Was ik dapperder geweest?

'Waarom zat mijn vader niet in het verzet?' Roel van Duijn ontdekt het in het oorlogsdagboek dat z'n vader als dwangarbeider bijhield. Een document van angst.

Roel van Duijn (1943) richtte Provo en Kabouters op en was actief in de groene politiek. Hij schreef 'Diepvriesfiguur' (autobiografisch, 2012).

Tijdens het avondeten werd er aangebeld. Mijn vader kreeg een brief uitgereikt. "Op bevel van de Weermachtsbevelhebber in Nederland van 18-3-1944", las hij, "is u verplicht tijdelijken arbeid in de omgeving van uw woonplaats voor de weermacht te verrichten."

Was getekend: Westra, burgemeester van 's-Gravenhage.

Goeie hemel! Aanstaande maandagochtend moest hij bij Ockenburg klaarstaan, schop in de hand. Spitten voor de Atlantikwall. Hij met z'n twee linkerhanden. "Ik maak u erop attent dat indien u aan deze verordening geen gevolg geeft, de Weermacht tot zeer straffe maatregelen overgaat."

Nog drie dagen had hij om te zien hoe hij er vanaf kon komen. Een vervanger sturen? Mocht niet meer. Een doktersattest dan. De huisarts schreef: "Patient G. van Duyn ist seit Jahren unter Behandlung wegen starke Beschwerden eines Anginus pectoris nervoses. Er ist 44 Jahren alt. (...) kann keinesfalls schwere Arbeit leisten."

Van alle panische gesprekken die hij voerde, was alleen de raad van zijn broer Huug raak: hou een dagboek bij, voor het nageslacht. Ik was op dat moment een peuter. Na de dood van mijn vader erfde ik het schoolschrift vol hiërogliefen, met het analinepotlood waarmee hij ook de concepten voor zijn accountantsrapporten becijferde. Onvoorzichtig leende ik het aan mijn broer Bob, die het meenam naar Amerika, kwijtmaakte en overleed. Zijn weduwe vroeg ik regelmatig naar het schrift. Toen ik de hoop had opgegeven, vond ik het in mijn inbox, gescand en wel. Van Bobs dochter, opgespoord tijdens haar zoektocht naar haar Europese wortels op de ouderlijke zolder. Verrukt was ik.

'Dagboek van een gevorderde', staat op het etiket. Dat germanisme is een woordspeling. De 'gevorderde' is een dwangarbeider, evenals tienduizenden andere Haagse mannen: 'ein Geforderter', een 'opgeëiste'.

Eén vraag die ik mijn ouders al als jongetje stelde, houdt mij mijn leven lang leven bezig: waarom zaten jullie niet in het verzet? Met een vergrootglas speur ik in zijn aantekeningen van die veertien dagen dwangarbeid naar tekenen van opstandigheid tegen de krankzinnigste onderneming op Nederlandse bodem ooit: om van onze kust een ketting van beton, bunkers en kanonnen te maken, op Hitlers bevel uit 1942 aan de paramilitaire Organisation Todt (OT).

'Spitten' werd het genoemd, omdat hij en velen als hij gedwongen werden om loopgraven te spitten. Hij moet zelf bord en lepel en werkkleding meenemen, een schop zou hem 'in bruikleen' verstrekt worden.

Alledaagse details. Alsof hij uit z'n graf stapt en gezellig als altijd begint te vertellen. Hoewel, er klinkt een verdachte bijtoon.

Eerste dag

Maandag 3 juli 1944. Met lijn 20 richting Ockenburgh. Daar verdeelt een Duitser - groen uniform, hakenkruis op de arm en laarzen - de mannen in twee groepen: mét en zonder doktersbrief.

Unteroffizier 'Otto' noemt mijn vader hem, een toespeling op de initialen van Organisation Todt, genoemd naar de minister van bewapening. M'n vader vermijdt echte namen van Duitsers. Hij ondergaat een blitzonderzoek naar hartslag en bloeddruk: 'volledig arbeitsfähig'. Mijn vader krabbelt met zelfspot:

Bretels zoek. 1/2 uur zoeken. Hingen achter aan mijn broek.

Zijn laatste troef: een verklaring van zijn vakorganisatie voor accountants, dat hij Wirtschaftsprüfer is, een onmisbare vakbroeder in de administratieve controle van de economie. Daar trappen ze niet in. Laatste illusie vervlogen. In een ploeg marcheren ze door de duinen naar het strand tussen Monster en Terheyden.

Het werk voor de vijand: betonstaven met elkaar verbinden, in eindeloze rijen als ruiters opgesteld.

Bedoeld om de tanks van onze bevrijders de toegang tot het strand te versperren.

Elke dag vermeldt hij de duur van de schafttijd, de pauze waar de spitters naar snakken. Die eerste dag heeft hij in de drukte van lijn 20 zijn lepel verloren.

M'n brood als lepel gebruikt.

Belangrijk was het weer.

Regen - zonneschijn - zware onweersbui. Stortbui, onder de wagens geschuild die op afgrijselijke manier doorlekken. Betonwater droop in mijn hals.

Tekening van wagens, mannetjes eronder gekropen. Ik googel het weerrapport van de derde juli van 1944 en dat bevestigt het weerbeeld. Ik geloof nu elk woord en ook zijn gevoel daarover.

Voelde mij deze eerste dag vaak zeer ongelukkig.

Tweede dag

Ze duwen wagens met betonpalen over het strand voort, kilometers. Tot z'n opluchting mag hij dan een licht klusje doen: in het strandzand tekent hij de patronen waarlangs zijn jaloerse, betonsjouwende lotgenoten de barricaden aanleggen. Maar als hij staat te niksen krijgt hij last met een OT-man, die mijn vader Mars (oorlog) doopt.

Mars met z'n stok staat te brullen. Greep ook naar rev.

Mars gooit een schep zand in zijn nek. Dat hij ook zijn revolver had gegrepen, durft mijn vader niet voluit te schrijven, bang dat het schrift in verkeerde handen zal vallen.

Mijn vader was niet de enige lijntrekker. Over zijn lotgenoot Rademaker schrijft hij:

Hij liep maar achter een paard aan: in afwachting dat dit beest de staart zou optillen?

Derde dag

Slepen met kapotte betonnen rioleringsbuizen; ingegraven dienen die als schuttersput.

Mijn maat was Schreuders, de man die negen ribben te weinig heeft en toch werd goedgekeurd. Toen hij 'de dokter' vertelde dat hij handwerk niet gewend was, kreeg hij een standje dat hij "diese grosse Zeit" niet begreep.

Hij ziet de strafploeg werken.

Zij moeten de betonplaten met vier man sjouwen, die wij met zes sjouwen.

Eén mededeling verklaart een serie ongewone foto's van pappa in een oud fotoboek.

Heb mij vanavond door Bob in mijn dwangarbeidersplunje laten fotograferen.

Hij leert een boel nieuwe mensen kennen.

Een neger-musicus. Jongens van de vierde klas Mulo, waar de arbeid te zwaar voor is.(...) Ook iemand met verlof uit N.O.I (Nieuw Oost Indië), met wien over de verhouding N.O.I - Japan voor de oorlog gesproken.

De 'neger-musicus' paradeert voor de troep betonsjouwers uit en gebaart met z'n armen alsof hij een fanfareorkest dirigeert. Zelfs de soldaten lachen.

's Avonds weer het gewone leven, en voor mij een oppas:

Nannie gebeld en uitgegaan. 's Avonds met Dien (mijn moeder) naar De Hout.

Waarover hebben zij 't gehad? Vast ook over de theosofie, die verboden was.

Vierde dag

's Ochtends probeert hij vlak draagwerk te krijgen.

Door Mars, die als een bezetene tekeer gaat, de duinen weer opgejaagd. Na weer vier à vijf betonpalen het duin te hebben opgedragen in ploeg van zes man dreigde ik te bezwijken. Plotseling tikte iemand mij op de schouder: "De ziekenploeg heeft nog een zesde man nodig , sluit je aan."

Ik met ziekenploeg van zes man weg. Doch bemerkte dat ik jas en etensgerei nog op strand had. Ik weer het duin op in doodsangst dat Mars mij in de gaten zou krijgen en mij het uitknijpen zou beletten.

Duin af, doch bemerkte tot mijn schrik dat mijn jas aan de andere kant van de ploegen ligt. In looppas door de ploegen. Mars ziet mij niet!

Aan de andere zijde mijn jas gegrepen en duin weer op. Bijna boven glijd ik weer naar beneden. Hijgend kruip ik weer naar boven en bid: Jezus, help mij. Mars staat te brullen op 't duin. Ik snel de duinen aan de andere zijde af en haal hijgend als een locomotief de ziekenploeg in.

Na het schaften andere koek.

Sparrenboomstammen moeten gesorteerd worden: dun bij dun en dik bij dik. Daarna op vrachtauto geladen.

Soldaat bezorgt ons drie uren rust onder de bomen, 's Middags om half drie gaat de schildwacht ook nog een uurtje slapen en wij nemen er dus ook nog een uurtje slaap bij.

Gekke tekening. Soldaat met geweer tussen de bomen, die zes slapende dwangarbeiders naast hun boomstammen bewaakt.

Vanmiddag je reinste paradijs. Zal het morgen weer lukken?

Vijfde dag

Rademaker heeft zich voor de grap tegenover de militairen voor NSB'er uitgegeven. Volgens hem zou resultaat geweest zijn : /////

Hoezo die streepjes? Opschrijven hoe de Duitsers Rademaker uitgefoeterd hebben durft hij niet. Even klinkt een soort trots over nieuw ontdekte fitness.

Ik werk tegenwoordig zonder jasje en doe mijn wollen hemd uit. Ongetwijfeld ben ik reeds min of meer gehard.

Een ander beeld doemt op uit de tekening van een lange wagen met arbeiders, waaronder een zittend mannetje met pijp en rookwolk. De shag had hij in een Wehrmachtkantine gescoord.

Zesde dag

Doet hij militaire ontdekkingen? Hij ziet:

Een gele mijnenlegger. Naar ik later verneem een boot veel lijkend op een geel geverfde duikboot, waarop schietschijven worden geplaatst.

De Duitsers laten die gele duikboot, met de schietschijven boven het water, langs de kust varen. Ze vuren erop met mitrailleurs en kanonnen, zoals ze een maand eerder bij de invasie in Normandië de geallieerde landingstroepen onder vuur namen.

Er is ook veel wat mijn vader niet ziet in een van de meest invasievrije stukken Nederland. Bijvoorbeeld de 'Scheinlufthafen' bij Ockenburgh, met houten vliegtuigen en rode, 's nachts brandende lichten. Om de RAF ertoe te verleiden hier hun bommen af te werpen in plaats van op het echte vliegveld Ypenburg. Ook de mijnenvelden, met de bordjes MINENGEFAHR plus doodskoppen, kunnen hem niet ontgaan zijn. Ingehouden noteert hij:

Voel mij niet plezierig in dit terrein.

Zijn ploeg moet grote stapels dikke boomstammen versjouwen. De moed zinkt hem in de schoenen.

Met zes man nemen wij een boomstam op de schouders en proberen het kunststuk. Wij laten de boom weer neervallen, daar zes man te weinig blijkt.

De Wehrmachtjongens blaffen. Zij zouden zoiets wel met z'n drieën kunnen. Dan doet mijn vader een stap naar voren:

"Sie sind schon vier Jahre im Krieg. Vier Jahre in der frischen Luft, Sie haben mit ihren Händen und Ärmen gearbeitet, aber wir kommen so von unserem Büroamt".

Het had uitwerking.

De eene zei hierop: "Ach was, aufheben und abhauen", maar de hoogere: "Sie haben recht, zehn Leute pro Baum."

Tekening van een enorme boomstam, aangegaapt door een klein mannetje.

In het oude fotoalbum zit ook een foto van mijn vader, stralend tussen mijn moeder en een buurvrouw die hem bewonderend aankijken. Was dit het moment waarop hij vertelde van zijn gewaagde toespraakje tot de kwelgeesten?

Zondag 9 juli 1944, zevende dag

Uitbetaling van het loon, bij het gemeentelijk kantoor Prinsengracht 1.

Ik was vrij snel aan de beurt en mij werd ¿ 28,50 uitbetaald. Gemeten aan de zwarte prijs voor eieren, die ¿ 1,60 per ei bedraagt, wordt mijn werkloon dus gesteld op bijna 18 eieren.

Achttien scharreleieren, dat is nu 2,50 euro. Kinderbijslag was er in tijden van massamoord wel. Op de laatste, veertiende dag, ontving hij 20 gulden, voor vier kinderen tot 17 jaar: Bob, Lucie, Peter en Roeltje.

In de tweede week verraden de notities even weinig opstandigheid als in de eerste. Zelfs nu droeg hij op het werk nog zijn hoed. Op de laatste dag kan hij nog net naar de bibliotheek om nieuwe boeken voor de zondag te halen en op de bon tien sigaartjes te kopen. Dan begint zijn 'echte' leven weer: zijn werk, zijn gezin, het uitpluizen van onze familiestamboom .

Niet lang, want een paar maanden later beginnen in Den Haag de razzia's en moet hij voor Bob een schuilplaats vinden. Wat hij deed.

Van mijn liefdevolle vader met zijn hoge morele maatstaven verwachtte ik confrontatie met de waanzin. Waarom censureert hij zichzelf in zijn dagboek? Waarom beperkt hij zich tot een kritische beschrijving van Mars en veegt hij die hele Organisation Todt niet de duinpan uit? Het geringe risico dat zijn schoolschrift in verkeerde handen zou vallen, viel toch in het niet bij de verademing van een ongezouten mening?

Ja, hij trok de lijn, zoals ook de anderen dat deden. Ja, hij durfde de OT'ers een beschaafd argument tegen te werpen. Maar dat laat onverlet dat hij en al die andere hoofdzakelijk Nederlandse mannen onze kust binnen anderhalf jaar hebben omgeploeterd in een egelstelling van 13.000 bunkers, versperringen, mijnenvelden - tegen onze bevrijders.

Het teruggevonden dagboek is een document van angst, doodsangst. Dat is die verdachte bijtoon die hem ervan weerhield om de stekels echt overeind te zetten. Dus op de verklaring die hij mij ooit eens gaf, dat de angst voor zijn kinderen hem weerhield van het verzet, had ik hem brutaal moeten vragen: 'Papa, weet je zeker dat dit geen smoes is?'

Zou ik zelf wel dapper zijn geweest? Ik zou op zijn leeftijd al vóór de oorlog in een antifascistische organisatie hebben gezeten. Daar vroegen de Kristallnacht en zoveel meer om. Dus ik was in 1944 dood of gevangen geweest, óf ik zou in het verzet hebben gezeten.

Maar als ik in de zomer van 1944 als mijn vader geweest was, weggedoken in gezin, theosofie, stamboom, dan had ook mij de brief van de burgemeester onvoorbereid getroffen. Als een blikseminslag. Zou ik dan de moed hebben gehad de brief op te vatten als een wekroep om in georganiseerd verzet te gaan? Als ik bovendien, zoals mijn vader, een Joods uiterlijk zou hebben gehad? Dan had ik het ook in m'n broek gedaan.

In 1950, bij de halte van lijn 14 op de Laan van Meerdervoort, vroeg ik mijn vader wie Hitler was. Hij antwoordde dat Hitler een man was die tot aan zijn middel in een zee van bloed stond. Nu begrijp ik dat mijn vader bang was geweest in die donkerrode zee te verzuipen.

Lieve papa, jij was geen held. Maar dat je je ervaringen hebt opgeschreven geeft me goede troost. Op mijn vraag waarom je niet in het verzet bent gegaan had je me beter kunnen antwoorden dat je op grof onrecht en terreur totaal niet voorbereid was.

Een uitgebreide versie van dit artikel verschijnt in juli bij uitgeverij Van Praag onder de titel Spitten voor de Moffen. Papa, waarom zat jij niet in het verzet?

Lieve pappa, je had me beter kunnen antwoorden dat je op terreur totaal niet was voorbereid

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden