Warm blijven in VN-klasse vijf en een tent

Om 's avonds maar niet helemaal steenkoud onder de wol te hoeven kruipen, maakt Xevrie Berisha vlak voor het slapen nog even de oven aan in wat ooit de keuken was. Op de drempel van de ijzige Kosovo-winter bivakkeren de etnisch-Albanese vrouw, haar man en vier kleine kinderen nog steeds in een tent zonder kachel.

Hun huis is VN-klasse vijf: onherstelbaar kapot. Bij de internationale hulporganisaties bungelt de ruïne onder aan de lijst. De prioriteit ligt bij woningen die op korte termijn nog enigszins te repareren zijn. Geld om zelf maatregelen te nemen heeft de familie niet. ,,We kunnen weinig anders dan op onze beurt wachten'', zegt de 45-jarige Albanese berustend.

Hier in het dorp Donje Ljupce ten noorden van Podujevo, op een paar kilometer van de grens met Servië, woont ruim de helft van de 1800 inwoners in tenten. Bijna elk huis hebben het Joegoslavische leger en de Servische paramilitairen in de as gelegd.

De dorpelingen zijn diep teleurgesteld in organisaties als UNHCR, Echo en USAid, die vijf maanden na het einde van de oorlog nog altijd niets van het beloofde herbouwmateriaal zijn komen afleveren. ,,Holle woorden zijn het'', zegt de 41-jarige lerares Mevlude Kika. ,,De meeste mensen hier hebben het beetje geld dat ze nog hadden uitgegeven en zijn zelf maar begonnen. We zijn allemaal bang voor de winter.''

Het hulpprogramma om Kosovo door de vrieskou te helpen ligt ver achter op schema. Volgens de jongste cijfers van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR is nog niet de helft van de hulpgoederen verstrekt. Van de geplande 30 000 kachels zijn er 10 000 gedistribueerd. Nog geen veertig procent van de twee soorten speciale dakreparatie-pakketten (balken, spijkers en plastic) is uitgegeven. Honderdduizenden mensen hebben de komende maanden niet één droge, warme kamer. Ze zullen moeten schuilen in tenten, bij de buren of in gemeenschapsruimtes als sporthallen en bedrijfsgebouwen.

UNHCR-woordvoerder Philip Lamair geeft toe dat niet alles op rolletjes loopt, maar hij verwacht geen noodsituatie: ,,Ik zeg niet dat alles prima zal verlopen. De winter zal voor iedereen in deze streken moeilijk zijn. Maar het wordt geen humanitaire catastrofe. In de dorpen is er solidariteit. De mensen hier in Kosovo zijn gewend onder moeilijke omstandigheden te leven.''

Ondanks zulke geruststellende woorden zijn al minstens 250 000 Albanezen van het platteland naar de stad getrokken. Opeengepakt in overvolle flats overwinteren ze in steden als Pristina, Prizren en Kosovska Mitrovica.

Tot hij weer in zijn huis kan, woont de 70-jarige Ejup Kika uit Donje Ljupce tijdelijk met zestien familieleden in een tweekamer-appartement in Pristina. Iedere dag heeft hij vijf arbeiders aan het werk. Kika heeft net 14 000 gulden uitgegeven aan hout voor een nieuw dak. ,,Ik krijg geen hulp. Van niemand'', zegt hij.

De VN wijt de achterstand voor een deel aan de verkeerschaos bij de Macedonische grensovergang Blace. Chauffeurs van vrachtwagens met hulpgoederen moeten soms een week duimendraaien voor ze Kosovo in kunnen. Per week wringen honderden extra trucks zich door de flessehals, nu ook de internationale vredesmacht Kfor voorbereidingen voor de winter treft en de Amerikanen bij Urosevac bezig zijn een van de grootste legerbases ter wereld uit de grond te stampen: Camp Bondsteel.

Bovendien is het voedselhulpprogramma van UNHCR begonnen. Meer dan 140 dorpen die binnenkort door ijs en sneeuw niet meer over de weg bereikbaar zijn, worden alvast bevoorraad met suiker en meel.

Het tweede grote winterprobleem in Kosovo is de sterk verouderde elektriciteitscentrale in Obilic. Het systeem staat op springen nu in de steden honderdduizenden mensen hun elektrische kacheltjes aanzetten. Regelmatig is de halve provincie in duisternis gehuld vanwege stroomstoringen. En zonder stroom werkt ook de stoomcentrale voor de centrale verwarming in Pristina niet.

,,Een noodplan voor als de elektriciteitscentrale ermee uitscheidt is er niet'', bekent UNHCR-woordvoerder Lamair. Met geld van de Europese Unie wordt hard gewerkt aan verbeteringen, maar veel Albanezen vrezen dat de stroomvoorziening niet eerder dan eind december in orde is. Heel Kosovo is afhankelijk van de centrale in Obilic.

Niet iedereen is bezig met de komende winter. Aan de noordrand van Donje Ljupce, tussen de pruimenbomen in het dal van de rivier Llap, staan de vier uitgebrande huizen van de broers-Bajgora. Hazir Bajgora, 46, begint pas in de lente aan de wederopbouw. Hij heeft andere dingen aan zijn hoofd. Op 27 maart arresteerde de Servische politie zijn 18-jarige zoon Ahmet in Pristina. Sindsdien heeft niemand meer iets van hem gehoord. Hazir: ,,Hij is mij veel meer waard dan dit huis.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden