Was ik maar een Twentenaar

Beeld COLOURBOX, GETTY

Waar hoor ik thuis, waar liggen mijn wortels? Als je al jaren in de Randstad woont, maar in Twente bent geboren, kan het gaan knagen. ‘Zit er nog iets van van Twente in mij verborgen?’

In een kroeg in Amsterdam speelt Ajax op een groot scherm. Het is stampvol met mensen, in rood-witte shirts en met Ajax-sjaals. Als er bijna wordt gescoord, klinkt er geschreeuw. In de pauze gaan schaaltjes met worst rond en klinken liederen van André Hazes en andere Amsterdamse volkszangers. Iedereen zingt mee. Ik sta erbij met een biertje, maar ken de teksten niet.

Ik woon al tien jaar in Amsterdam, maar ben er niet geboren, ik ben geen Amsterdammer. Enige tijd geleden schreef Het Parool over mensen die hun leven lang in Amsterdam woonden, maar buiten de stad ter wereld waren gekomen, en daarom in hun paspoort niet ‘Amsterdam’ als geboortestad hadden staan. Bij dit tragische lot werd uitgebreid stilgestaan. Zo belangrijk is de grond en de identiteit van een Amsterdammer blijkbaar.

Dit geldt natuurlijk niet alleen voor bewoners van de hoofdstad: die van Rotterdam, Den Haag, Maastricht en Eindhoven kunnen even hartstochtelijk hun identiteit vieren. En de Brabander, de Fries, de Zeeuw en de Drent zijn net zo trots op hun geboortegrond, voetbalteams, beroemde streekgenoten en -producten.

Zelf kwam ik ter wereld als Twentenaar. Geboren in Hengelo, opgegroeid in de Bornsestraat. Ik praatte toen met een Twentse tongval - hoa in plaats van hoor - en gebruikte woorden waarvan ik later pas besefte dat de rest van Nederland ze niet kende: ik zei onmeunig in plaats van ontzettend en noemde afvalbakken niet kliko’s, maar Otto’s.

Op mijn elfde verhuisden mijn moeder, mijn broertjes en ik uit Twente. Mijn middelbare schooltijd bracht ik door in Bilthoven, een ‘Goois’ dorp in de provincie Utrecht. Mijn Twentse accent leerde ik, tussen mijn klasgenoten met hun ‘Kinderen voor Kinderen’-r, al snel af.

Mijn vriend, een geboren en getogen Amsterdammer, heeft een passie voor zijn stad; hij studeerde even in Utrecht, maar kwam na een jaar weer terug, heel tevreden met het vooruitzicht om voor eeuwig Amsterdammer te blijven. Als ik zie welke band hij heeft met zijn stad, hoe hij zich er thuisvoelt, ben ik weleens jaloers. Het heeft iets moois, die verbinding met je geboortegrond. Alsof je gratis en voor niets een deel van je identiteit meekrijgt.

Afkomst bindt

Afkomst bindt, het bewijs zie je overal. In Amsterdam, weet ik, zijn Brabantse feesten, Friese winkels en er is zelfs een Twentse kroeg. Limburgers in den vreemde lijken automatisch naar elkaar toe te trekken, Groningers ook. Voor veel mensen blijft hun geboortestreek hun thuis, zelfs als ze er niet meer wonen. Topmodel van Friese bodem Doutzen Kroes, die de hele wereld over reist, spreekt in interviews en op sociale media graag over haar band met Friesland. Cecile Narinx, hoofdredacteur van modeblad Harper’s Bazaar, vertelde begin dit jaar in een Limburgbijlage van de Volkskrant dat ze zich nog steeds Maastrichtse voelt, ook al woont ze al 28 jaar in Utrecht.

“Dat mooi weer spelen, de schijn zoveel mogelijk ophouden, de hiërarchie respecteren en de buitenkant verzorgen”, zei Narinx, “dat is even diep verankerd in het rooms-katholicisme en de Limburgse volksaard als in mij.” Omdat ik me in Amsterdam nog weleens een buitenstaander voel, vond ik wat Narinx zei interessant. Als zij na 28 jaar nog steeds die band voelt met haar geboortegrond, zit er dan misschien ook nog iets van Twente in mij verborgen?

Met die gedachte nam ik op een ochtend de trein naar Oldenzaal. Ik wilde uitvinden wat er nog van mijn Twentse inborst over was. Ik was er de afgelopen tien jaar maar een paar keer geweest, voor korte bezoeken. Familie en kennissen uit Twente kwamen vaker naar het westen dan andersom. Ik was benieuwd wat het met me zou doen, rondwaren door mijn geboortegebied.

Van tevoren had ik gebeld met Harry Morshuis, een gepensioneerd docent Nederlands die lezingen geeft over Twente en zijn geschiedenis. Ik had hem gevraagd of ik langs mocht komen om te praten over de Twentse identiteit en wie ‘de Twentenaar’ is. Zijn dictie was netjes, hoorde ik aan de telefoon, zoals je verwacht bij een oud-docent Nederlands, maar ik hoorde er een onmiskenbaar Twents accent doorheen. Hij vond het goed als ik langskwam, al waarschuwde hij me vooraf: hij was er niet zeker van dat er zoiets als ‘de Twentenaar’ bestond.

Morshuis en zijn vrouw ontvingen me vriendelijk. Toch merkte ik enige reserve. Dat klopte wel met het gangbare beeld van de Twentenaar, met wat ik daar altijd over had gehoord: die kijkt altijd een beetje de kat uit de boom. Maar het zou ook kunnen dat ik inmiddels overal Twentse eigenschappen in ging zien. Morshuis vertelde me eerst over Twente, dat van oudsher bekendstond om de textielnijverheid. De regio was begin vorige eeuw verantwoordelijk voor wel 15 procent van het bnp vertelde Morshuis me, en toch was het een arm gebied: textielwerkers waren laagopgeleid en werden onderbetaald. Vandaar dat de regio zich lang minderwaardig heeft gevoeld tegenover de Randstad.

“Twentenaren staan toch ook bekend om hun bescheidenheid en terughoudendheid?” vroeg ik. “Dat is inderdaad het beeld”, zei Morshuis. “Maar ik weet niet of je kunt spreken van iets als een ‘Twentse persoonlijkheid’.”

Karakters

De meeste Nederlanders denken in die beelden: de gezellige Brabander, de stugge Fries, de koppige Groninger en de bourgondische Limburger. Slaat dat dan nergens op? Morshuis was niet de eerste die hier sceptisch op reageerde. Voor mijn bezoek aan Twente was ik via het Meertens Instituut terechtgekomen bij antropoloog Irene Stengs, die onderzoek heeft gedaan naar streekidentiteit in Nederland. Zij redeneert net als Morshuis: in ons hoofd dichten wij mensen uit verschillende regio’s andere karakters toe, maar dat verschil bestaat niet echt. Het is volgens haar vooral een idee dat we graag in stand houden.

“Dat Brabanders gezelliger zouden zijn is een idee dat leeft bij veel mensen”, vertelde Stengs me via de telefoon. “Als dat je beeld is en je ontmoet iemand die uit Brabant komt en sociaal is, denk je: zie je wel, Brabanders zijn gezellig. Als je iemand uit Brabant ontmoet die gesloten is maak je die connectie gewoon niet, of denk je dat het een uitzondering is: dat is geen typische Brabander. Zo ben je altijd bezig het beeld dat je al hebt te bevestigen.”

De tekst loopt door onder de afbeelding

Van linksboven (vlnr): Friesland, Flevoland, Noord-Holland, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland, Drenthe, Zeeland, Limburg, Groningen, Overijssel. Beeld COLOURBOX, GETTY

Toch kwam ik in mijn zoektocht naar de kern van de Twentse identiteit wel kenmerken tegen die ik van vroeger herkende en in de Randstad of in Gooise dorpen niet zo vaak tegenkwam. Die bescheidenheid, bijvoorbeeld: in Twente was jezelf op de borst kloppen een doodzonde. In Bilthoven of in Amsterdam hebben ze die weerzin voor zelfpromotie niet. Twentenaren houden hun problemen ook vaak voor zich of relativeren die: heel anders dan wat ik in het westen zie. In Amsterdam schrijven ze hartstochtelijke smartlappen over het leed dat het leven ze heeft aangedaan. Succes met het vinden van een dramatisch Twents lied: het emotioneelste wat je tegen gaat komen is waarschijnlijk ‘Lente in Twente’.

Alle speculatie over de Twentse inborst daargelaten: wat de Tukkers vooral bindt, volgens Morshuis, is de taal. Het Twentse dialect. Want in hetzelfde dialect praat het gewoon makkelijker. “En in de Randstad kijken ze nog weleens neer op onze manier van praten, dus dat schept bij de Twentenaren ook saamhorigheid.”

Dialect

Ik herinner me een interview met de van oorsprong Almelose actrice Loes Haverkort. De journalist vroeg haar of haar Twentse accent een band schiep met de Twentse zangeres Ilse DeLange, die ze overigens niet persoonlijk kende. “Ja erg, hè?” zei Haverkort. “Dat is er een van ons, die snap ik, denk ik dan.”

“Is dat niet aan het verdwijnen, het Twents dialect?” vroeg ik Morshuis. “Ja, de enige mensen die het echte dialect nog spreken zijn van mijn generatie, of hoogstens een generatie jonger.” De jeugd spreekt het volgens hem niet meer. Omdat de wereld dankzij internet en sneller reizen groter wordt, denkt hij, en omdat ze makkelijker trouwen met mensen buiten hun geboortestreek. Zijn kinderen zijn ook bijna allemaal uit Twente vertrokken; van de vier woont alleen zijn zoon nog in Oldenzaal.

Het stemde mij ook een beetje treurig. Ik ben een van de vele geboren Twentenaren die het gebied verlieten en het dialect afleerden. Een taal heeft leven nodig om te blijven bestaan. En als je streekidentiteit bijna alleen nog herkent aan een dialect of accent, dan betekent het einde van een taal misschien ook het einde van de identiteit. Dat zou jammer zijn. Een land van alleen maar ‘Nederlanders’, dat is toch saai.

Na afscheid genomen te hebben van Harry Morshuis in Oldenzaal loop ik op de terugweg nog even door mijn geboortestad Hengelo. Ik zie de Hema, de terrassen vlak bij de grote kerk, café/lunchroom Nationaal, dat mijn broers en ik het parkietencafé noemden, omdat ze er een paar parkieten in een kooi hadden. Ondanks de herkenbare plekken voelt het als een vreemde stad. In de hoofdstraat komt een groep meisjes van een jaar of elf op mij af, het voorste meisje vraagt me of ze een enquête bij me mag afnemen.

“Waar woont u precies in Hengelo?”, begint ze.

“Ik woon niet in Hengelo”, zeg ik.

“O”, zegt het meisje en kijkt een beetje verward naar haar vriendinnen.

“Houdt het dan eigenlijk al op?” vraag ik haar.

“Ja, eigenlijk wel”, zegt ze.

Ik hoopte dat mijn bezoek aan Twente me definitief zou vertellen of ik nog een Twentenaar was - of dat ik een Twentse kern zou hebben, iets wat aangeboren is en nooit meer weggaat. Wat ik uitvond was dat die Twentse identiteit iets anders was dan ik dacht, iets ongrijpbaars. Ik ben geen Twentenaar meer, ik ben een Nederlander zonder accent, maar ik zal altijd eerder krentewegge pakken dan gewoon rozijnenbrood en ik blijf de sketches van Herman Finkers gewoon meepraten. Een Twentenaar zou waarschijnlijk zeggen: “Het is wat het is. Alna hef n eande, mear n metwors hef dr twee.”

Regionaal

Toegegeven: met potjes mosterd en krentenmikken krijgt een regio-identiteit iets marginaals, iets van vroeger. Maar de actualiteit van de afgelopen weken, de strijd die in Spanje wordt gevoerd om een onafhankelijk Catalonië - en in groter verband het afbrokkelen van steun voor de EU - laat zien hoe sterk deze gevoelens en bijbehorende bewegingen kunnen worden als een overkoepelend gevoel van saamhorigheid ontbreekt.

Hoe is het in Nederland? Op petities24.com zijn 141 stemmen verzameld voor een onafhankelijk Limburg. De initiatiefnemers willen Belgisch- en Nederlands-Limburg samenvoegen naar ‘de originele staat van het Limburgs groothertogdom. Want een Limburger is in de eerste plaats een Limburger maar nooit een Hollander.’ Ook voor Friesland Onafhankelijk kan via petities24.com getekend worden. Er zijn nu elf handtekeningen voor een autonome Friese regio. De ‘Fryske Nasjonale Partij’ wil ook meer autonomie voor Friesland en steunt de Catalanen. Eerder, in 2014, bezocht een delegatie van de partij Schotland, dat toen een referendum hield voor onafhankelijkheid van de Britse Unie. ‘Groningen Centraal’ wil het ook graag zonder de rest van Nederland doen. Zulke bewegingen bestaan in meer provincies.

Reageren?

Bent u zo gezellig omdat u uit Brabant komt of is het gewoon uw gemoedelijke inborst? Is het DNA of cultuur? Mail ons uw ervaringen, in 120 woorden, via tijdpost@trouw.nl, graag met naam en woonplaats. Of reageer als abonnee direct onder dit artikel (als u bent ingelogd).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden