Wat als je vader er nooit was?

Twee 'memoirs' laten navoelen dat je juist een afwezige vader moeilijk loslaat

Emilia Menkveld

Tijdens het schrijven van 'Tenzij de vader' greep Karin Amatmoekrim (1976) als vanzelf naar andere 'vaderboeken'. Van Philip Roth, Herbert Gold, A.F.Th. van der Heijden - stuk voor stuk mannen die schrijven over die ene onvervangbare, vormende figuur, met wie ze gelijk ook afrekenen. Het klassieke motief van de vadermoord.

Maar wat als die figuur nooit een echte rol heeft gespeeld in je leven? Je zelfs lange tijd niet van zijn bestaan op de hoogte was? Dan is er weinig om mee af te rekenen, behalve misschien met de leegte, de jaren van gemiste liefde. Dat is materiaal voor een heel ander boek.

Als Amatmoekrim 11 jaar is, vertrouwt haar moeder haar toe dat de dronkelap die ze tot dan toe voor haar verwekker hield, wel de verwekker is van haar broertje en zusje, maar niet van haar. Haar biologische vader heet Eric Lie en woont in Suriname. Hij is een meester in taekwondo, een lokale sportlegende zelfs. De mededeling geeft het meisje vooral een gevoel van opluchting: niet langer is ze loyaliteit verschuldigd aan de man die hun gezin het leven zo zuur heeft gemaakt.

Een lange tijd blijft het daarbij. Pas rond haar negentiende komt langzaam het contact op gang. Eerst via brieven en foto's, later volgen er ook bezoekjes aan Suriname, Amatmoekrims geboorteland, dat ze onmiddellijk in haar hart sluit. "Het leek, achteraf gezien, een dubbelzijdige sollicitatieperiode waarbij we allebei onzeker waren in hoeverre we de positie wensten."

Hoe dan ook verwelkomt Eric Lie zijn verloren dochter met open armen. Hij blijkt een echte levensgenieter. Dol op de jacht (hij bezit een boek over dieren uit het Surinaamse regenwoud dat dienstdoet als 'menukaart'), en minstens zo dol op vrouwen - getuige ook de vele halfbroertjes en -zusjes die in de loop der jaren opduiken.

In de daaropvolgende jaren tasten vader en dochter elkaar af, zoeken een manier om zich tot elkaar te verhouden. Teleurstelling ligt onvermijdelijk op de loer, de tijd zonder elkaar heeft een gat geslagen dat niet zomaar te dichten is. Lag het echt buiten haar vaders schuld dat er nooit contact is geweest? Of was het eerder nalatigheid, onverschilligheid zelfs? De dochter kwam pas terug in het leven van de vader toen ze 'af' was, geen 'probleem' meer voor hem vormde. Iedere noodzaak van de aanwezigheid in elkaars bestaan ontbreekt. Wat betekent dat voor de mogelijke band tussen vader en dochter, hun liefde en loyaliteit tegenover elkaar?

'Tenzij de vader' is de neerslag van Amatmoekrims worsteling, de zoektocht naar haar identiteit. Als dochter van een afwezige vader, maar ook als migrant tussen twee culturen, die nergens echt thuishoort. Het zijn thema's die we kennen uit eerdere romans van de auteur, zoals 'De man van veel' (over de Surinaamse verzetsstrijder Anton de Kom) en 'Het gym' (over een donker meisje op een wit gymnasium). In dit geval is de veilige laag van de fictie afwezig. Met het schrijven van 'Tenzij de vader' dwingt ze zichzelf haar angsten onder ogen te zien, vragen te stellen waarop ze het antwoord misschien liever niet zou weten.

Daarmee is Amatmoekrims zesde boek haar persoonlijkste, kwetsbaarste werk tot nu toe. Zonder zichzelf of haar vader te sparen schetst ze een liefdevol portret van hun moeilijke verhouding. Over de platitudes waartoe de auteur zich soms laat verleiden ('De verloren tijd mocht weliswaar vergeven worden, hij bleef voor altijd verloren') lezen we maar gauw heen.

Heel anders van aard, en toch vergelijkbaar, is de zoektocht van Jan Cremer (1940), nog zo'n kind van een afwezige vader. Geen worsteling met een gecompliceerd heden, maar de reconstructie van een verleden dat ook na jaren speurwerk nog talloze lacunes vertoont.

Cremer senior kennen we uit 'Ik, Jan Cremer', het debuut waarmee zijn zoon in 1964 de Nederlandse letteren binnen denderde: een vrijbuiter, oorlogscorrespondent, overleden toen de kleine Jan 2 jaar oud was. De familiegeschiedenis was ook onderwerp van Cremers (lauw ontvangen) trilogie 'De Hunnen' uit 1984.

Toch kan de auteur het verhaal over zijn afkomst pas echt gaan ontrafelen na de dood van moeder Rózsa in 2001. Met behulp van nieuw archiefmateriaal brengt hij het geheimzinnige leven van zijn ouders in kaart, tast desondanks nog dikwijls in het duister.

Het resultaat van Cremers inspanningen is 'Fernweh', het eerste deel van wat de 'Odyssee'-cyclus moet worden, in een proza dat minder gespierd is dan zijn eerdere werk. De mooie titel duidt op zijn vaders innerlijke onrust die 'als een horde mieren door zijn aderen' kroop en hem steeds verder de wereld in dreef. Als het even kon, gooide de elektrotechnicus zijn zaak in Enschede dicht en ging op reis, bleef dan vaak maanden weg, verslond vele vrouwen - ook deze vader was een echte jager.

Zo ontmoette hij uiteindelijk Cremers Hongaarse moeder, een dan piepjonge balletdanseres, die hij overhaalde haar comfortabele leventje in Boedapest op te geven en mee te gaan naar het grijze Enschede. Daar kwam ze na de vroege dood van haar echtgenoot vast te zitten, vol haat jegens de man die haar 'de hel in trok'.

De tragiek van dit leven is prachtig uitgewerkt in het laatste deel van 'Fernweh'. Maar voor Cremers zoektocht naar zijn vader waren Rózsa's wraakgevoelens een regelrechte ramp: systematisch vernietigde ze al zijn foto's, brieven, zelfs het typoscript van diens enige roman. Alles om te voorkomen dat haar zoon herinneringen zou hebben aan die vervloekte Cremer.

Dit boek is daarop het antwoord, een poging de vernietiging ongedaan te maken. Een omgekeerde vadermoord, zo je wilt. Meer dan Amatmoekrim zuivert de auteur zijn verwekker van alle blaam, verdedigt hem tegen de kritiek die zijn levensstijl opriep. Enthousiast wijst hij op alle overeenkomsten tussen vader en zoon, niet gehinderd door een heden dat het beeld kan vertroebelen. Aan zo'n vergelijking met de vader probeert Amatmoekrim zich juist te onttrekken. Zij wil 'onverbeterlijk en genadeloos' zichzelf zijn.

Hoe dan ook blijft een afwezige vader zijn kinderen een leven lang bezighouden. Aan de literatuur die dat heeft opgeleverd zijn weer twee mooie werken toegevoegd.

Karin Amatmoekrim: Tenzij de vader Prometheus; 272 blz. euro 19,95

Jan Cremer: Odyssee. Fernweh De Bezige Bij; 288 blz. euro 19,99

Karin Amatmoekrim

(1976, Paramaribo) debuteerde in 2004 met de 'bildungsroman' 'Het knipperleven'. Later verschenen onder meer 'Het gym' (2011) en 'De man van veel' (2013) gebaseerd op het leven van volksheld, schrijver Anton de Kom.

Jan Cremer

(1940, Amsterdam) debuteerde in 1964 met het autobiografische 'Ik, Jan Cremer', in 1966 volgde 'Ik Jan Cremer Tweede Boek', in 2008 'Ik Jan Cremer Derde Boek'. In 1985 werd zijn debuut bewerkt tot een musical.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden