Was het Kamerdebat anders gelopen zonder de familie van Anne Faber in de zaal?

Links Annemiek, de vriendin van Joost Wolters en rechts Elze van Heeswijk, moeder van Anne Faber tijdens het debat in de Tweede Kamer over de behandeling van Michael P. Beeld ANP

Wat is het effect van publiek op het politieke debat? De aanwezigheid van de familie van de vermoorde Anne Faber toen haar zaak werd besproken in de Tweede Kamer zorgde onlangs voor ophef.

Wordt een politiek debat over het functioneren van een minister minder scherp gevoerd als er publiek in de zaal zit, vooral als dat slachtoffers of nabestaanden zijn? Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen met de positie van slachtoffers in de rechtszaal? Die vragen drongen zich op na het debat met minister Sander Dekker in de Tweede Kamer, waarbij de familie van de vermoorde Anne Faber een speciale plek kreeg in de zaal.

Als Theo Hiddema het woord neemt op 3 april, hebben de Kamerleden van de andere partijen al gesproken in het debat over de fouten tijdens de detentie van Michael P.. Allemaal beginnen ze hun bijdrage met een woord van medeleven en afschuw over het gebeurde richting de familie van Anne Faber, de jonge vrouw die op 29 september 2017 gruwelijk vermoord werd door Michael P..

Bij uitzondering zitten deze familieleden achter in de plenaire zaal in plaats van op de publieke tribune. Ook aanwezig is de familie van Joost Wolters, die op 27 juli 2017 in de Amsterdamse metro is vermoord door Philip O.. De nabestaanden zitten zo vlak bij de Kamerleden, van wie enkele even kort langslopen om een hand te schudden.

Hun aanwezigheid was minder nieuws geweest als niet Kamerlid én advocaat Hiddema van Forum voor Democratie begint met het oplezen van gruwelijke details van een eerder misdrijf van Michael P., waarbij P. twee minderjarige meisjes anaal, vaginaal en oraal verkrachtte en hen zwaar mishandelde. Hiddema wordt geïnterrumpeerd door VVD-Kamerlid Jeroen van Wijngaarden die hem erop wijst dat “we hier niet in de rechtszaal staan, maar in het parlement. Er zijn nabestaanden aanwezig.” Ook Kamervoorzitter Khadija Arib wijst Hiddema erop dat het “uit respect voor de slachtoffers en voor de ouders” goed is om “die details nu even niet te noemen”. Elze, de moeder van Anne, heeft de zaal dan al verlaten. Waardoor de kritiek op Hiddema later nog aanzwelt.

Hiddema verweert zich later op NOS Radio 1 en zegt dat minister Dekker door de terughoudendheid van de Kamer is gespaard. De bewindspersoon moest zich immers die woensdag als minister van rechtsbescherming verantwoorden voor de gemaakte fouten tijdens de detentie van P.. Hiddema: “Ze hadden de zitting op de publieke tribune kunnen bijwonen. Nu werden ze deel van de plenaire behandeling. Dat gaf een bepaalde waardigheid, die het debat niet ten goede komt. Door de behoefte van Kamerleden zich in te houden, kon de minister er ongeschonden vanaf komen. Doordat de familie geen koppensnellerij wilde, hebben ze het met zijn allen zo gespeeld dat er geen koppen zouden rollen.”

Heeft Hiddema een punt? Net als het VVD-Kamerlid Van Wijngaarden dat hem juist bekritiseerde, maakt Hiddema onderscheid tussen rechtszaal en parlement. En het publiek, zeker wanneer het nabestaanden van het slachtoffer van een gruwelijk misdrijf betreft, zo redeneert de strafpleiter, hoort geen onderdeel te zijn van het politieke debat.

Slachtofferrecht

In de rechtszaal heeft het slachtoffer van een misdrijf de afgelopen jaren een stevigere positie verworven. Sinds 2011 kwamen er meer slachtofferrechten, van een schadefonds tot het spreekrecht om tijdens het strafproces de rechter te vertellen over de gevolgen van het misdrijf voor hun leven. Binnenkort wordt het spreekrecht uitgebreid tot de stieffamilie en mogen slachtoffers ook meepraten over de voorwaarden van terugkeer in de samenleving na tbs. In nieuwe rechtbanken moet er voor slachtoffers een aparte wachtruimte zijn en liefst ook een aparte plek in de rechtszaal, niet midden tussen het publiek.

De introductie van het spreekrecht deed veel stof opwaaien, zegt Suzan van der Aa, hoogleraar straf(proces)­recht en kenner van slachtofferrechten. “Er heerste onder rechters én strafpleiters angst dat het spreekrecht het proces emotioneler zou maken, de rechtszaak zelfs zou gijzelen.” Fundamenteler was de vraag of het spreekrecht niet in strijd is met de onschuldpresumptie. Het slachtoffer dient zich in principe tot de rechter te richten, maar mag ook de verdachte wijzen op de gevolgen van zijn daad, terwijl hij of zij hiervoor nog niet is veroordeeld.

Volgens Van der Aa is de angst voor het toelaten van emoties tijdens het proces niet bewaarheid in de zin van strengere straffen, al is hier nog weinig onderzoek naar gedaan. “Natuurlijk zijn er af en toe emotionele incidenten, maar rechters hebben geleerd daarmee om te gaan.” Wel is in de wandelgangen volgens Van der Aa te horen dat rechters af en toe moeite hebben met wat ze horen van slachtoffers. “Hoe kunnen ze voldoende empathisch op het slachtoffer reageren zonder dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding komt? Ook parlementsleden zouden zich in dat opzicht misschien geremd hebben gevoeld”, denkt Van der Aa. “Die worsteling is misschien vergelijkbaar.”

Deze opvatting krijgt afgelopen weekend steun uit onverwachte hoek, als Wim Faber, de vader van Anne, zich in de discussie mengt. Hij houdt juist een pleidooi voor het benoemen van de gruwelen die zijn gebeurd, omdat zo de gevolgen voor nabestaanden duidelijk worden. Aanleiding is de publicatie van het boek van zijn broer Hans (Anne’s oom) over de hele zaak, vanaf de zoektocht naar Anne tot het uitblijven van de afrekening. In een interview met de Volkskrant noemen de broers Hans en Wim het een ‘monument en waarschuwing ineen’. Hans beschrijft in het boek ook de gruwelen van Anne’s dood en de censuur daarvan in politiek en media.

“Hiddema heeft dit in de Tweede Kamer terecht aangestipt”, zegt Wim. “Ik vind dat de Kamervoorzitter hem niet had mogen terugfluiten, ondanks de pijn voor de familie.[…] Hoe pijnlijk ook, alles wat hij zei klopte. Het allerergste vind ik wegkijken en doen alsof het allemaal maar een abstract gebeuren is. Zo geef je iedereen de mogelijkheid om het niet te hoeven weten. We moeten het beest in de bek kijken.” Wim is die dag zelf niet in de Tweede Kamer aanwezig, Hans wel. Hij voelde het ongemak bij de aanwezigen.

Belasting

Merkwaardig genoeg blijkt bij navraag dat de families Faber en Wolters bij uitzondering in de voorzittersloge van de grote zaal zijn beland. Kamervoorzitter Khadija Arib hoorde via haar ambtelijke organisatie dat de familie aanwezig wilde zijn en schatte in dat de publieke tribune, met vaak tientallen mensen en groepen scholieren, een te grote belasting zou zijn. Normaal zitten in de voorzittersloge gasten op uitnodiging, zoals ambassadeurs of familieleden van overleden oud-politici bij herdenkingen, of speciale functionarissen zoals de Ombudsman of de voorzitter van de Algemene Rekenkamer. Een enkele keer zitten er meer persoonlijke gasten van de voorzitter of individuele Kamerleden. Toeval of niet, de plek waar de familie volgens Arib in grotere rust het debat kon volgen, kreeg meer lading door het weglopen van de moeder van Anne en door de fotografen die juist daar beneden in de plenaire zaal aanwezig zijn.

De voorzittersloge was in de oude zaal van de Tweede Kamer – tot 1992 in gebruik – slechts een nisje, weet Anne Bos van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Het publiek zat dus altijd op de hoge en krappe tribune. Volgens het reglement van orde van de Tweede Kamer moet het publiek zich onthouden van ‘alle tekenen van goed- of afkeuring’. het publiek moet een ‘behoorlijke stilte’ handhaven en mag geen protestborden of kleding tonen.

Desondanks zijn er in de geschiedenis debatten aan te wijzen waarin de aanwezigheid en gedrag van het publiek een bepalende factor was. Op eenzame hoogte staat het debat in 1972 over de gratieverlening van drie Duitse oorlogsmisdadigers die een levenslange gevangenisstraf uitzaten in de koepelgevangenis van Breda. Aanvankelijk was er een Kamermeerderheid voor vrijlating van ‘de drie van Breda’, totdat de slachtoffers van het naziregime zich roerden. De dag van het debat stroomde het Binnenhof vol met demonstranten, van wie sommigen hun oude kampkleding weer hadden aangetrokken of hun davidster hadden opgespeld. Kamervoorzitter Frans-Joseph van Thiel moest zelfs de publieke tribune opkomen om tijdens het debat de hoog opgelopen emoties tot bedaren te brengen, vertelt Bos. “Want wegsturen wilde hij ze niet.” De drie van Breda kregen uiteindelijk geen gratie.

Oud-parlementair journalist en columnist van Trouw Hans Goslinga kan zich een ander zwaar emotioneel debat herinneren uit 1971, over het pensioen van oorlogsslachtoffers. Een van deze gepensioneerden schroeft zijn kunstbeen af en werpt dat vanaf de publieke tribune zo de zaal in. De zes kilo zware prothese mist op een haar na het hoofd van PvdA-kamerlid Voogd.

Wetenschappelijk onderzoek naar de rol van aanwezig publiek op het politieke debat is nooit gedaan, blijkt uit een rondje onder politicologen. Volgens Simon Otjes, werkzaam aan de universiteiten van Leiden en Groningen, is dat lastig te realiseren. “De meeste debatten in het Nederlandse parlement zijn bovendien saai en technocratisch, het gaat om incidenten.” Zelf onderzoekt hij onder meer populistisch taalgebruik in debatten, maar dat omvat niet de interactie met publiek. “Sinds midden jaren zestig zijn er camera’s in de zaal, belangrijke debatten werden op de radio uitgezonden. Politici van nu zijn zich er altijd van bewust dat er publiek meekijkt of meeluistert.”

Ook Anne Bos richt zich in haar onderzoek vooral op grote debatten waarbij de positie van een minister of staatssecretaris op het spel staat. Het publiek komt zo slechts indirect in beeld. Zij wijst er op dat de familie Faber, doordat de moeder vanuit de plenaire zaal vertrok, bewust of niet toch een politiek statement maakte en zo onderdeel werd van het debat. “Maar de afweging of minister Dekker moest vertrekken, is toch echt door de Kamer gemaakt.” Een enkele keer speelt de publieke tribune een hoofdrol, weet Bos, zoals de boze boeren tijdens de behandeling van de nieuwe mestwet in 1997. Zij vreesden voor de toekomst van hun bedrijf, hieven requiems aan, schreeuwden vanaf de tribune naar de zaal en drongen uiteindelijk zelfs de plenaire zaal binnen. De politie moest hen afvoeren. De volgende dag werd het wetsvoorstel – met een lege tribune – alsnog aangenomen.

Hoogleraar Van der Aa kan zich voorstellen dat de Kamervoorzitter haar uitnodiging aan de nabestaanden met de beste bedoelingen heeft gedaan, maar dat het hun niet de relatieve rust bracht die Arib beoogde. Wat dat betreft kan er volgens haar misschien worden geleerd van de procedures en de omgang met slachtoffers in de rechtbank. “Zij worden doorgaans voorbereid op wat hen te wachten staat. Ook dat er schokkende dingen kunnen worden gezegd.”

Lees ook: 

Minister Dekker door de mangel in beladen Faber-debat

De Tweede Kamer verwijt de minister de fouten die zijn gemaakt rond Michael P., de moordenaar van Anne Faber. Toch krijgt Sander Dekker na een beladen debat de kans om de problemen aan te pakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden