Warmere zee is kwallenwalhalla

Badgasten aan de Middellandse Zee vallen vaker ten prooi aan kwallen. De tropicalisering van de zee brengt ook andere exotische dieren naar de Europese kusten.

JOOST OVERHOFF

Geschreeuw op Giglio, een eilandje voor de Italiaanse kust. Een moeder en haar beeldschone dochter rijzen op uit zee. Kletsnat van het water komen er ook nog tranen bij. Wat is er aan de hand? Ruzie? Ongewenste intimiteiten? Nee, de twee huilen van pijn. En schrik. Ze zijn gebeten, door kwallen. In recordtijd vertoont hun huid enorme zwellingen, van wel een halve centimeter dik. Als pas geboren eilanden op hun vel.

Ze zijn niet de enigen. De afgelopen jaren beleefde een groot deel van het Middellandse Zeegebied massale kwalleninvasies. Vooral Spanje kreeg de volle laag. Maar ook Frankrijk en Italië ontsnapten niet. Op diverse stranden werden en worden zwemverboden uitgevaardigd als 'ze' weer komen.

De grootste boosdoener is de kleine Pelagia noctiluca, de parelkwal. Een Spaans pepertje van de zee. Veel groter is het zogeheten 'Portugese Oorlogsschip' dat inmiddels zijn opwachting heeft gemaakt in Noord-Spaanse wateren. Strikt genomen is deze gevreesde soort geen kwal, maar hij past wel in het fenomeen waarom het hier gaat.

De redenen voor de komst van kwallen zijn legio. Zo bestaan er natuurlijke cycli en omstandigheden die zich al eerder voordeden waardoor kwalrijke jaren konden worden verklaard. Daarnaast vallen er oorzaken aan te wijzen die zijn toe te schrijven aan de mens. In hoeverre het broeikaseffect hierin meespeelt is onduidelijk. Zeker is wel dat de laatste jaren de temperatuur van het zomerse zeewater enkele graden hoger ligt dan het langjarig gemiddelde.

Dat vinden kwallen prima. Vooral als daarnaast de neerslag minimaal is, waardoor de instroom van koel, zoet rivierwater beperkt blijft. Mede daardoor ligt dan zowel het zoutgehalte als de temperatuur van het kustwater relatief hoog. Dit alles gevoegd bij een zekere vervuilingsconcentratie aan fosfaten en nitraten die weer goed zijn voor de organismen die de kwal tot voedsel dienen. Resultaat: een kwallenwalhalla. Die toestand wordt bovendien steeds minder verstoord door natuurlijke vijanden, die voor een groot deel zijn uitgeschakeld door de visserij.

Geduchte kwalleneters zijn ondermeer de haanvis, sommige tonijnsoorten en vooral de lederschildpad.

Paradoxaal genoeg valt de kwallenplaag van de laatste jaren vrijwel samen met het verschijnen van de lederschildpad op zuidelijke stranden van Italië. De lederschildpad kan tot een halve ton wegen en dat gewicht onderhoudt hij het liefst door het eten van kwallen. Zijn komst past in het verschijnsel van tropicalisering van de Middellandse Zee. Diersoorten die zich eerder beperkten tot de Afrikaanse en oostelijke wateren dringen op naar het noorden en westen. Daarnaast vindt import plaats van allochtone organismen: direct, via het water van het Suezkanaal en de Straat van Gibraltar, ofwel meeliftend op de romp, dan wel in de spoeltanks van zeeschepen. Dit nog los van organismen die expres door de mens in de Middellandse Zee worden uitgezet.

Van (sub)tropische soorten waarvoor de Middellandse Zee vroeger te koud was, overleven er nu steeds meer. Sterker, een aantal van die soorten verdringt de autochtone populatie. Een bekend voorbeeld daarvan is de Filippijnse mossel, die de in de Italiaanse keuken zo geliefde vongole de baas blijkt.

Alleen, van de kwallen etende schildpadden zijn er nog maar weinig. Vorig jaar overleed een 69-jarige vrouw na contact met een kwal in de zee bij Cagliari, Sardinië. Gelukkig zijn 'beten' van kwallen zelden dodelijk, maar wat brengt de toekomst? Men houdt er rekening mee dat de Middellandse Zee steeds kwalrijker wordt. En dat niet alleen. Daar kwallen hetzelfde op hun menu hebben staan als veel vissen, zal in dat doemscenario ook de visstand verder teruglopen.

Maar wellicht verandert er meer als die voorspelling uitkomt. Misschien zullen er dan ook weer meer kwalleneters verschijnen die het evenwicht kunnen herstellen. Als de mens ze laat leven.

Eén ding is zeker: zoveel schildpadden als kwallen zullen er nooit komen. En dat is maar beter ook. Schildpadden bijten écht.

Eerste hulp bij kwallenbeet
We noemen het een 'beet', maar een kwal kan niet bijten. De pijn komt van gifstoffen die de kwal overbrengt via zogeheten netelcellen. In de regel bevinden die zich uitsluitend op de tentakels van de kwal. Het gif is bedoeld om de prooi te verlammen en heeft direct een bijtende uitwerking op de menselijke huid.

Zo'n beet is vrijwel nooit fataal. In het geval van het dodelijke slachtoffer bij Sardinië, augustus vorig jaar, wordt aangenomen dat er sprake was van overgevoeligheid, resulterend in een zogeheten anafylactische shock. De vrouw voelde zich vrijwel direct na de beet onwel.

Bij het gevreesde Irukandji-syndroom is dit niet het geval. Vooral veroorzaakt door de tropische minikwal cerukia barnesi, komen de eerste symptomen ervan pas zo'n half uur na de 'beet'. Vooralsnog is de kans deze soort in de Middellandse Zee te ontmoeten echter nog nihil.

Toch kent ook de standaardkwallenbeet zo zijn gevaren. De eerste daarvan is paniek. De pijn is even plotseling als spectaculair. Het slachtoffer bevindt zich nog in het water en maakt vaak wilde bewegingen die het in aanraking kan brengen met nog meer kwallen. Want, waar er één is...

De zwemmer wil daarna (te) snel aan land komen, wat weer andere gevaren op kan leveren als de bodem juist vraagt om behoedzaamheid.

Eenmaal op het droge komt er raad van alle kanten. Badgasten, medische vraagbaken en heuse professoren, ze hebben allemaal een mening die vaak radicaal kan verschillen. Over twee dingen zijn ze het eens. Wél doen: royaal afspoelen met zeewater. Niet doen: wrijven.

Een creditcard of pinpas kan goede diensten bewijzen bij het afschrapen van eventuele tentakelresten. Volksrecepten zijn onder meer: zand strooien op de huid en rommelen met ammoniak-, alcohol- of azijnhoudende stoffen. "Niet doen", zegt een Italiaanse hoogleraar in de dermatologie.

Een Nederlandse collega in de medische microbiologie beveelt antihistamine en cortisonenzalven aan. "Zinloos", beweert de Italiaan. Eventueel een gel op basis van aluminiumchloride.

Voorkómen blijft in elk geval beter dan genezen. Soms probeert men het met netten. Biologen zijn daar tegen. Andere diersoorten raken erin verstrikt

De beste raad, als er maar weinig kwallen zijn, is simpel: zwemmen met een duikbril. Dan kun je naar ze zwaaien.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden