Was al die waardering voor Ulysses een vorm van snobisme?

Een ongedateerde foto van James Joyce (1882-1941), schrijver van het beroemde boek Ulysses. Beeld afp

Nu horen we het eens van een ander. Virginia Woolf, een van de grote vernieuwers van de 20ste-eeuwse Engelse romankunst, vond James Joyce, alom beschouwd als de állergrootste vernieuwer van de roman op wereldschaal, volstrekt onleesbaar.

'Oh, what a bore about Joyce', schrijft ze in juni 1922 in haar dagboek wanneer ze zo'n 200 bladzijden is gevorderd in Ulysses. 'Ik vermoed dat Joyce een van die genieën is waaraan je niet kunt voorbijgaan, hun gekreun niet kunt smoren, maar uit moet zitten ten koste van aanzienlijk ongemak.' Wat ze Joyce vooral kwalijk neemt is dat ze voor hem haar lectuur van Proust heeft onderbroken: een schrijver waarover ze wèl lyrisch kon worden.

Ik kan dat Virginia Woolf moeilijk kwalijk nemen. Zelf heb ik Ulysses als student gelezen. Met een apart boekje met aantekeningen, uitleg en toelichting ernaast; anders is er geen touw aan vast te knopen. Het hoorde, vond ik, bij mijn literaire zelfopvoeding. Stond Ulysses niet steevast op nummer één van alle lijstjes van beste romans aller tijden?

Van high-brow naar populair
Het is misschien een teken des tijds dat dat sinds een paar jaar niet meer zo is. Tolkiens The Lord of the Rings mag nu de erelijst aanvoeren. Ik ben er niet zeker van of dat een verbetering is en ook niet waar die plotseling omslag van high-brow naar populair en bijna volks vandaan komt. Heeft de eerlijkheid eindelijk de overhand gekregen en was al die waardering voor Ulysses alleen maar een vorm van snobisme?

Virginia Woolf lijkt daar al iets van te voorvoelen. Ruim twee maanden later schijft ze: 'Ik ben klaar met Ulysses en denk dat het een mislukking is. Er zit wel iets geniaals in, maar van een minderwaardige soort. Het is pretentieus. ... Een eersteklas schrijver heeft teveel eerbied voor het schrijven om trucjes en stuntwerk uit te halen. Ik moet de hele tijd denken aan een onvolwassen kostschooljongen, slim en capabel, maar zo vol van zichzelf dat hij zijn hoofd verliest en aanstellerig wordt. ... Ik hoop dat hij eroverheen groeit, maar omdat Joyce al 40 is, lijkt me dat niet waarschijnlijk.'

'Ongeletterd, ondermaats boek'
Niet de lezers van Ulysses waren snobs, maar Joyce zelf, zo vond Virginia Woolf - die in diezelfde dagboeken een pijnlijk inkijkje geeft in haar eigen snobisme. Ulysses 'lijkt me een ongeletterd, ondermaats boek,' heeft ze kort daarvoor geschreven. 'Het boek van een autodidactische arbeider & we weten allemaal hoe hinderlijk die zijn, hoe op zichzelf gericht & uiteindelijk misselijk makend. ... Omdat ik zelf tamelijk normaal ben, ga ik maar weer snel terug naar de klassieken.'

De Engelse anglist James Heffernan, die Virginia Woolfs geworstel met James Joyce in details heeft uitgezocht, vermoedt dat er bij haar afkeer verborgen motieven meespeelden. Terwijl zij Ulysses las, was ze bezig Mrs. Dalloway te schrijven. Ook dát is een roman die precies één dag beslaat en de werkelijkheid beschrijft vanuit het bewustzijn van de belangrijkste personages.

Later zal ze in haar dagboek, alleen tegenover zichzelf, toegeven dat wat zij uitprobeerde 'misschien al beter gedaan was door Mr. Joyce.' Tegenover een bevriende schrijver wil ze in een brief zelfs zo ver gaan dat hij misschien een 'onderschatte' schrijver is. Maar ook dan, ruim een jaar na haar pogingen zich door Ulysses heen te werken, schrijft ze nog: 'Ik heb me bij geen enkel boek ooit zo verveeld.'

Snobisme
Moeten ook wij het daarom voortaan maar bij The Lord of the Rings houden, als het beste boek aller tijden? Het modernisme met zijn vormexperimenten en verregaande intellectualiteit lijkt al een tijdje uit de gratie. Makkelijker stijlen zijn ervoor in de plaats gekomen en genres die vroeger als kiosk-lectuur werden beschouwd krijgen nu het plechtige voorvoegsel 'literair' opgeplakt: thrillers, chicklit, avonturenromans.

Mij stoort dat niet - zolang het niet een nieuw soort snobisme met zich meesleept. Het neo-snobisme dat van de weeromstuit de neus ophaalt voor alles wat de lezer moeite kost. Toen Virginia Woolf meende 'klaar' te zijn met Ulysses (ze las waarschijnlijk niet meer dan 200 bladzijden), schreef ze opgelucht: 'Mijn martelgang is voorbij.'

Ik denk dat ik zelf bij het slot van het boek net zoiets gevoeld heb. Maar ik ervoer ook een vreemd soort geluk over het feit dat ik die klus geklaard had. Ja, het was hard werken, maar ook de moeite waard geweest. Ik heb het boek, op een paar passages na, nooit meer herlezen. Maar het is me altijd wel op een vreemde manier dierbaar gebleven; noem het haat-liefde. Aan Ulysses gaat nog steeds niemand onaangedaan voorbij.

Virginia Woolf. Beeld Wikimediacommons
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden