van de asana’s (houdingen) - vaker en vaker kreeg ik zin om het tijdens de les op een brullen te zetten. Alsof een woester deel van mezelf, dat in mijn gedomesticeerde dagelijks leven zelden de ruimte kreeg, steeds nadrukkelijker om aandacht begon te vragen.

Vos Gym bleek een schot in de roos. Hier geen wierook en boeddhabeelden, maar zweetlucht en foto’s van trainers met kampioensgordels om hun staalharde spieren.

Rauw soort romantiek

Alles ademt er een rauw soort romantiek, een beetje zoals in Clint Eastwoods boksepos ‘Million Dollar Baby’. In de kale kleedkamers branden tl-buizen, in de toiletten zijn zeep en wc-papier altijd op. De apparaten in het krachthonk - zoals het hoort geflankeerd door een wandgrote spiegel - zijn oud en versleten. In de grote zaal, voorzien van zo’n spuuglelijk systeemplafond, houdt ducttape hier en daar een bokszak bijeen.

Maar die rauwheid wordt streng ingekaderd. Respect en gemeenschap, geënt op de Japanse wortels van kickboksen (zie hieronder), staan centraal bij Vos. De trainingszaal heet ‘dojo’, trainers dragen de eretitel ‘sensei’. Instructies dienen we te beantwoorden met ‘ush’, een uitdrukking die zoveel betekent als ‘ik begrijp het’. Na trainingen knielen we en brengen, als biddende moslims, collectief onze voorhoofden naar de mat. Daar krijg ik kippevel van. Al helemaal omdat Amsterdam in al zijn verscheidenheid bij Vos Gym over de vloer komt.

“Straatjochies trainen bij ons met advocaten”, beaamt Hippolyte, sinds 1995 eigenaar van de school. “Iedereen is welkom. Dat vind ik mooi.” Ik ook. Want in een stad waarvan ruim de helft van de inwoners niet-westerse wortels heeft, is bijna mijn gehele leven hartstikke wit: mijn wijk, mijn vriendenkring, mijn yogaschool. En dat is op z’n minst behoorlijk saai.

Niet saai

Hier is het niet saai. Ik spreek een projectmanager van achter in de dertig die het heerlijk vindt om zich na een dag vol vergaderingen helemaal leeg te boksen. Soms volgt ze, ongelooflijk maar waar, twee lessen achtereen. Elk jaar reist ze af naar een school in de Thaise jungle, waar ze zich dagelijks vanaf zeven uur ’s ochtends afbeult. En dat is te zien aan haar schouders. Wát een lichaam. En dan is er nog de volgetatoeëerde kerel, grappig genoeg sloper van beroep, die vroeger altijd op straat ‘vechtpartijtjes en andere rottigheid’ opzocht. In lekker plat Amsterdams: “Maar van die boefjesmentaliteit kreeg ik alleen maar problemen met justitie, joh. Nu denk ik: waarom zou ik iemand de kroeg uit rossen als ik ook even lekker tekeer kan gaan in de dojo?” Feesten en drugs, vroeger geliefd, gaf hij eraan. “Mijn hele manier van denken is omgeslagen.”

Kickboksen is populair, al jaren. Bij Vos Gym zitten lessen geregeld vol. Hetzelfde verhaal bij de drie andere scholen waar ik incidenteel train. Een recent rapport van het Mulier Instituut voor sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek signaleert een landelijk toenemende populariteit van kickboksen, thaiboksen en mixed martial arts (zie kader), al blijken exacte cijfers ‘moeilijk te achterhalen’.

“Het is acceptabel geworden om te zeggen dat je kickbokst”, verklaart Hippolyte. “Lange tijd zaten we toch een beetje in de negatieve hoek. Dat krijg je met geintjes als zo’n Brilleman die in cement gegoten wordt teruggevonden.” De sensei doelt op de moord, in 1985, op wereldkampioen kickboksen André Brilleman, tevens lijfwacht van drugsbaron Klaas Bruinsma. Het is een van de dieptepunten van de veelbesproken, maar volgens Hippolyte ook vaak wat overtrokken relatie tussen kickboksen en criminaliteit. Niet dat die link volledig is verdwenen. Een boegbeeld van de huidige kickbokshype, de roemruchte Amsterdammer Badr ‘Bad Boy’ Hari (33), zat ruim een jaar gevangenisstraf uit voor een serie geweldsmisdrijven. Maar dé andere grote naam momenteel, Rico ‘The Prince’ Verhoeven (28), is een Brabantse huisvader met brandschoon blazoen. Eind 2016 vond de troonswisseling plaats: Verhoeven werd wereldkampioen door Hari een gebroken arm te trappen. “Toch heeft Badr nog altijd meer krediet bij het publiek”, denkt Hippolyte. “Hij vertegenwoordigt de oermens in ons, naar wie we allemaal weleens op zoek zijn.” Vergelijk het met voetbal: Lionel Messi is leuk, maar de écht onvergetelijke momenten komen van Zlatan Ibrahimović.

Nederlandse kickbokstraditie

Hoe dan ook zijn Hari en Verhoeven beiden producten van een Nederlandse kickbokstraditie die al jaren internationaal domineert. Geweldenaars als Ernesto ‘Mister Perfect’ Hoost (ook van Vos Gym), Sem ‘Hightower’ Schilt (2.12 meter) en Peter ‘The Dutch Lumberjack’ Aerts wonnen alles wat er te winnen valt. De succesvolste vrouwelijke vechter aller tijden, Lucia Rijker, won al haar 54 profpartijen en trainde bij Vos Gym met Hoost en Hippolyte. In ‘Million Dollar Baby’ speelt ze de slechterik die hoofdrolspeelster Hillary Swank een dwarslaesie bezorgt. Op mijn trainingen zie ik opvallend veel vrouwen. En ook onder tienermeisjes is kickboksen een populaire sport geworden.

Vos’ grootste trekpleister zijn de trainingen, van de bokszaktraining die ik meestal doe tot de wedstrijdgroepen voor vechters die prof willen worden. Telkens weer verbaas ik me erover hoe bevrijdend zo’n uurtje beuken is. De stoot-en-trapcombinaties voelen soms bijna als dansen, een gewelddadige choreografie die volledige focus vereist. Alle ruis valt weg, het enige wat nog telt is zo hard en precies mogelijk uithalen. Net zolang totdat de sensei zegt dat het genoeg is - en dat duurt vaak wel even. Hippolyte: “Bij ons gaat iedereen tot op de bodem. Zo ervaren mensen dat ze veel meer in hun mars hebben dan ze denken.”

Zelfvertrouwen

En de effecten van regelmatig trainen - ik ga gemiddeld drie keer per week - behelzen meer dan alleen ontlading en mentale groei. Wekelijks voel ik mijn lichaam sterker worden, en dat geeft zelfvertrouwen- met wat meer spieren op mijn botten sta ik letterlijk en figuurlijk steviger in de wereld. Dagelijkse dingen gaan gemakkelijker: boodschappen de trap op zeulen; fietsen met tegenwind; mijn zus helpen verhuizen.

Ik eet gezonder, drink minder alcohol en let er beter op dat ik genoeg slaap. Bovendien - al durf ik dat nauwelijks aan mezelf te erkennen - vind ik het ook best een prettig idee om, mocht dat ooit nodig zijn, een aanvaller te kunnen vloeren. Ik weet bijna zeker dat de welhaast spirituele rust die trainers uitstralen ook samenhangt met de wetenschap zichzelf te kunnen verdedigen. Grote honden zijn toch ook altijd veel relaxter dan kleine keffers?

Partij vechten

En bij iedereen die serieus traint komt vroeg of laat een keer de vraag op: zou ik zelf ooit een keer een partij willen vechten? Mijn voorlopige antwoord: nee. Ik weet wat één harde dreun teweeg kan brengen: mijn vader hield een hersenbeschadiging over aan een val in de badkamer. Maar ook een scheefgeslagen neus kan ik niet gebruiken, want ik verdien mijn inkomen deels als fotomodel. En toch fascineert het idee van knokken ‘voor het echie’ me wel degelijk. Op Youtube kijk ik eindeloos compilatiefilmpjes van de beste gevechten. Pas geleden gingen twee mannetjesputters uit Vos’ wedstrijdgroep elkaar te lijf in de ring die, als een helverlicht altaar, midden in de school staat. Ik keek ernaar zoals een jongetje van zes naar een goeie goochelaar. Na afloop vroeg ik nog net niet of ik even aan hun spierballen mocht voelen.

Want de ring in, dat is in zekere zin toch de ultieme overwinning op jezelf. Niet weglopen voor je angsten, maar die recht in de ogen durven kijken. Daarom ben ik onlangs maar eens begonnen met ‘sparren’, ofwel oefenvechten met een tegenstander, die in tegenstelling tot de bokszak wél terugslaat. Wie weet waartoe dat nog gaat leiden.

Wat is precies kickboksen?

Wat in de volksmond vaak kickboksen wordt genoemd, omvat enkele verwante ‘full-contact’ vechtsporten. Veel beoefend is Japans kickboksen, in de jaren ’60 ontstaan uit boksen en martial arts zoals kyokushinkai karate, judo en jiu jitsu. Aanvallen met knieën en ellebogen zijn hierbij verboden. Deze zijn wel toegestaan in muay thai (thaiboksen in het Nederlands), dat in Thailand eeuwen geleden al ontsproot aan de gewapende vechtkunst krabi krabong. Nog harder is mixed martial arts (mma), waarbij ook worsteltechnieken en klemmen zijn toegestaan, alsmede doorgaan op gevloerde tegenstanders.

Kickboksen in Nederland

Kickboksen waaide midden jaren ‘70 over naar Nederland vanuit Japan. Amsterdammer Jan Plas begon Mejiro Gym, vernoemd naar de wijk in Tokio waar hij de vechtsport leerde in de dojo (school) van een beroemde sensei (grootmeester). Een partner van Plas, Johan Vos, begon in 1978 zijn eigen school: Vos Gym. Een derde vechtsport-school in de buurt, Chakuriki Gym, opgericht door Thom Harinck, legde zich rond deze periode eveneens toe op kickboksen. “De triangel, zoals men dat noemde”, zegt Hippolyte, “heeft jarenlang het kickboksen in Nederland gedomineerd. Praktisch alle kampioenen kwamen bij een van die drie scholen vandaan.”

Badr Hari vs Hesdy Gerges

In Ahoy in Rotterdam (capaciteit: 15.000 toeschouwers) staan vanavond de Amsterdamse kickboksgrootheden Badr Hari en Hesdy Gerges tegenover elkaar. Het wereldtitelgevecht in de zwaargewichtklasse wordt georganiseerd door Glory, de grootste organisatie in Nederland. Glory organiseerde ook het wereldtitelgevecht tussen Hari en Rico Verhoeven in december 2016 (Verhoeven won).

Fotograaf Shody Careman trok bij Vos Gym in Amsterdam-West 7 mannen en vrouwen direct uit de training: bezweet en verhit stonden ze voor haar camera. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Shody Careman

‘Eiwitshakes? Haha, nee hoor!’

Mandy Kraus (34) werkt op de salesafdeling bij dolby international, traint twee keer per week.

“Ik kickboks nu anderhalf jaar, sinds kort bij Vos gym. Nee, dit is niet mijn eerste vechtsport, hiervoor heb 25 jaar Pencak Silak gedaan, een Indonesische vechtkunst-vorm. Maar sinds ik verhuisd ben, is die school te ver. Met kick-boksen heb je meer keus. Het fijne vind ik de inspanning en de combinatie van tactiek en techniek, toepassen wat je geleerd heb. Na afloop ben ik lichamelijk moe en vooral heel blij. Ik train bij de recreanten, prima. Vroeger heb ik veel wedstrijden gevochten maar dat hoef ik nu niet meer. Dat is ontzettend zwaar. Ik let ook niet speciaal op mijn voeding of zo, al merk ik het wel als ik in het weekeinde gedronken heb. Maar eiwitshakes? Haha, nee hoor!”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Shody Careman

‘Klappen krijgen moet je echt leren’

Salëna Mastail (28) manager van kledingzaak Norah in Purmerend, traint drie keer per week.

“Ik train sinds mijn dertiende. Eerst een tijdje fanatiek. later wat meer af en aan. Eigenlijk wilde ik als kind helemaal niet op kickboksen, ik zat op ballet. Maar mijn oom en tante gaven kickboksles en het moest van mijn ouders. Ze vonden dat ik me als vrouw moest leren verdedigen. In het begin vond ik het niks, vooral niet om klappen te krijgen. Tegenwoordig kun je ook voor alleen zaktraining kiezen, maar dat was toen niet zo. Sowieso zaten er nauwelijks meisjes op kickboksen. Dat incasseren moest ik echt leren, en ja: je went eraan. Het is discipline, je moet erg gefocust zijn. Ik wil straks met de wedstrijdjongens trainen en ook wedstrijden doen. Dan moet je je veilig voelen, gelukkig is dat hier bij Vos zo.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Shody Careman

‘Nog een paar successen en Liif is semi-prof’

Liif Diop (19) wil professioneel kickbokser worden. Hij traint elke dag.

Volgens zijn trainer Ricardo Fyeet (41) is Liif - die twee jaar geleden uit Senegal naar hier kwam - een ‘geraffineerde’ amateur-C-vechter. Hij heeft altijd een strategie, weet wat hij wil en is mentaal sterk. Liif traint elke dag bij Vos Gym, behalve zaterdag. Hij werkt er hard aan om prof te worden en is assistent-coach van andere vechters. Als Liif vandaag op het Ringsgala in Mijdrecht wint, dan heeft hij nog twee overwinningen nodig om bij de B-klasse te komen, waarmee hij semi-prof is. Dan kan hij ook geld verdienen met zijn sport. In Senegal deed Liif aan worstelen, de traditionele sport daar.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Shody Careman

‘Dat wondje? Dat was een teennagel’

Ilse Twigt (25) is fotograaf, grafisch vormgever en geeft kickbokstraining. Ze traint meestal vier keer per week.

“Op de foto heb ik een beetje bloed, een klein sneetje bij mijn oog van een scherpe teennagel. Af en toe gebeurt het, heb ik een blauwe plek of zo, maar een blauw oog heb ik zelden. Je lichaam raakt geconditioneerd in het opvangen van klappen, je groeit erin. Sinds twee jaar boks ik wedstrijden, nu in de B-klasse. Ik wil graag de professionele

A-klasse in. Op mijn veertiende ben ik begonnen. Toen ik 16 was, mocht ik een keer invallen bij een wedstrijd, maar in die periode rookte en dronk ik, ik kon niks! Toen nam ik me voor om in elk geval nog één keer te winnen. Dat gebeurde jaren later, en smaakte naar meer. Wat leuk is: het maakt niet uit waar je vandaan komt, in de ring is iedereen gelijk.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Shody Careman

‘Dit appelleert aan een oergevoel’

Savaş Özdemir (33) data scientist bij NS International, traint drie keer per week.

“Een vriend van me bleef maar zeuren dat we moesten gaan kickboksen, dus ik ben maar meegegaan. Hij is afgehaakt, ik kreeg de smaak te pakken, nu al drie jaar. Het appelleert aan een oergevoel, het vechten. Niet alleen fysiek, ook mentaal. Het hoort bij het leven. Ik ben nog nooit zo kapot geweest na een training als bij kickboksen, je denkt een uurtje nergens anders aan. Vrienden zeggen: Dat had je veel eerder moeten doen. Ik was vroeger best onzeker, nu kan ik de knop omzetten. Als er buiten de sportschool vervelende dingen gebeuren, laat ik dat makkelijker van me afglijden. Ik ben juist minder agressief geworden. Ik weet dat ik iemand total loss kan trappen. Maar waarom zou ik het doen?”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Shody Careman

‘Iedereen praat hier met iedereen’

Aart Slecht (34) projectmanager gebiedsontwikkeling bij de gemeente Amsterdam.

“Toen ik vanuit Groningen naar Amsterdam verhuisde, schrok ik ervan hoe gesegregeerd het hier is. Ik leef in een witte, hoogopgeleide bubbel. Het was toeval dat ik ging kickboksen bij Vos Gym, maar daar komt gelukkig wel een mooie afspiegeling van wie er allemaal in Amsterdam wonen: bruin, wit, moslim, atheïst, zweverige types. Iedereen praat met elkaar. Als je tegenover elkaar staat om te sparren, leer je elkaar wel kennen. Er komt veel talent vandaan, het is een eer om hier te trainen. Wedstrijden ga ik niet doen. Ik train twee, drie keer per week, dan zou vijf keer moeten zijn. Dat lukt niet en het risico op blessures is me ook te groot. De afgelopen drie jaar had ik maar twee keer een blauw oog. Dat kan ik op mijn werk best uitleggen.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Shody Careman

‘Als mijn moeder er maar is’

Thomas Doeve (23) uit Almelo, sinds een jaar profbokser, traint nu even twee keer per dag.

Vijf kilo lichter moet hij nog even worden in vier weken tijd: dat betekent harder trainen dan ooit. Thomas Doeve bereidt zich voor op zijn eerstvolgende wedstrijd, op 25 maart in Almere tegen Delano Holman. “Mijn idool is de Japanner Masato Kobayashi. Een man die nooit opgaf, altijd weer opstond. Gek idee dat ik zeven jaar terug nog voetbalde, daar was ik trouwens geen ster in, de bal afpakken lukte wel, maar scoren niet.

Of er vrouwen naar mijn wedstrijden komen kijken maakt me niet veel uit, als mijn moeder er maar is. Zij komt uit Indonesië, vindt het altijd eng als ik geslagen word, en is mijn grote steun.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Shody Careman

Nils Elzenga (37) is freelancejournalist en fotograaf. Vanuit Senegal was hij jarenlang West-Afrika-correspondent voor onder meer Trouw. Tegenwoordig maakt hij vooral verhalen over duurzaamheid, persoonlijke ontwikkeling en reizen.

Ook een bokser?

Doet u ook aan kickboksen of vindt u het maar niets, zo’n gevechtstraining? Mail uw reactie, o.v.v. naam en woonplaats, naar tijdpost@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden