WASHINGTON, NEUZEN BIJ DE PRESIDENT EN DE FBI

Wie Amerikaanse steden bezoekt, gaat naar New York, Los Angeles, San Francisco of Chicago. Washington komt in dit rijtje wat minder vaak voor. De stad verdient beter.

JOOP BOUMA

Vergeleken met zinderend Manhattan is Capital City met z'n ruime, parkachtige opzet een verademing. Washington is eigenlijk een provinciestad, maar met mondaine allure. Washington is bij uitstek een stad vol tegenstellingen. In het centrum, gedomineerd door de regeringsgebouwen, wordt het straatbeeld bepaald door haastige ambtenaren en secretaresses in keurige mantelpakjes op nikes, de hooggehakte pumps zitten in een rugzak. Maar Washington is ook de stad met het hoogste aantal moorden in de VS.

Alleen al in de schitterende musea van de Smithsonian Museum Group kan de liefhebber dagen zoek brengen. Die veertien musea zijn ook nog gratis toegankelijk.

Er rijdt door Washington een toeristenbusje rond, de Tour Mobile, die bij vrijwel alle bezienswaardigheden van enige betekenis stopt. Een kaartje kost negen dollar en is de hele dag geldig. Je kunt de reis op elk gewenst moment vervolgen. Handig, maar eigenlijk is wandelen veel leuker. Het aardige van Washington is dat veel attracties heel goed te voet zijn te bereiken. Daarnaast heeft de stad een perfect metrosysteem, dat zeker vergeleken met dat van New York, zeer overzichtelijk is.

Aan weerszijden van The Mall - de inwoners van Washington noemen het een park, maar het is eigenlijk meer een langgerekt gazon tussen ruwweg het Washington monument en het Capitool - is een tiental musea gegroepeerd. Daar bevindt zich ook het National Air and Space Museum, volgens de Amerikanen 's werelds meestbezochte museum, waar de ontwikkeling van luchten ruimtevaarttechnologie te zien is. Hier staan levensgrote replica's van de Sowjet SS20-raket en de Amerikaanse Pershing-raket, maar ook de orginele Spirit of St. Louis, waarmee Charles Lindbergh de eerste transatlantische vlucht maakte, en de Apollo 11capsule. Vanaf de nagebouwde brug van een vliegdekschip kan de bezoeker zien hoe jachtvliegtuigen de lucht in geslingerd worden.

Binnen loopafstand bevinden zich de beroemde National Gallery of Art en ook hele gekke musea, zoals de Arts and industries building, waar een collectie imposante machines en constructies uit de vorige eeuw schijnbaar zonder enige samenhang bijeen zijn gebracht. Bij nader onderzoek blijkt het museum de sfeer terug te willen roepen die er heerste tijdens de tentoonstelling wegens het 100-jarig bestaan van Philadelphia in 1876.

Het Capitool is ook een bezoek waard. Je kunt met een gids door het gebouw gaan, maar ook op eigen gelegenheid door de gangen dwalen. Je kunt ver komen, daar waar publiek niet mag komen staan bewakers.

Via de ruggegraat van Washington, Pennsylvania Avenue, is het van het Capitool maar een eindje naar het J. Edgar Hoover Building, hoofdkwartier van de FBI, het Federal Bureau of Investigation. Dit enorme gebouw is - opnieuw gratis - open voor bezoekers. De rondleiding valt tegen. De bezoekers worden langs een reeks panelen gevoerd, waarop in het kort het werk van de federale politie wordt uitgelegd. Daarna wordt hen een kijkje achter gepantserd glas gegund in laboratoria en de kamer met in beslag genomen voorwapens. Wie toch bij de FBI binnen wil gaan kijken, moet vroeg gaan. Na een uur of tien kunnen de wachttijden voor rondleidingen flink oplopen.

Van de FBI loop je in tien minuten naar het Witte Huis, dat voor gewone stervelingen eigenlijk alleen aan de buitenkant interessant is, want ook hier stelt de rondleiding niet veel voor. De excursie is gratis en zeer populair, jaarlijks schuifelen ongeveer een miljoen toeristen door het optrekje van George Bush.

Slechts vijf van de 132 kamers in het Witte Huis zijn open voor het publiek en daar zit - uiteraard, maar helaas - niet de oval room, de werkkamer van de president tussen. In de vijf opengestelde ruimten staan wat aardige oude meubeltjes en hangen enige oude meesters aan de muur. Het rondleidend personeel vertelt op routineuze toon alles over de persoonlijke smaak van presidentsvrouwen Rosalyn, Nancy en Barbara en hun illustere voorgangsters en hoe zij een onuitwisbare stempel hebben gedrukt op de aankleding van de gele, groene, paarse en rose kamers. Het is informatie die eigenlijk alleen aan de Amerikanen zelf besteed is.

Niet ver van het Witte Huis, vlakbij het pompeuze Lincoln Memorial, ligt het Vietnam Veterans Memorial. Een sober, maar indrukwekkend - door particulieren gefinancierde - monument voor de Amerikaanse slachtoffers van de Vietnam-oorlog. Op twee enorme panelen staan de namen van de 58 156 doden en vermisten uit deze oorlog. Bij het monument liggen dikke naslagwerken, waarin nabestaanden kunnen opzoeken waar op het monument de naam van hun familielid is gegraveerd.

De nationale begraafplaats Arlington, gelegen op grondgebied van de staat Virginia, is uitstekend uit Washington per metro bereikbaar. En, op dit enorm uitgestrekte kerkhof komt de Tour Mobile, weer van pas. Deze toeristenbus maakt voor een paar dollar een rondje over het terrein. Gestopt wordt er onder meer bij de graven van John F. Kennedy en zijn broer Robert. Op Arlington liggen onder meer de stoffelijke resten van zo'n 175 000 Amerikaanse soldaten, die hebben gevochten van de Burgeroorlog tot aan de Golfoorlog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden