Warm genoeg voor hop en vleermuis

Door klimaatverandering krijgt Nederland er in 2030 nieuwe planten en dieren bij. Tegelijk komen soorten in de knel. De huismus wordt zeldzaam.

Er is nog hoop voor de Nederlandse biodiversiteit. Dat blijkt als je een rondje maakt langs de clubs die gegevens verzamelen over de Nederlandse planten en de verschillende diergroepen. Dat wil zeggen: er is hoop voor het aantal planten en dieren. Over de redenen waarom soorten komen en gaan zijn de verschillende deskundigen nou niet per se te spreken. Zeker niet als het over de twee belangrijkste boosdoeners gaat: de klimaatverandering en het veranderend landgebruik.

Maar als je dan toch constateert dat het langzaam warmer wordt, dan lijkt vleermuizendeskundige Eric Jansen van de zoogdiervereniging zich nog wel te verheugen op alle soorten die vanuit het zuiden onze kant op komen. "Door de opwarming komen Midden-Europese en uiteindelijk ook mediterrane soorten, zoals de verschillende hoefijzerneuzen steeds dichterbij. We hebben in ons land geen natuurlijke grotten, maar als we voldoende rekening houden met vleermuizen bijvoorbeeld bij de restauratie van oude gebouwen, dan zou het zomaar kunnen dat we rond 2030 hier de hoogste diversiteit aan vleermuizen hebben van heel Europa."

Aan voedsel hoeft het al die vleermuizen niet te ontbreken, denkt Jansen. "Door de veranderingen in de landbouw gaan bijvoorbeeld grote insecten wel hard achteruit. Maar tegelijk krijgen we in ons land wel meer open water, bijvoorbeeld in de vorm van retentiebekkens. Met dat water komen er ook veel kleine insecten bij. Voedsel genoeg voor vleermuizen."

Meer kleine insecten betekent zeker niet meer vlinders, benadrukt Kars Veling van De Vlinderstichting. "Soorten die nu al hard achteruitgaan, zoals het gentiaanblauwtje, die kunnen we in 2030 definitief kwijt zijn. Al ben ik wat huiverig om dat zo hard te zeggen, want je loopt natuurlijk altijd de kans dat overheden of beheerders nu denken dat het dus toch geen zin meer heeft om je voor zo'n soort in te spannen."

In het algemeen denkt Veling dat vlinders vooral lijden aan een toenemend gebrek aan wilde bloemen. "Ook soorten die afhankelijk zijn van heideterreinen zullen we kwijtraken, net als een aantal soorten waarvoor Nederland nu de zuidgrens is van hun verspreiding, zoals het veenbesblauwtje. Daartegenover staat een toename van vlinders uit het zuiden. De keizersmantel staat nu nog als 'verdwenen uit Nederland' in onze boeken. Maar hij wordt gelukkig weer vaker gezien, ook in aantallen die duiden op voortplanting. Daar wordt ik wel weer heel enthousiast van ja."

Dat veel vlinders de komende decennia een tekort zullen hebben aan bloemen wil niet zeggen dat het de planten in het algemeen slecht zal gaan, verwacht Baudewijn Odé van Floron. "We zitten nu op ongeveer 1.600 wilde en verwilderde planten in Nederland. Tegen 2030 zullen dat er meer dan 2.000 zijn. Behalve verschuivingen in het klimaat, komt dat vooral doordat mensen planten en zaden, al dan niet moedwillig verspreiden. Tegenover die winst staat uiteraard ook wat verlies, bijvoorbeeld van soorten die nu alleen nog in het uiterste noorden van ons land voorkomen. De berendruif, een bosbesachtige plant die nu nog op Terschelling groeit zal er in 2030 niet meer zijn."

Odé heeft ook een opvallende waarschuwing. "Ik denk dat we in 2030 wel eens helemaal onze buik vol kunnen hebben van rododendrons. In Engeland, Schotland en Ierland zorgen verwilderende struiken nu al voor overlast. Het wordt waarschijnlijk steeds natter, en daar houdt de rododendron van. Maar ónder die struiken groeit echt helemaal niets." Om de veranderingen een beetje het hoofd te bieden heeft Odé zijn hoop gevestigd op de automatisering. Door computers mee te laten kijken in de Nationale Database van Flora en Fauna, hoopt hij tijdig aan de bel te kunnen trekken als zeldzame of belangrijke planten in de knel dreigen te komen.

Voor de vogelstand is al eens een computeranalyse gemaakt van de impact van de klimaatverandering, vertelt Chris van Turnhout van Sovon Vogelonderzoek. "Er is een Europese atlas gemaakt van de verwachte vogelstand in 2100. Daarin is geen rekening gehouden met de mogelijkheden of de onmogelijkheden van vogels om nieuwe gebieden ook echt te bereiken. Maar in grote lijnen kun je nu al zeggen dat zuidelijke soorten als de hop en de bijeneter straks weer bij ons zullen broeden. Waarschijnlijk zal ook de steltkluut vaker opduiken, want we zien dat deze vaker onze kant opkomt naarmate het droger is in Zuid-Europa."

Van Turnhout ziet een omgekeerde trend als het om de vogels van het boerenland gaat. "Met soorten als de grutto en de kemphaan gaat het ronduit slecht. De kemphaan is in 2030 echt wel verdwenen vrees ik. Ook ons landgebruik in en rond de steden is negatief voor een aantal soorten. De kuifleeuwerik was afhankelijk van wilde, min of meer groene terreintjes in de steden. Die zijn nu zo goed als verdwenen, net als die kuifleeuwerik. De huismus lijdt onder dezelfde mechanismen. Je moet niet vreemd opkijken als een huismus in de stad in 2030 echt bijzonder zal zijn."

In de stand van reptielen, amfibieën en vissen is de hand van de mens helemaal goed zichtbaar, zegt Raymond Creemers van Ravon, de vrijwilligersorganisatie die onderzoek doet naar deze diersoorten. De stand van deze dieren zal in 2030 voor een flink deel bepaald zijn door introducties. Mensen hebben in het verleden lawaaiige brulkikkers al uit hun vijvers de natuur in gekieperd. Die planten zich nu in het wild voort. Op dezelfde manier zijn Italiaanse kamsalamanders en Russische rattenslangen in de vrije natuur terecht gekomen. De zoetwaterschildpadden die mensen uit hun aquaria hebben gezet kunnen zich nu nog niet voortplanten in Nederland. Maar in 2030 is het misschien wel warm genoeg voor deze dieren. Hebben we ineens een hoop schildpadden in de natuur."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden