Wat betaalden de Hollanders voor Manhattan?

Amerikaanse wetenschappers strijden nog steeds om de geschiedenis van Manhattan. De Hollanders zouden het eiland voor een paar kralen van de indianen hebben gekocht. Of is dat slechts de historie die New York zich wénst?

Op alle Amerikaanse scholen, zeker die in New York, leren de kinderen hoe de leider van de kolonie Nieuw Nederland het eiland Manhattan van de indianen kocht voor 24 dollar aan kralen en snuisterijen. Maar omdat nergens is vastgelegd wat er feitelijk gebeurde, blijven historici kanttekeningen plaatsen bij de rol van Peter Minuit en de aard en de waarde van de spullen die uiteindelijk van eigenaar verwisselden.

,,New Yorkers zijn dol op het relaas van de stadse gladjanussen die de stakkers van het platteland hebben opgelicht'', schreven Edwin G. Burrows en Mike Wallace in 'Gotham, een geschiedenis van New York City tot 1898' waarvoor zij ooit de Pullitzer Prize ontvingen. Een ander voorbeeld is de verkoop van de Brooklyn Bridge aan een stelletje boerenkinkels. ,,Maar de 24 dollar-deal staat bovenaan. Dat is onze oer-deal.''

Hoogleraar geschiedenis Wallace noemt het toepasselijk dat juist deze mythe zo stevig verankerd is geraakt. ,,We leven tegenwoordig in een economie die zozeer gericht is op vastgoed, financiering en bankieren'', zei hij ooit in een interview, ,,dat het steeds wenselijker wordt een ontstaansmythe te hebben die van geld en grondspeculatie aan elkaar hangt.'' En het is niet toevallig dat New Yorkse mythe juist over grond gaat, want als daar iets schaars is, is het grond.

De Hollandse exploitatie van Nieuw Nederland begon in 1609 toen Henry Hudson de rivier opvoer die nu zijn naam draagt. De bonthandel langs de oevers van de Hudson kwam op gang vanaf 1622, de eerste nederzettingen verschenen twee jaar daarna. Het staat vast dat Pieter Schaghen, vertegenwoordiger van de Staten-Generaal in de leiding van de West Indische Compagnie, op 5 november 1626 een brief aan zijn collega's schreef om de terugkeer van een schip naar Amsterdam te melden. Hij meldt daarin ook dat pioniers ,,het eiland Manhattes van de indianen hebben overgenomen voor het equivalent van 60 gulden''.

De Amerikanen kwamen pas in 1844 achter het bestaan van deze brief, toen het uit het Nederlands vertaalde document in New York werd aangekondigd. De vertaling werd pas in 1856 werd gepubliceerd. De brief (in het bezit van het Rijksarchief in Den Haag) vermeldde niet wie de koper en de verkoper waren, ook niet wanneer de transactie precies plaatsvond. Het bedrag van 60 gulden werd door de vertaler omgezet in 24 dollar, de op dat moment geldende koers.

In de visie van de Lenape was land een gift aan allen, iets wat niemand in bezit kon hebben. In de meest letterlijke zin was het niet aan hen om het te verkopen. Rentmeesterschap over een gebied werd beschouwd als iets tijdelijks, en de Lenape verwachtten waarschijnlijk niet dat de nieuwkomers permanent zouden neerstrijken.

Het is te eenvoudig om te zeggen dat Nieuw Amsterdam, de nederzetting waaruit New York ontstond, gebaseerd was op een twintigste eeuws ideaal van multiculturele tolerantie, zei L.J. Krizner, hoofd onderwijs van de Historical Society en een van de organisatoren van de tentoonstelling onlangs. Maar Nieuw Amsterdam was wél een schouwtoneel van verschillende culturen.

Aan het einde van het Nederlandse bewind, in 1664, omvatte de bevolking meerdere Europese nationaliteiten: Afro-Amerikaanse slaven, een klein aantal vrije zwarten, en religieuze minderheden zoals joden en Quakers, die daar allemaal neerstreken ondanks de aanvankelijke protesten van Peter Stuyvesant, de laatste Nederlandse gouverneur van het gebied.

In 1664 werden achttien verschillende talen gesproken in de nederzetting en het was 'de meest heterogene kolonie in Noord-Amerika voor wat betreft sociale samenstelling', schreef de historicus Michael Kammen in 'Koloniaal New York, een geschiedenis'. Dat de kolonie zo heterogeen was, zal vooral een gevolg zijn geweest van het gedwongen samenleven aan de rand van de wildernis. De Nederlanders probeerden sommige gebruiken van thuis te importeren. Voorwerpen zoals drinkbekers, koffiepotten en kruiken die generatie op generatie bewaard bleven, zijn op de tentoonstelling te zien.

Maar het leven kende ook zijn harde kant; toen Willem Kieft namens de West Indische Compagnie in 1638 arriveerde, meldde hij dat ongeveer een kwart van alle gebouwen in gebruik was als drankhol. Het alcoholgebruik per hoofd van de bevolking zou wel eens het hoogste kunnen zijn geweest van de hele Nieuwe Wereld. Toen Stuyvesant er aankwam in 1647 beschreef hij de nederzetting als 'meer een molshoop dan een fort' en constateerde dat de bewoners 'wild en niet aan een moraal gebonden' leefden. Hij beloofde zijn gezag te zullen uitoefenen als 'een vader over zijn kinderen'.

Tenzij het authentieke document nog wordt gevonden, zal de werkelijke inhoud van de overeenkomst tussen de Hollanders en de Lenape wel altijd een mysterie blijven. Maar dat zal niets afdoen aan de kracht van de 24-dollar mythe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden