Was ze een goede moeder?

'Deze 'memoir' geeft een helder en schrijnend beeld van gemiste kansen in een moeder-dochterrelatie'

Soms kun je als ouder het gevoel krijgen dat de kinderen je door de vingers glippen. Als ze ineens kunnen fietsen bijvoorbeeld, terwijl je niet gezien hebt hoe ze het onder de knie kregen. Of als ze allang een vriendje hebben, terwijl jij nog denkt dat ze chillen bij hun beste vriendin. Of als ze met vrienden een wereldreis gepland hebben terwijl jij met je hoofd nog in de tent in Frankrijk zit.

Dat stemt wat melancholiek, die ontsnappingen aan de greep van moeder of vader, maar het stemt evengoed tevreden. Ze bestáán, los van ons, dat was ook de opzet.

Pas in het ongewone en tragische geval dat het kind er niet meer is, als er alleen nog maar kan worden omgezien, kan die lichte melancholie omslaan in pijn en spijt. Spijt om de eigen luchthartigheid en achteloosheid, om de gemiste kansen, om het niet hebben voorzien.

A. F. Th. van der Heijden schrijft daarover in zijn requiemroman 'Tonio', waarin hij noteert wat hij als vader naliet en waarin hij nu, na Tonio's dood, juist op zoek gaat naar dat deel van zijn zoons leven dat zich eerder buiten zijn gezichtsveld bevond: zijn werkkring, zijn vrienden, een mogelijke prille verliefdheid.

Anna Enquist verwoordt het impliciet in 'Contrapunt', waarin de beschermende moeder verwonderd toeziet hoe de dochter iedere levensfase weer een stapje verder zet, weg van haar, de wereld in. Hoe is het mogelijk, denkt de moeder bij de eerste voorstelling op de basisschool. "Mijn dochter danst de klompendans. Het gebeurt gewoon en wij kijken ernaar."

In bedekte termen vormt het gevoel dat je kind je ontglipt ook de rode draad in 'Blauwe nachten', het nieuwe boek van Joan Didion ¿ de opvolger van haar in 2005 verschenen 'Het jaar van magisch denken'. In die bestseller deed de Amerikaanse schrijfster verslag van haar rouw na de plotselinge dood van haar man, schrijver John Gregory Dunne. Dunne stierf aan een hartaanval vlak voor ze hun veertigjarige huwelijk zouden vieren.

Het noodlot sloeg toe op een avond in december 2003 nadat ze waren teruggekeerd uit het ziekenhuis waar zij hun dochter Quintana Roo hadden bezocht. Die lag op de intensive care in coma, het gevolg van een heftige longontsteking. In de maanden na Dunne's plotselinge dood zou Quintana Roo voldoende herstellen om de herdenkingsdienst van haar vader bij te kunnen wonen, maar daarna zou zij opnieuw getroffen worden door een reeks van infecties. In augustus 2005, vlak voor de verschijning van 'Het jaar van magisch denken', sterft de negenendertigjarige Quintana aan pancreatitis. Binnen twee jaar verliest Didion zo haar man en hun enige kind.

Genoeg om de pen voorgoed neer te willen leggen, maar dat doet Didion niet. Voor haar is het schrijven noodzaak: een manier om de doden in leven te houden en het verlies voor zich uit te schuiven. In 'Het jaar van magisch denken' lepelt ze feiten rondom het sterven van haar man op, als een mantra: de handelingen van de ambulancebroeders, het tijdstip van aankomst in het ziekenhuis, uitspraken van dokters.

Het is alsof ze zich zo alles nog eens goed wil inpeperen, maar intussen regeert de ontkenning. Ze zet Dunne's schoenen klaar voor zijn mogelijke terugkomst. Ze trekt zich steeds meer terug in haar huis om er te zijn als hij weer opduikt.

De dood aanvaarden is onmogelijk. Je probeert je voor te stellen hoe het is om iemand te verliezen, maar je komt niet verder dan de begrafenis, schrijft ze. "We weten van tevoren niets over de oneindige afwezigheid die volgt, over de leegte, over het tegenovergestelde van alles wat zinvol is, over de meedogenloze aaneenschakeling van ogenblikken waarin we de zinloosheid zelf ervaren."

Het huwelijk van het schrijverspaar was symbiotisch: samen eten, samen rennen, samen schrijven, samen toegang tot de feestjes van de beau monde van Hollywood waar ze als (scenario)schrijvers in verkeerden, samen reizen naar exotische oorden, langs festivals, verblijven in chique hotels. Ze waren maar zelden zonder elkaar en als het wel zo was, belden ze elkaar wel drie keer per dag. ¿

Met dochter Quintana is dat anders. Meer nog dan 'Het jaar van magisch denken' wordt 'Blauwe Nachten' getekend door het geleden verlies. Niet alleen de dochter, het leven zelf glipt de 75-jarige Didion nu door de vingers. De rouw maakt haar wankel. Ze krijgt ouderdomskwalen: neuritis, een flauwte, gordelroos. En belangrijker nog: na het verlies van haar dochter zijn er, anders dan na het verlies van haar man, ook ondermijnende vragen.

Quintana Roo (exotisch vernoemd naar een onbekende streek in Mexico die Didion en haar man op de kaart zagen staan) was geen biologische dochter, zo blijkt als 'Blauwe Nachten' al een eindje op weg is. Ze werd direct na haar geboorte geadopteerd. Als klein kind kreeg Quintana Roo het hele verhaal van haar herkomst tot in de details te horen, iets wat in de jaren zestig vaker dan nu werd aanbevolen, zoals Didion droogjes meldt. Quintana weet dat Joan onder de douche stond toen de dokter belde dat er een prachtige baby was, hoe haar ouders naar het ziekenhuis vlogen, hoe haar vader bij het raam van de couveuseruimte zei: nee, niet die baby, die andere, die met het strikje. Het meisje gaat er later over piekeren. "Wat, als ik geen strikje had gehad?"

Destijds weigerde Didion daarover na te denken, maar in 'Blauwe nachten' laat ze Quintana's vragen herhaaldelijk op het verhaal inbreken: "Maar wat als jullie niet thuis waren geweest toen de dokter belde? Als het vliegtuig was neergestort?" Alsof ze nu een sleutel bieden, alsof juist die vragen zijn overgebleven.

Opnieuw schetst Didion haar bevoorrechte omgeving in alle mondaine details. Ze opent met haar herinneringen aan Quintana's trouwdag, een paar maanden voor haar plotselinge ziekbed en voor de dood van haar vader; de Christian Louboutin-schoenen met rode zolen, de witte stefanotis in het haar. Haar vader die op die gelukkige dag een toespraak houdt en vertelt hoe hij Quintana met haar blauwe rugzakje de heuvel af zag lopen in Malibu, op weg naar school, 'het mooiste wat hij ooit zag'.

Ze staat stil bij de zestig ontvangen jurkjes bij het kraamfeestje, het samen kijken naar de volwassen kostuumdraak 'Nicolaas en Alexander' op Quintana's vijfde jaar, op haar negende mee op boektournee, kaviaar in The Ambassador. Maar steeds schemert daar de twijfel tussendoor: "Het was in een periode in mijn leven dat ik in de waan verkeerde dat ik met het braden van kip die zou worden geserveerd op de Minton-borden van Sara Mankiewicz, en met het kopen van de parasol die het beeldschone meisje in Saigon tegen de zon zou beschermen wel aan de belangrijkste eisen van het moederschap zou hebben voldaan", noteert Didion, als ze haar eigen onwennigheid na de plotselinge komst van de dochter beschrijft.

Stukje bij beetje begrijpen we dat Quintana's opgroeien niet helemaal van een leien dakje ging. "Er is sprake van kwikzilverachtige stemmingswisselingen, van een diagnose", schrijft Didion omfloerst, ergens aan het begin van een hoofdstuk, "van angst en depressiviteit, te veel drinken". Als Quintana 32 is, duikt haar biologische familie op, een ontmoeting volgt, maar ook weer een verwijdering.

Steeds nieuwsgieriger raak je naar deze dochter, die als kind al bang is dat haar vader zal sterven omdat ze dan alleen voor de moeder moet zorgen. (Was ik het probleem?, vraagt Didion zich af.) Die moet huilen als ze uit een brief begrijpt dat haar biologische vader een fan is van 'The Grateful Dead'. Die haar moeder smeekt om de 'Funeral Blues' van Auden niet voor te laten dragen op de herdenkingsdienst van haar vader, want "wanneer iemand dood gaat, kun je daar beter niet bij stil staan".

Maar een helder beeld van die dochter krijg je niet. Wat rest van de dochter is de vertwijfeling van de moeder. "Sprekend over sterfelijkheid, spreken we over onze kinderen," schrijft Didion ergens. In een van de laatste hoofdstukken memoreert ze op een moment van intens gemis de knuffel die Quintana Roo als negenjarige in een hotel liet liggen, en waar ze in het vliegtuig afstand van nam door te verzinnen dat deze Bunny Rabbit in het dure hotel waar hij is achtergelaten toch een veel mooier leven tegemoet zou gaan.

Als lezer mag je je over de banaliteit van die associatie verbazen: het adoptiekind als knuffel. Toch is het ook een helder, schrijnend beeld. Nu de dochter dood is, wordt de moeder teruggeworpen in dat begin: de adoptie, de verlatingsangst die daar op volgde. Maar nu zonder het uitzicht op een helende toekomst. ¿

Joan Didion: Blauwe nachten.

(Blue Nights) Vertaald door Marijke Versluys. De Bezige Bij, Antwerpen; 187 blz € 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden