...was Peter Stuyvesant een terrorist

De 'Wereld van Peter Stuyvesant' is er een van avontuur en verre reizen. Niet voor niets: onze landgenoot Peter Stuyvesant maakte in de zeventiende eeuw de ene reis na de andere. Zat hij niet op Curaçao, dan zeilde hij wel naar Nieuw Amsterdam of Brazilië. En voor avonturen draaide hij evenmin zijn hand om. Geen wonder dat hij als 33-jarige al met een houten been rondliep.

Het meest bekend werd Stuyvesant als stichter van New York. Precies 350 jaar geleden verleende hij stadsrechten aan wat toen nog Nieuw Amsterdam heette; een nederzetting van amper 800 inwoners. Lang kon hij er niet van genieten: ruim elf jaar later, in augustus 1664, moest Stuyvesant toezien hoe de Engelsen met een enorme overmacht 'zijn' stad - van inmiddels 8000 inwoners - innamen. Liever was Stuyvesant het gevecht met de Engelsen aangegaan, maar daarin steunden de kolonisten hem niet. Dus kreeg Jacobus II, de hertog van York, de latere wereldstad in handen en moest Stuyvesant zich in Holland verantwoorden voor het verlies van de kolonie.

Stuyvesant werd in 1611 of 1612 in het huidige Weststellingwerf geboren als Pieter Stuyfsandt. Na een mislukte theologiestudie aan de universiteit van Franeker trad hij in dienst van de West-Indische Compagnie (WIC). Daar schopte hij het na een kort verblijf in Brazilië tot directeur van Curaçao, dat in die dagen als maritiem steunpunt in het Caribisch gebied diende. Aanvankelijk was het noordelijker gelegen Sint-Maarten het verversingsstation van de WIC, maar in 1633, twee jaar na de verovering ervan, raakten de Nederlanders het kwijt aan de Spanjaarden. Tot hun grote verdriet, want Sint-Maarten beschikte over rijke zoutpannen.

Om die reden en vanwege de gunstige ligging van Sint-Maarten had Stuyvesant de herovering ervan een paar keer aangekaart bij de West-Indische Compagnie. Pas in 1644 was het zover: aan boord van de Blauwe Haan zeilde hij vanuit Curaçao noordwaarts. In zijn arrogantie plaatste hij direct na aankomst demonstratief een vlag op een van de heuvels, daarmee een ideaal doelwit vormend voor de Spanjolen. Die openden het vuur en raakten Stuyvesant vol in het rechterbeen. Het been werd geamputeerd en door een houten exemplaar vervangen, met zilver beslagen, dat wel.

De herovering mislukte en Stuyvesant keerde voor verdere genezing terug naar Nederland. Daarmee was zijn rol in de WIC geenszins uitgespeeld. In die tijd rommelde het namelijk nogal in een andere kolonie: Nieuw Nederland aan de Hudson. Opeenvolgende gouverneurs-generaal hadden er een zootje van gemaakt door ruzie te maken met de Indianen en de Engelsen. In 1646 bood Stuyvesant zichzelf aan als gouverneur-generaal van Nieuw-Nederland, Curaçao, Bonaire en Aruba met standplaats Nieuw Amsterdam. De kolonie Nieuw-Nederland bracht hij tot bloei, terwijl hij ook uit de Antillen zo groot mogelijke winsten probeerde te halen. Het grote geld zat in die tijd in de slavenhandel en juist vanwege zijn vermeende rol daarin werd hij eind vorig jaar op Curaçao alsnog veroordeeld.

Op de plaats van de oude slavenmarkt - Curaçao was in de zeventiende en achttiende eeuw een slavenoverslagstation voor het Caribisch gebied - vond een tribunaal plaats. Onder het toeziend oog van nog geen honderd nieuwsgierigen kreeg de goede man alle schuld van de slavenhandel postuum op zijn bord geschoven. Terwijl zijn opvolger met de slavenhandel was begonnen.

Ook de plannen van de Amerikaanse Peter Stuyvesant Foundation om zowel in New York als op Curaçao een Peter Stuyvesant Village te bouwen veegde het groepje Curaçaoënaars - onder wie schrijver Frank Martinus Arion - van tafel. Ook de naam 'West-Indische Compagnie' voor een restaurant is voor hen taboe. En het Peter Stuyvesant College, een school voor havo en vwo? Weg met die naam, zeggen deze Curaçaoënaars. Van hen mag niets op Curaçao meer herinneren aan 'de terrorist Stuyvesant'.

De veroordeling wekte de woede op van de Nederlanders Jacob Gelt Dekker, die op Curaçao een slavernijmuseum neerzette; nota bene juist om de bevolking en de jeugd van Curaçao de feiten van de slavenhandel en met name de handel van de WIC bij te brengen. Maar geschiedvervalsing gaat hem toch te ver. Het idee om alle namen van het Nederlandse verleden van Curaçao uit te bannen komt volgens hem voort uit het racisme van de Amerikaan Louis Farrakhan, de opvolger van Malcolm X. ,,Uitgerekend de kleine groep fanatiekelingen die nu Stuyvesant veroordeelt, heeft altijd geweigerd het slavernijmuseum te bezoeken. Ze vinden dat een blanke dat stukje geschiedenis niet kan vertellen.'' Hij wijst erop dat de slavenhandel helemaal niet zo zwart-wit was als wordt gesuggereerd. ,,Die werd ook gedreven door Creolen, terwijl op Curaçao vanaf 1680 vooral 'vrije zwarten', Spanjaarden en Portugezen in dienst van de WIC de slavenhandel domineerden.'' Hij schokte de bevolking door in de lokale pers onverbloemd te laten weten dat juist de zwarten op Curaçao discrimineren; niet de blanken.

Op het Peter Stuyvesant College wil intussen een meerderheid van leerlingen en docenten de naam van de school behouden, blijkt uit de schoolkrant. Stuyvesant wordt beschouwd als onderdeel van de geschiedenis en als een man die ook goede dingen voor het eiland heeft gedaan. Eén docent schreef in de schoolkrant: ,,Laat die man toch met rust. Hij heeft zijn been al verloren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden