Interview

Was Frankrijk medeplichtig aan de genocide in Rwanda in 1994?

160 Rwandese weeskinderen worden tijdens operatie Turquoise geëvacueerd uit Zaïre. Beeld Getty

Wat deed Frankrijk precies in Rwanda, voor en tijdens de genocide, nu 25 jaar geleden? President Macron heeft een commissie benoemd om deze vraag op te helderen. Oud-minister van buitenlandse zaken Hubert Védrine verwacht geen onthullingen.

Was Frankrijk medeplichtig aan de genocide in Rwanda in 1994? De beschuldiging achtervolgt Parijs al jaren. Tot grote ergernis van oud-minister van buitenlandse zaken Hubert Védrine. Als het gaat over Rwanda, verandert de toon van de doorgaans afgewogen socialistische oud-minister. “De meeste Franse media verspreiden al jaren kritiekloos leugens over dit onderwerp”, zegt hij. Tegenwoordig belt hij ­redacties om te vragen of hij mag reageren.

Zoals toen een oud-medewerkster van de ngo Médicins du Monde hem onlangs op de radio onder vuur nam. Op het moment dat het drama zich voltrok (zie kader) was Védrine (71) de rechterhand van de toenmalige president François Mitterrand. Als secretaris-generaal op het Elysée-paleis zou hij de ogen hebben gesloten voor wapenleveranties aan het genocidaire Hutu-regime dat Parijs beschermde. Een dag later zat hij in dezelfde studio om ‘deze laster’ te bestrijden.

Wat was uw rol precies in de jaren 1990-1994, de periode waarin Frankrijk het Hutu-regime steunde dat genocidaal werd?

“Ik was niet betrokken bij de militaire besluitvorming, maar ik was op de hoogte van wat er gaande was. Ik vind dat Frankrijk zijn best heeft gedaan, heeft geprobeerd nuttig zijn.”

In 1990 besloot Mitterrand de Rwandese president Habyarimana, een bondgenoot van Frankrijk sinds halverwege de jaren zeventig, te helpen om aanvallen van Tutsi-rebellen vanuit Oeganda af te slaan. Waarom deed hij dat?

“Mitterrand wist heel goed dat er in Rwanda, een voormalige Belgische kolonie, in 1962 Tutsi’s massaal waren gedood door Hutu’s, waarna veel Tutsi’s het land uit vluchtten. Hij begreep wat er kon gebeuren als een minderheid van Tutsi-rebellen vanuit Oeganda – toen onder leiding van de huidige Rwandese president Paul Kagame – de macht in Rwanda probeerden te veroveren en wilde dat Frankrijk een stabiliserende rol zou spelen. Op dat moment had niemand kunnen denken waar het op zou uitlopen. De strategie vanaf 1990 was: het Rwandees Patriottisch Front (RPF) van Kagame tegenhouden en ondertussen de Hutu-regering in Kigali onder druk zetten om de kwestie van de Tutsi-vluchtelingen te regelen, een compromis te accepteren.”

Wilde Mitterrand niet vooral een bevriend ­regime redden dat op de grens lag van Frans- en Engelstalig Afrika? Kwam het besluit met andere woorden niet voort uit een oude, machtspolitieke reflex?

“Dat zal bij sommigen hebben meegespeeld. Maar Mitterrand ging het om het evenwicht in het gebied van de Grote Meren en een dreigende burgeroorlog; Rwanda had geen bijzonder strategisch belang. Het vervolg bewees zijn gelijk. Tussen 1990 en 1993 steeg de spanning en vielen er aan beide kanten slachtoffers. Door de aanvallen van de RPF groeide het wantrouwen bij de Hutu’s tegen de in Rwanda levende Tutsi’s – zo’n 15 tot 20 procent van de bevolking – en werd het monsterlijke idee gevoed om deze ‘vijfde colonne’ uit te roeien.”

Terugkijkend lijkt het naïef om in die omstandigheden te geloven in een compromis.

“Dat kun je zeggen. Maar Frankrijk koos niet voor één kamp zoals steeds wordt beweerd. We hebben Habyarimana gedwongen tot het zogenoemde Arusha Akkoord. Hij moest bijvoorbeeld accepteren dat het leger voor 40 procent uit Tutsi’s zou bestaan terwijl zij 15 tot 20 procent van de bevolking in Rwanda uitmaakten. Het akkoord voorzag ook in de komst van VN-blauwhelmen, de MINUAR, die moesten toezien op de uitvoering van de afspraken.”

Toch koos Frankrijk volgens veel critici partij voor de Hutu’s. Vóór de genocide, maar zelfs ook nog tijdens de moorden.

“Je kunt ons van alles verwijten, maar dát niet. Ik begrijp niet dat de ongerijmdheid van die idiote beschuldiging niet wordt ingezien. Als we zonodig een misdadig regime hadden willen steunen, waarom zouden we dan – als enige land trouwens – hebben aangedrongen op een compromis? En als we de grote vriend waren geweest van Habyarimana, dan had Parijs nooit de troepen teruggetrokken nadat het akkoord was getekend. Je moet Frankrijk zien als een brandweerman die heeft gefaald. Je kunt niet speken van medeplichtigheid, het was precies het tegenovergestelde.”

Frankrijk had Habyarimana ook níet kunnen steunen. Was dat niet beter geweest?

“In dat geval was Habyarimana weggevaagd en was er een burgeroorlog uitgebroken zonder ons. Dat was misschien beter geweest. Je kunt je ook afvragen of onze troepen niet hadden moeten blijven na het akkoord.

“Als Frankrijk er op dat moment niet alleen voor had gestaan en steun had gekregen van andere landen die zich niet bewust waren van de gevaren, hadden we een internationale troepenmacht kunnen afdwingen om Arusha te redden.”

Waarom gebeurde dat niet?

“Dat wilde Kagame niet. Voor hem was het vertrek van onze troepen een voorwaarde om in te stemmen met Arusha. Dat wijst ook op de ambities die Kagame had voor het vervolg: hij wilde alle macht, hij was niet van plan wat dan ook te delen. En omgekeerd wilde het Hutu-regime niets afstaan.

“Het startsein voor de genocide was de nooit echt opgehelderde moordaanslag op ­Habyarimana op 6 april 1994. Na tweeënhalve maand lanceerde Frankrijk de operatie Turquoise, bedoeld om het moorden waar mogelijk te stoppen.

“Na de aanslag op Habyarimana werden tien Belgische blauwhelmen vermoord waarop de Belgen vroegen om het stopzetten van de VN-missie. Dat gebeurde ook (er bleef een groepje van 270 man achter, red). Dat is een enorme fout geweest, de slachting was in volle gang. Frankrijk vroeg om een VN-mandaat om erger te voorkomen, maar in New York stuitten we vooral op onwil. De Veiligheidsraad heeft er tot 22 juni – zes weken – over gedaan om ons groen licht te geven voor Turquoise.”

Turquoise – waarbij een veilige zone in het zuidwesten van het land werd gecreëerd – hinkte op twee gedachten hoor je vaak: het was een humanitaire missie, maar ook een manier om de RPF van Kagame te bestrijden en het Hutu-regime te beschermen.

“Nogmaals, als we dat hadden gewild, dan zouden we niet zes weken hebben gewacht in New York maar direct parachutisten naar Kigali hebben gestuurd.”

Frankrijk had meer mensen kunnen redden, meent onder andere Survie, een ngo die alle Franse ‘neo-koloniale interventies’ in Afrika veroordeelt.

“Er is altijd veel te doen geweest over Tutsi-vluchtelingen die massaal zijn gedood op de heuvel Bisesero in het westen van Rwanda bij het meer van Kivu. Wij zouden ze met opzet in de steek hebben gelaten. Ook dat is grotesk. We deden wat we konden met de middelen die wij hadden.”

President Macron heeft een commissie van historici de opdracht gegeven de rol van Frankrijk te onderzoeken om alle vragen op te helderen, de archieven gaan open.

“Dat is prima. Wie weet kan deze commissie, waar men een aantal militante historici gelukkig heeft buitengehouden, tegenwicht bieden aan het eenzijdige beeld van wat er is gebeurd in de Franse media.

“Want de journalistiek hier heeft veel aandacht voor alles en iedereen die Frankrijk in een kwaad daglicht stelt en nauwelijks oog voor wat op het tegendeel wijst. Het werk van de Canadese Judi Rever over de slachtingen die Kagame’s troepen onder Hutu’s hebben aangericht en dat van de Belg Filip Reyntjens, worden hier vrijwel geheel genegeerd. Maar eigenlijk heb ik er een hard hoofd in.”

Waarom?

“Omdat er een groep bestaat van zo’n dertig journalisten, activisten en allerhande zelfbenoemde aanklagers die Frankrijk altijd als het grote kwaad zal blijven zien. Het is een soort masochisme, een vorm van zelfhaat.

“Als er geen elementen opduiken die alle beschuldigingen bevestigen waar ook Kagame ons mee om de oren slaat om de aandacht af te leiden van zijn eigen misdaden, zullen ze zeggen dat er documenten zijn achtergehouden of vernietigd. Dat kan ik u op een briefje geven.”

Niet een, maar twee genocides

De Rwandese president Paul Kagame heeft lang geprofiteerd van een ‘genocide-krediet’ volgens Filip Reyntjens, een Vlaamse Rwanda-expert. Er is nooit veel belangstelling geweest voor de misdaden van de slachtoffers van de genocide. Maar het beeld over de man die het sinds 1994 in Rwanda voor het zeggen heeft, verandert. Vooral dankzij de Canadese onderzoeksjournaliste Judi Rever die vorig jaar de studie ‘De waarheid over Rwanda’ publiceerde.

Volgens Rever is het preciezer om te spreken van twee genocides: die van de Hutu’s op de Tutsi’s en die van Kagame’s RPF op de Hutu’s. De laatste vond plaats in drie bedrijven: in Rwanda in 1994, in buurland Congo eind 1996 en opnieuw in Rwanda in 1997-1999.

Aanwijzingen voor grootschalige moordpartijen van Kagame’s RPF zijn er al langer. Maar niet eerder was het materiaal zo overtuigend. Rever baseert zich onder andere op vertrouwelijke documenten van het Rwanda-tribunaal en getuigenverklaringen. “De term genocide is hier zeker van toepassing”, denkt ook Reyntjens. “Vanwege het systematische karakter van de moorden: de slachtoffers – vrouwen en mannen, kinderen en bejaarden – werden onder valse voorwendselen verzameld, bijvoorbeeld met de belofte van voedselhulp. Vervolgens werd iedereen gedood.”

Bij de eerste genocide kwamen naar schatting 600.000 Tutsi’s om. Vaak wordt het getal van 800.000 genoemd, maar dat was het totale aantal Tutsi’s in Rwanda in 1994. Het aantal slachtoffers van de tweede volkenmoord is niet bekend. Rever houdt het op 500.000, maar dat getal durft Reyntjens niet voor zijn rekening te nemen. “Maar ook als maar de helft van wat zij schrijft klopt, is haar boek aanleiding om de recente geschiedenis van Rwanda grondig te herzien.”

Verschenen bij Amsterdam University Press, oorspronkelijke titel ‘In Praise of Blood’, Penguin Random House.

Lees ook:

Rob van Putten was machteloze toeschouwer van de Rwandese horror

De genocide in Rwanda begon op 6 april 1994, morgen 25 jaar geleden. Bijna een miljoen mensen werden afgeslacht. Rob van Putten was erbij, als enige Nederlandse militair in Rwanda bij de VN-vredesmacht UNAMIR.

Rwanda liet genocideplegers, bij gebrek aan rechters, berechten door hun buren

Rwanda kwam na de volkerenmoord in 1994 rechters tekort. Volksrechtbanken behandelden een miljoen zaken tegen daders en medeplichtigen van de genocide. Nog steeds gaan de processen door.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden