Wat als terreurverdachten weigeren hun telefoons te openen?

Justitie heeft een probleem nu de Arnhems terreurverdachten toegang weigeren tot hun telefoon. De oplossing? Dwang, een meevaller of brute kracht. 

Het onderzoek naar de zes terreurverdachten uit Arnhem loopt vertraging op. De mannen die volgens justitie een grote aanslag in Nederland planden, weigeren hun telefoons te ontgrendelen. Het onderzoeksteam moet een andere manier bedenken om de codes te kraken die toegang geven tot mogelijk bewijsmateriaal. Daarvoor zijn drie opties, maar of daarmee het zwijgrecht overeind blijft, is de vraag. 

Veel hangt af van de manier waarop de mannen hun telefoon hebben vergrendeld: met een code of met een vingerafdruk. Een code zit in iemands hoofd en valt onder het zwijgrecht van een verdachte.

Bij een vingerafdruk ligt dat anders: een verdachte mag worden gedwongen zijn vinger op het apparaat te leggen. Ook als daar enige pressie bij komt kijken. Zo werd een drugsverdachte op Schiphol eerst geboeid voordat zijn vinger op het toestel werd gedrukt. De rechter vond dat acceptabel.

Materiaal

Dave van Toor, op het onderwerp gepromoveerd, legt het verschil uit: “Een intellectuele inspanning, dus het typen, opschrijven of uitspreken van een code, is niet geoorloofd omdat daarmee het beginsel dat een verdachte niet aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken en zijn zwijgrecht worden geschonden. Dit ligt anders bij materiaal dat onafhankelijk van de wil bestaat.

“Simpel gezegd: dingen bestaan of ze bestaan niet; een document bestaat, bloed bestaat, een vinger en de afdruk bestaan. Een verdachte kan met enkel zijn wil geen controle over dat bestaan uitoefenen. Dat soort materiaal mag met enige dwang worden verkregen.”

Maar ook zonder medewerking van een verdachte heeft justitie opties de inhoud van een apparaat uit te lezen. Een meevaller – hoewel zeker niet vanzelfsprekend bij veiligheidsbewuste verdachten – zou kunnen zijn dat de Arnhemmers een backup maakten. Bij veel mensen gaat dat vrijwel automatisch via de cloud. Justitie kan bij de aanbieder van die cloud aankloppen voor een kopie.

Brute kracht

Al klinkt dat simpeler dan het is. Van Toor: “Als een bedrijf in Nederland is gevestigd, dan is het relatief eenvoudig te krijgen. Maar gaat het om een buitenlandse cloudprovider, wat vaak het geval is, dan is het een stuk lastiger en moet justitie het via rechtshulpverzoeken voor elkaar krijgen.”

Grote kans dat het minder tijdrovend is om zelf pogingen te doen om de telefoon met ‘brute kracht’ te kraken zonder toegangscode, aldus Van Toor. Het Openbaar Ministerie (OM) draagt de telefoons daarvoor over aan het Nederlands Forensisch Instituut.

Veel wil het NFI niet kwijt over de werkwijze van de telefoonkrakers Criminelen lezen ook de krant, zegt de woordvoerder. Maar het komt erop neer dat de technische beveiliging van een telefoon ook op technische wijze omzeild moet worden.

Wereldtop

Het NFI gebruikt daar speciale software voor, die het koopt op de internationale markt voor dit soort producten, of die het zelf ontwikkelt. Hoe lang het kraken duurt, hangt onder meer af van het model telefoon. Eenvoudig is de opgave niet. Maar, zo stelt de woordvoerder: de specialisten van het NFI horen ‘tot de wereldtop’, verwijzend naar de Ennetcom-affaire. Het NFI hielp toegang te krijgen tot een berg informatie van speciale telefoons die criminelen gebruikten om anoniem met elkaar te communiceren. Strafrechtelijk gezien een goudmijn. 

Mag dat kraken eigenlijk zomaar? De rechter-commissaris moet er toestemming voor geven. Maar over het principiële aspect is tot verbazing van Van Toor in Nederland geen discussie. Veel mensen zullen zeggen: logisch, het gaat om onderzoek naar ernstige misdrijven. Maar bestaat een toegangscode alleen in iemands hoofd, dan breekt het OM met het kraken wel het zwijgrecht, vindt Van Toor.

“Een smartphone bevat zoveel informatie over iemands leven, dat zo een verklaring van iemand die niet wil verklaren toch in handen van justitie komt. Dan wordt het zwijgrecht een holle leus, dat moet je in een rechtsstaat niet willen.”

Lees ook 

De politieactie tegen zes terreurverdachten was gevoelig. Een belangrijke vraag in de rechtszaak: zouden zij ook zonder het optreden van infiltranten in actie zijn gekomen?

Een verdachte mag zwijgen, dat is zijn fundamentele recht. Het mag niet tegen hem gebruikt worden, behalve als de feiten ‘schreeuwen om een verklaring’. Dat kan gaan spelen in de rechtszaak tegen Jos B., die wordt verdacht van het doden van de 11-jarige Nicky Verstappen in 1998. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden