Review

Was het geheugen maar een fluitketel

Honkbal is een sport op leven en dood. Althans, dat maakte het geheugen van Donnie Moore, pitcher van de California Angels, ervan. Het gebeurde in 1986, met 5-2 vóór tegen de Boston Red Sox, één overwinning verwijderd van de winst in de series, laatste inning, twee man uit, twee slag: en toen jaste Dave Henderson de laatste aangooi van Moore alsnog over de railing. Henderson sloeg een paar man, en zichzelf, over de thuisplaat. Troost hielp niet meer, Moore raakte die ene, belabberde bal nooit meer kwijt. Hij zonk weg in een diepe depressie, om ten slotte in juli 1989 zijn vrouw en zichzelf van het leven te beroven.

In morele termen kun je dit een zondige herinnering noemen. En zo schrijft de Amerikaanse geheugenonderzoeker Daniel Schacter er dan ook over: 'The Seven Sins of Memory'.

Zondig is ons geheugen in velerlei opzicht, en soms vooral voor de portemonnee. Vraag het de violist David Margetts: hij legde eens een geleende Stradivarius op het dak van zijn auto en reed weg. Dertig jaar later dook het instrument op bij een reparateur, maar er moest een rechtszaak aan te pas komen voordat de viool weer naar de rechtmatige eigenaar verhuisde.

Deze anekdotes illustreren twee zonden van het geheugen: de hardnekkigheid ervan, vooral als het de herinnering aan beschamende gebeurtenissen betreft, en de verstrooide afwezigheid ervan, als de hersenen met iets bezig zijn en dan geen tijd hebben voor een dure viool. Ons geheugen mag dat van de slimste mensaap ver overtreffen, de keerzijde van die evolutie is dat we zeven gebreken voor lief moeten nemen.

De zonden op een rij, te beginnen met de vluchtigheid van het geheugen. Eind 19de eeuw stelde de Duitse filosoof Hermann Ebbinghaus experimenteel bij zichzelf vast dat hij negen uur nadat hij een lijst met onzin-lettergrepen (kab, wik, nig) had bestudeerd, al meer dan de helft kwijt was. Honderd jaar later kunnen Amerikaanse studenten desgevraagd nog wel de kalkoen van de laatste Thanksgiving herinneren, maar het menu van de vorige ging reeds lang geleden verloren. Het is alsof nieuwe herinneringen de oude opeten.

Ons geheugen houdt vooral routinematige bezigheden maar kort vast. Al na enkele seconden begint de tijd aan details te gommen. Die zonde is te billijken, aangezien de hersenen ook prioriteiten moeten stellen. Neurologen denken inmiddels te weten welke kwabben er verantwoordelijk voor zijn, en met nieuwe beeldtechnieken proberen zij zichtbaar te maken of een nieuw ingegraveerde herinnering zal beklijven of niet.

Eén ding is duidelijk, losse informatie vliegt zo de hersens weer uit. Mensen zijn verhalenvertellers, en daarom moeten details in een samenhang passen. Vandaar het advies om aan zaken die je wilt onthouden iets vast te plakken, liefst een visueel beeld. Denk om Daniel te onthouden aan leeuwen (van de leeuwenkuil). Het is surrogaat, erkent Schacter, voor het geheugen is nu eenmaal geen bril te koop. Vluchtigheid is trouwens een plezierige zonde, stel je voor dat een pilletje de leerling in staat stelt alles van school te onthouden.

Afwezigheid van geest is ook een welkome kwaal, al kan ze je een Stradivarius kosten. Je moet afwezig zijn om aanwezig te kunnen zijn. Wereldkampioen Memory van 1999, Tatiana Cooley, doet geen boodschappen zonder lijstje. Ze kan haar hersenen richten als geen ander, maar niet op de supermarkt. Dat kennen we: je hoofd bij belangrijke zaken houden door op hetzelfde moment geen aandacht te schenken aan de plaats waar je je sleutels deponeert. Het is ergerlijk, maar van aandacht hebben we maar een beperkte portie.

Dat kun je zien op een PET-scan. Wie zijn fiets van het slot haalt, nog wat nababbelt en vervolgens zijn fietssleutel loopt te zoeken, vertoont te weinig activiteit in zijn linker frontale kwab. Maar misschien stelde die cerebrale afwezigheid hem wel in staat tot een goed gesprek. Als je mensen vraagt heel goed op de bal te letten bij een basketbalaanval, zien ze niet dat een gorilla het veld oversteekt. Echt gebeurd!

Hoe vaak vergeet je niet iets doordat het hoofd elders zit? ,,Doe de vrouw de groeten van me' is zo'n onmogelijke opdracht. Thuis zijn de groeten al lang verwaaid. Het geheugen zou een fluitketel moeten zijn die de hele dag door waarschuwt. Maar zo'n fluit helpt weer niet tegen de derde zonde, de blokkade. Vooral namen wil het geheugen soms niet prijsgeven. We onthouden dat iemand bakker is, maar zijn even kwijt dat hij Jan Bakker heet.

Wat dat betreft is ons geheugen een kwaaie metgezel. Je zou hem wat, als B.. weer op het puntje van de tong blijft steken. Ook hier schijnt het te helpen als je namen met een beeld verbindt, zoals Indianen doen. Jan van-de-koekplaat-Bakker. Of moeten we dit gebrek maar accepteren, in de wetenschap dat ons geheugen in commissie blokkeert. 45 van 51 erop onderzochte talen bleken een vergelijkbare uitdrukking voor tip of the tongue te kennen: sulla punta della lingua (Italië), op die punt van my tong (Afrika).

We hebben het tot nu toe over klein falen -een geheugen dat vergeet. Maar zonden 4, 5 en 6 zijn ernstiger van aard omdat ze de geschiedenis verdraaien. Ze leiden onder meer tot het door psycholoog Douwe Draaisma in 'Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt' prachtig beschreven verhaal over John Demjanjuk. Hij werd door verscheidene getuigen in het proces in Jeruzalem (1987) aangewezen als Iwan de Verschrikkelijke, uit het vernietigingskamp Treblinka.

Het geheugen van de slachtoffers zwoer dat hij de schoft was die met een dieselmotor het gas produceerde, maar de beul bleek de beul niet. Droeviger kan haast niet: een verkeerde eed als gevolg van zoveel pijn uit het verleden.

Het kan een knoeiboel zijn boven. Neem zonde 4: het door elkaar husselen van tijden, plaatsen en personen. Timothy McVeigh -van de bomaanslag in Oklahoma City (1995)- zou volgens een ooggetuige een handlanger hebben, waarmee hij daags tevoren een caravan huurde. Het geval wil dat iemand anders, postuur McVeigh, met een vriend op dezelfde dag, bij hetzelfde bedrijf om eenzelfde camper kwam. Zo word je de 'vriend van McVeigh'. Onlangs werden 40 Amerikaanse gevangenen na DNA-onderzoek onschuldig verklaard, en 36 daarvan zaten vast, met dank aan dwalende ooggetuigen.

Dat zal u niet gebeuren? Dan legt Daniel Schacter u een rijtje voor: pin, injectie, speld, vingerhoed, au, oog, naaien, punt, scherp, prik, hooiberg, spuit, doorn, breien, en somt ze even later weer op. Zat naald er tussen? Negentig procent van de proefpersonen weet zeker maar onterecht, 'Ja!'. En hoop voorlopig maar niet op een waarheidsmachine die op neuraal niveau het verschil laat zien tussen ware en valse herinnering. Recente hersenstudies doen zelfs aan het verschil twijfelen.

Voor de mate waarin ons geheugen vatbaar is voor suggestie en vertekening (zonde 5 en 6) hoef je Schacter en Draaisma niet te raadplegen, maar kun je in kranten terecht. Neem de hervonden herinneringen van seksueel misbruik, Oude Pekela en de Bijlmer. Een jaar na die laatste ramp wist twee derde van de ondervraagden te melden dat ze het El Al-vliegtuig tegen de flat hadden zien vliegen. De suggestie van die sensationele crash zat in de vraag verborgen, en dan blijkt bijna ieders geheugen erbij te willen horen: ja, dat hadden ze heus gezien. Verdraaien lijkt noodzaak, om enige consistentie in onze bovenkamer te creëren. Daarom vertelt het geheugen van menig Ajax-fan achteraf dat hij er vóór de wedstrijd van zondag tegen NAC al een hard hoofd in had.

Zo reizen we met een vertekend verleden door het heden, achterna gejaagd door de jammerlijke accuratesse van het geheugen waar het nare herinneringen betreft. Schande, ja, die zal ons bijblijven. Waarom krijgen we uitglijders extra ingepeperd? Om volgende keer beter bij de les te zijn? Lees er Draaisma op na. Over hoe het autobiografische geheugen 'samen met ons opgroeit' kan hij boeiend en heel beeldend schrijven. Over het loodzware geheugen van de allesweter Solomon Sherashevsky bijvoorbeeld, of over het hoe en waarom van de reminiscentiepiek: vertel uw verleden en het zal opvallen hoezeer de jaren tussen 15 en 25 in uw relaas zijn oververtegenwoordigd.

Draaisma's boek mist de systematiek van dat van Schacter, maar om nu te zeggen dat dat een nadeel is, nee. Kun je het falen van ons geheugen wel zo kunstmatig afbakenen, in zeven zonden? Het keurslijf begint te wringen als Schacter ook nog probeert om de oorsprong van die zonden te achterhalen. De ene zonde is een gelukje, de andere pech.

Om met Cruijff te spreken: elk voordeel heeft zijn nadeel. Het geheugen is een fantastische vinding van de evolutie, maar de brille wordt betaald met een paar evolutionaire bijproducten. Dat we zoveel uitwissen in onze herinnering blijkt dan geen zonde maar een toevallige zegen. Verdraaien en vertekenen zijn wél echte missers, oordeelt Schacter, maar daar ziet hij de onvermijdelijke bramen in van het schaafwerk van de evolutie. Zo kun je alles verklaren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden