Was die seconde maar uitwisbaar

Het allermooiste van de Giro vond ik de rode lippen die een week lang in Steven Kruijswijks wangen gebeiteld stonden. Je dacht bijna dat hij zich niet waste, de viespeuk, want wanneer je hem ook zag: afdrukken van rode lippenstift sierden zijn besproete kaken. Net als een onuitwisbare lach, van oor tot oor.

Onuitwisbaar. Waren die lippen en die lach dat maar. Of die ene seconde, in de afdaling van de Colle dell'Agnello. Was die maar uitwisbaar.

Ik zou ook in m'n broek poepen als ik achter Vincenzo aan de afdaling in zou moeten. Volle bak. Op het scherp van de snede. Nibali, de beste daler ter wereld. Probeer hem maar eens te volgen als hij besloten heeft de aanval in te zetten over de bochtige wegen naar beneden, omdat hij je bergop niet lossen kan.

Dan zit er niks anders op dan de blik op het achterwiel, het verstand op nul en gaan. Niet nadenken over de risico's. Nergens over nadenken. Want voor je het weet overvalt de angst je. Zo hard op twee van die flinterdunne bandjes een berg af, er hoeft maar dít te gebeuren, en... Nee, niet aan denken. Volgen.

Voor veel klassementsrenners is dat misschien wel het moeilijkste van een hele etappekoers. Bergop beresterk zijn, maar weten dat je bergaf alle zeilen bij moet zetten om te volgen. Heel wat topklimmers hebben een wedstrijd in de afdaling verloren. Want eenmaal gelost, haal je de voorsten zomaar niet meer in.

Colle dell'Angnello. De heuvel van het lam. Profetisch bijna: iemand zou er naar de slachtbank gaan. Bergop gebeurde het niet. Bergaf fixeerde de Bodybuilder van Brabant - zeg nu zelf: een beetje bicepstraining, en hij is een bodybuilder waar je u tegen zegt - recht boven het stuur. Hij wist wat er moest gebeuren. Niet lossen.

Nibali wist evengoed wat er moest gebeuren. Gas. Zoveel mogelijk. Nog net even iets meer risico dan normaal. Ze zeilden door de mist, tussen de wanden van sneeuw door. Chaves, Nibali en Kruijswijk. Remmen. Bocht. Lichaam bijna plat tegen het asfalt. Staan. Opschakelen. Door. Huilende wind in de oren. Snijdende kou op de huid.

Een split second om te beoordelen hoe ver een bocht terugdraait. De sneeuwmuren onttrekken de loop van het asfalt aan het zicht. Een split second om te beslissen hoe hard je remt. Liefst zo weinig mogelijk, liefst nét genoeg. Of net te weinig. Te weinig. Geen ontkomen meer aan die sneeuw. Op hoge snelheid lijkt zo'n roze lijfje van gummi. Lijkt het alsof zo'n tuimeling niks voorstelt. Twee keer stuiteren, dat is alles. Hij staat toch ook meteen weer op?

Al die mensen die zeggen dat Nibali had moeten wachten. Dat je altijd op de leider in de koers wacht, als die valt. Wat een onzin. Als een renner bergop niet kan volgen, wordt er toch ook niet gewacht? Aanvallen is aanvallen, of het nu omhoog of naar beneden gaat. De aanval van Nibali bleek geslaagd.

De wangen van Steven Kruijswijk waren bleek. Geen lippenstift meer te bekennen. Enkel nog sproeten, ze staken meer af dan normaal. Zo verlies je de Giro. Een stomme stuurfout. Of gewoon moeten constateren dat een ander beter is in net zo'n cruciaal element als klimmen: dalen. Voor een deel te trainen, voor een deel talent.

Uitwisbaar is die ene seconde niet. Hij is wel over te doen. Volgend jaar. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden