Was de waterlelie een vrouw, dan had ze kapsones

© Jörgen Caris

Wie valt er nu niet voor waterlelies? Maar pas op: er zijn zestig soorten, elk met eigen wensen. Koop ze dus bij een deskundige kweker.

De oude Egyptenaren vereerden haar, Frederik van Eeden wijdde een gedicht aan haar, Claude Monet vereeuwigde haar op 250 schilderijen en koningin Fabiola schreef een sprookje over haar. Kortom: als het een vrouw betrof, had ze er beslist kapsones van gekregen. Het voorwerp van verering was evenwel geen vrouw, maar de waterlelie.

Die zich, omdat ze geen vrouw is maar een plant, in de schitterende vijvertuin van Monet even gelukkig voelt als in een zelfgegraven vijver in Almere of in een kuip op een Rotterdams balkon.

Je zou verwachten dat de waterlelie door de eeuwen heen een gewaardeerde tuinplant was, maar dat is niet zo. Tot het eind van de 19de eeuw kwam bij ons alleen de witte waterlelie (Nymphaea alba) voor. Naar de bloemen keek niemand, alleen de wortelstokken waren belangrijk. Die werden gebruikt als veevoer, als grondstof voor textielverf en als kuisheidsmiddel.

Immers, wie brood en vlees at waarin de wortelstokken waren verwerkt, kon zijn geslachtsdrift beter beteugelen. Altijd handig voor mensen die kuis wilden of moesten blijven, zoals monniken en echtgenotes van dolende ridders.

De bloemen van de waterlelie mochten de tuinvijvers pas in nadat het een kweker was gelukt ze van een kleur te voorzien. Die kweker was de Fransman Joseph Bory Latour-Marliac, die Europese waterlelies met Mexicaanse en Amerikaanse soorten kruiste. In 1889 waren zijn gekleurde waterlelies te zien op de Wereldtentoonstelling in Parijs, waar ze insloegen als een bom.

De schilder Claude Monet bestelde ze voor zijn vijvertuin in Giverny en schilderde vanaf dat moment niets anders meer. Jammer alleen dat Latour-Marliac, die bij elkaar 68 waterleliehybriden kweekte, niemand vertelde hoe hij dat deed. Met het gevolg dat hij, toen hij in 1911 de geest gaf, zijn geheim meenam in zijn graf. Het heeft lang geduurd eer het anderen lukte om waterlelies te kruisen. En ook al zijn er tegenwoordig honderden cultivars, zo mooi als die van Marliac werden ze niet meer.

Nog steeds is de waterlelie iets waaraan de meeste mensen geen weerstand kunnen bieden. En zeg nou zelf: wanneer je in een tuincentrum een bassin met ronde bladeren ziet waaruit witte, gele, rode en soms zelfs blauwe sterren oprijzen, dan zit een van die sterren toch zeker in je winkelwagentje voor je er erg in hebt?
Wacht even, niet doen! En zit ze er al in, haal haar er dan uit!

Waterlelies mogen nooit een impulsaankoop zijn. Kies je er een op grond van de kleur, dan teken je voor narigheid. De kleur zegt namelijk niets over de groeikracht, de benodigde waterdiepte of de winterhardheid. Een waterlelie kan 30 x 30 cm breed worden, maar ook 2,5 x 2,5 meter, en de waterdiepte die ze nodig heeft varieert van 10 tot 100 cm. Leg je zo'n plant in de vijver, dan moet je niet gek staan te kijken als het wateroppervlak straks van voor naar achter bedekt is met bladeren; of als de bladeren na een tijdje boven het water uitsteken; of als de plant, omdat het per ongeluk een tropische soort is, na één winter is verdwenen.

Er zijn zestig waterleliesoorten die allemaal hun eigen wensen hebben en die je daarom het best kunt kopen bij een kweker die er verstand van heeft. Een paar adviezen geef ik alvast: de goedkoopste soorten worden het grootst. Die met de witte bloemen zijn het best bestand zijn tegen kou, daarna komen de roze, dan de rode, gele, oranje en tenslotte de blauwe. En nu we het toch over kleuren hebben: de gele en oranje waterlelies hebben meer zon nodig dan de andere.

In de volle zon bloeien waterlelies van juni tot september. De bloemen zijn een paar uur per dag open, op bewolkte dagen korter. Elke bloem bloeit een kleine week en verdwijnt daarna onder water. Geef waterlelies een zonnige plek en zorg dat ze in rustig water komen te liggen, zonder stroming of gespetter van fonteinen. Heb je veel blad en geen bloemen, dan ligt de plant misschien in de schaduw of in stromend water; of heeft te weinig ruimte, of is te diep geplant.

Heb je de beschikking over een kasteelvijver, dan kan de waterlelie daar zo in. Heb je die niet, zet haar dan in een grote vijvermand. Leg er eerst een lap jute in, zodat de grond niet uit kan spoelen. Vul de mand met substraat of waterleliegrond en leg de wortelstok bijna horizontaal in de vijveraarde. Leg er een laagje gewassen kiezels op, maak alles nat en zet de mand in de vijver. Omdat waterlelies lucht opslaan in de wortels kan het nodig zijn om de plant te verankeren, anders heb je kans dat hij na een tijdje met mand en al komt bovendrijven.

Waterlelies zijn niet veeleisend. Snij alleen in het najaar de afstervende bladeren weg. Zitten de waterlelies in een kuip of bak, laat die dan 's winters met bak en al binnen overwinteren in een lichte, vorstvrije ruimte. Verder kun je de plant elke vier jaar delen. Dat is heel makkelijk: haal de plant in het voorjaar uit het water, snij de oudste stukken van de wortelstok weg en plant de jonge stukken opnieuw in.

Tip
Ten slotte nog een tip voor tuinliefhebbers die deze zomer in Frankrijk zijn: zowel de tuin van Claude Monet als de
kwekerij van Latour-Marliac is te bezichtigen (www.latour-marliac.com;
www.giverny.org)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden