Washington vecht in Congres én bij VN voor Iran-akkoord

Obama vecht vooral voor steun bij eigen Democraten. Kerry bespeelt internationale toneel.

De Amerikaanse regering vecht op twee fronten voor een goed akkoord met Iran, om te voorkomen dat het land een kernmogendheid wordt.

In Lausanne doet deze week minister van buitenlandse zaken John Kerry een uiterste poging om afspraken te maken over de nucleaire activiteiten die Iran de komende jaren mag hebben. De onderhandelende partijen (de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, Duitsland en Iran) willen dat zo'n akkoord er nog deze maand komt.

In Washington lobbyt president Obama ondertussen verwoed bij het Congres om te zorgen dat die overeenkomst een goede ontvangst krijgt. Want het Congres twijfelt over wat Obama voor elkaar kan krijgen.

En die twijfel kan een spaak in het wiel steken. Als Iran naar de mening van Obama voldoende concessies doet, moet hij daar verlichting tegenover stellen van de economische sancties die Iran nu zwaar treffen. Maar daar heeft het Congres ook iets over te zeggen.

"Iedereen maakt zich zorgen dat hij een slechte deal zal sluiten", zegt Hans Binnendijk van het Center for Transatlantic Relations aan de Johns Hopkins University. "Maar het alternatief is dat Iran helemaal de vrijhand houdt - of dat er oorlog komt."

Touwtrekken tussen het Congres en de president over internationale afspraken gebeurt al zo lang de VS bestaan, zegt Binnendijk. Volgens de grondwet moet de Senaat verdragen ratificeren met tweederde meerderheid. Bij politiek gevoelige onderwerpen is die drempel vaak te hoog. Daarom zijn veel overeenkomsten die de VS sluiten, afspraken die de president in zijn eentje met andere regeringen maakt.

Die afspraken hebben zwakke en sterke kanten. Als het Congres het er niet mee eens is, kan het er met een wet een streep door halen. Ook de volgende president heeft het volste recht de afspraken te verscheuren. Een groep van 47 Republikeinse senatoren bracht dat begin deze maand in een open brief nog even onder de aandacht van de Iraanse leiders. Een weinig subtiele bemoeienis met lopende onderhandelingen. 'Ongehoord' volgens Binnendijk, en volgens anderen zelfs grenzend aan landverraad. Maar wat ze schreven was wel waar.

"Een nogal ongelukkig voorbeeld is het akkoord dat de regering-Clinton in 1994 sloot met Noord-Korea over plutoniumvoorraden", zegt Binnendijk. "Er kwam een nieuwe, Republikeinse president die ontdekte dat Noord-Korea ook bezig was met het verrijken van uranium. Hij vond dat een schending van het akkoord en zegde het op. Daarop viel het afgesproken toezicht door het Internationale Atoomagentschap IAEA weg, en werden 7000 plutoniumstaven verwerkt tot nucleaire wapens."

In de praktijk gebeurt het echter niet vaak dat een president een akkoord van een voorganger verscheurt. Daar is een goede politiek-strategische reden voor: hij zou daarmee aantonen dat afspraken met presidenten, en dus ook afspraken met hemzelf, weinig waard zijn. Dus als in 2017 een Republikeinse opvolger van Obama een stabiele situatie aantreft, waarin Iran zich volgens de internationale gemeenschap aan de afspraken houdt terwijl de meeste sancties zijn opgeheven, dan is de kans groot dat die zich daar bij neerlegt.

Voor Obama is het daarom vooral van belang dat hij nu, en de komende anderhalf jaar, in het overleg met Iran zijn gang kan gaan. De telefoontjes van hemzelf en zijn medewerkers moeten ervoor zorgen dat hij de minimale steun houdt die daarvoor nodig is.

Die minimale steun is in één cijfer uit te drukken: 34. Als hij zoveel Democraten aan zijn kant houdt, kan er namelijk nooit een tweederde meerderheid in de Senaat zijn voor een wet die het Iran-akkoord onderuit haalt.

Dat Obama nu zo hard moet vechten om voldoende van zijn eigen partijgenoten aan zijn kant te houden, zegt veel over de brede scepsis die in Washington heerst over zaken doen met Iran. Dat moet de leiders van dat land meer te denken geven dan die belerende brief van de Republikeinse senatoren. Wie weet helpt het John Kerry nog bij de onderhandelingen.

undefined

Deadline: 31 maart

De deadline voor het akkoord tussen Iran en de zes wereldmachten (de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad en Duitsland) loopt af op 31 maart. Dan moeten de grote lijnen voor het definitieve akkoord zijn uitgewerkt, dat vóór 1 juli moet worden ondertekend door alle partijen.

Maar zover is het nog niet. Alles hangt af van de bereidheid van de onderhandelaars om concessies te doen, en dat gaat niet makkelijk. Tussen de wereldmachten zelf zijn er verschillende visies over hoe het akkoord moet worden vormgegeven.

De grote dwarsligger is op dit moment Frankrijk. Dat land is gekant tegen het snel opheffen van de sancties tegen Iran. Daarnaast wil Parijs dat de beperkingen op Iraanse nucleaire activiteiten langer duren.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden