Wars van grote woorden

De verwondering over het simpele bestaan van de dingen, van gesprekken en mensen: daaraan lag het werk van Wislawa Szymborska ten grondslag. De Poolse dichteres overleed woensdag, 88 jaar oud.

Toen Wislawa Szymborska in 1996 de Nobelprijs voor literatuur kreeg, had Nederland nog nauwelijks van haar gehoord, zeker niet buiten de kring van poëziekenners. Daarna gebeurde er iets wonderbaarlijks: terwijl andere Nobelprijswinaars na een kort moment van roem nogal eens terugzakken in de belangstelling, verspreidde haar naam zich als een lopend vuurtje onder Nederlandse lezers.

Inmiddels wordt ze door een groot publiek op handen gedragen, en behoren haar bundels tot de schaarse bestsellers in de poëzie. In haar eigen land Polen, dat toch zeer rijk is aan goede dichters, is ze al even geliefd, zoals mooi te zien was in de documentaire die de Nederlander John Albert Jansen over haar maakte. Iedere Pool die hij sprak, ook buiten de stad, had wel eens van de dichteres gehoord.

Wislawa Szymborska werd in 1923 geboren in het Poolse Bnin. Voor haar studie verhuisde ze naar Krakau, en daar is ze sindsdien gebleven. Ze werkte jarenlang als redacteur, schreef ook recensies - bij voorkeur over buitenissige boeken - en leefde de laatste jaren van haar poëzie. Dat ze daar niet rijk van werd, interesseerde haar weinig. Dankzij het geld van de Nobelprijs verruilde ze haar eenkamerflatje weliswaar voor een tweekamerflat, maar die was nog steeds zeer spaarzaam, om niet te zeggen shabby gemeubileerd.

Een treurig leven leidde ze overigens allerminst. De Nederlandse poëziekenner Ad van Rijsewijk, die met haar bevriend was, herinnert zich dat het er in haar flatje altijd buitengewoon vrolijk aan toe ging. "Ging je naar de wc, dan hing daar opeens een afgehakte arm, van kunststof. Ze kocht ook allerlei vreemde prullen en organiseerde bij haar thuis dan een loterij voor vrienden. Dan verliet een professor haar huis 's avonds bijvoorbeeld met een plastic eend." Ook werd er altijd veel cognac geserveerd en gedronken en bleef de dichteres tot op hoge leeftijd een verstokte roker. De longkanker die ze daaraan overhield werd haar tenslotte fataal.

Maar haar poëzie sprankelt van de humor, vaak ter relativering van al dikdoenerij. Weliswaar komen er in haar werk grote vragen aan de orde, zoals de dood ('Humor heeft hij niet') en in het hiernaast afgedrukte gedicht 'Niets cadeau' stelt ze niets minder aan de orde dan de vraag naar de ziel.

Maar het antwoord zoekt ze in wat die ziel níet is.

Een afkeer van humbug, van grote woorden, en een verwondering over het simpele bestaan van de dingen, van gesprekken en mensen, ligt aan haar werk ten grondslag. Ze kan een gedicht beginnen met de zin 'Er is een nova ontdekt' om een aantal strofen verder laconiek te melden: 'De ster is schitterend / maar dat is nog geen reden / om niet op de gezondheid van de dames te drinken / die stukken dichterbij zijn.' Ook de bescheiden ui kan voorwerp worden van haar verwondering. 'Een ui is wat anders / Hij heeft geen ingewand / Is uit-en-ter-na ui, / is uiterste uiachtigheid.'

Eén van haar gedichten schreef ze nadat haar privésecretaris - aangesteld nadat ze de Nobelprijs had gewonnen - het telefoongespek had moeten onderbreken omdat zijn dochtertje het kleed van tafel trok. Dat werd 'Een klein meisje trekt het kleed van tafel'. Szymborska lijkt zich uitstekend in te kunnen leven in het eenjarige kind: 'Heel interessant: wat voor beweging zullen ze kiezen / wanneer ze eenmaal op de rand zullen wankelen.'

Toen die andere reus van de Poolse poëzie, Cseslaw Milosz, in dat tafelkleedgedicht allerlei diepzinnige betekenissen meende te herkennen, riep ze hem vriendelijk tot de orde: "Hou toch op, dit is gewoon een gedicht over een meisje dat een tafelkleed wegtrekt, daar is niks filosofisch aan!"

Dat een zo speelse dichteres zelf, ondanks een later weer afgebroken huwelijk, geen kinderen heeft gekregen, heeft menigen verbaasd. Ze wist zelf ook niet waarom. Misschien had ze genoeg aan haar eigen open blik. Wel herinnert ze zich dat ze al heel vroeg gedichten schreef: "Als meisje van vier schreef ik al gedichten. Onhandig en onbehouwen, maar als ze goed waren, kreeg ik geld om chocola te kopen. Toen verdiende ik er dus al mijn geld mee."

Haar vroege poëzie - haar debuut verscheen in 1952 - stond nog onder invloed van de communistische doctrine, ze was ook lid van de partij, maar in de jaren zestig nam ze van die periode afstand - zo vergeleek ze Stalin eens met de verschrikkelijk sneeuwman. In Polen ligt dat partijlidmaatschap echter nog gevoelig. Toen in 1996 bekend werd gemaakt dat zij de Nobelprijs zou krijgen, ontstond er nogal wat discussie over de vraag of Szymboska, met haar 'foute' verleden, die prijs wel verdiende. Zelf heeft ze haar oude partijlidmaatschap nooit ontkend. Ze geloofde destijds ook werkelijk in het communisme, dat stond na de oorlog toch voor de hoop op een betere wereld.

Die communistische jaren bracht ze grotendeels door in een zogenaamd schrijvershuis, een krap bemeten gebouw, waar nogal veel feesten werden gehouden, om de grauwe buitenwereld te vergeten.

De val van het communistische regime was ook voor haar een hele opluchting, al komt het thema in haar werk nauwelijks terug, zoals ze ook bijna niet schreef over de oorlog.

Haar gedicht over Hitler is een uitzondering, de invalshoek is overigens wel weer typisch Szymborska. Stel je voor dat je een foto van baby'tje Adolf Hitler onder ogen zou krijgen, suggereert ze, stel dat je niet wist wat er van hem is geworden, zou je het dan ook geen schatje vinden? 'Wie is dat snoesje in dat babyjurkje toch? / Dat is nu de kleine Adolf, 't zoontje van de Hitlers (...)'

Zo'n ongewoon, maar indringend perspectief op een thema waar al heel veel over geschreven is, tekent Szymborska als dichteres en maakt misschien ook de grootheid uit van haar op het oog zo bescheiden poëzie: ze vindt beelden die zo simpel lijken, dat je je afvraagt waarom niemand anders er op kwam, maar die je ook nooit meer vergeet. Zo beschrijft ze het verlies van haar geliefde vanuit het perspectief van zijn kat, die nu zomaar alleen in huis achterblijft. 'Doodgaan - dat doe je een kat niet aan. / Want wat moet een kat / in een lege woning beginnen.' De eenzame kat, zo valt drie strofen verder te lezen, heeft in alle kasten gekeken, is alle planken afgerend, is onder het kleed gekropen om te controleren of het baasje zich daar soms verstopt, heeft zelfs 'het verbod getrotseerd' om aan zijn papieren te zitten en die liggen nu rondgestrooid door de kamer. 'Als hij nou nog terugkomt / zich hier durft te vertonen, / dan zal hij het weten: / zo ga je met een kat niet om.'

Via een omweg, door de tragikomische onmacht te beschrijven van een huisdier dat maar zit te wachten tot zijn baasje thuiskomt, weet Szymborska de verslagenheid en ook wel de woede op te roepen die we voelen als iemand van wie we veel houden plotseling weg is.

Het is niet bepaald in de geest van Szymborska om haar dood in bombastische termen te betreuren. Dat zij ondanks de constante inname van sigaretten, toch nog 88 is geworden, zou ook dankbaar moeten stemmen. En misschien mogen we nog hopen op een laatste bundel. Het schijnt dat ze nog tot bijna het laatste heeft geschreven.

Het werk van Szymborska wordt uitgebracht door Meulenhoff en uitgeverij De Geus. Vorig jaar verscheen bij die eerste uitgeverij de veertiende druk van haar Verzamelde gedichten onder de titel 'Einde en begin'.Daarin zijn opgenomen de bundels 'Roepen naar Yeti' (1959) tot en met 'Het moment' (2002), plus een gedicht uit 1945 en haar dankrede bij de aanvaarding van de Nobelprijs. De vertaling is van Gerard Rasch. ISBN 9789029088305. Ook verkrijgbaar is de dvd met de documentaire uit 2011 die Johan Albert Jansen van haar maakte, 'Einde en begin: Wislawa Szymborska'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden