Waren alle vrouwen maar als mijn zussen

Ze zat er ooit één achterna met een vieze wc-borstel, maar haar zussen zijn haar alles. Die onderlinge solidariteit tussen vrouwen mist Aafke Romeijn in de buitenwereld weleens.

Hoe het is om broers te hebben, weet ik niet. Maar in zusterschap heb ik, nu dertig, ruime ervaring. Ik ben thuis de oudste, na mij kwamen er nog twee meisjes. Mijn oudste zusje wist als kind haarfijn hoe ze het bloed onder mijn nagels vandaan moest halen. Eerlijk is eerlijk: dat was ook niet erg moeilijk - drie keer gemeen haar ogen toeknijpen terwijl mijn moeder de andere kant op keek was genoeg om mij te doen ontploffen. Zo herinner ik me een voorval waarbij ik haar op straat achterna rende, zwaaiend met een vieze wc-borstel. Toch kan ik met niemand zo lachen als met mijn zusjes. Als we samen aan tafel zitten, is het alsof we geheimtaal spreken. In een minuut tijd komen er dialogen voorbij uit de Disneyklassieker Aladdin, doen we opa na die altijd met zijn kunstgebit klapperde, en lachen we om gezichtsuitdrukkingen die voor niemand iets betekenen, behalve voor onszelf. We maken bloederige grappen over menstruatie, tot groot ongenoegen van de mannen aan tafel.

Zusterschap is voor mij: op elkaar kunnen terugvallen. Als je relatie op de klippen loopt, dan huil je uit bij je zus op de bank. Als ik ruzie heb met een vriendin, ben ik bang dat ze ons contact laat verwateren. Met zussen werkt dat anders. We blijven zussen, ook als het moeilijk en stroef gaat. En mocht het ooit zo ver komen dat we echt onomkeerbaar boos op elkaar zijn, dan bel ik Bert - 'Het Familiediner'- van Leeuwen, want ik zou mijn zussen niet kunnen missen. Nooit.

Ik heb me vaak afgevraagd waarom we het ook over zusterschap hebben als het om vrouwenemancipatie gaat. Want de solidariteit die ik voor mijn zussen voel, ervaar ik veel minder met vrouwen buiten mijn familie. Maar soms is er een vangnet waarin vrouwen elkaar steunen, helpen en opstuwen. Zo ontstond een jaar geleden de hashtag #zeghet op sociale media, waar vrouwen vertelden over seksueel misbruik en intimidatie. Zo nu en dan kwam er een man langs die probeerde het leed te bagatelliseren, maar die werd direct terechtgewezen door een legertje vrouwelijke tweeps.

Helaas merk ik ook vaak dat vrouwen die carrière hebben gemaakt juist ontzettend hard zijn tegen elkaar. Vorig jaar heb ik als muzikant wat tijd gestoken in het turven van het aantal vrouwelijke artiesten op grote festivalpodia. De resultaten waren opmerkelijk: gemiddeld zo'n 15 procent van alle artiesten/bands (soms gedeeltelijk) was vrouw. Ik sprak erover met een vrouw, ook dertiger, die een behoorlijke vinger in de pap heeft in de muziekbusiness. Ze zei: "Als vrouwen op een podium willen komen, dan moeten ze maar gewoon harder hun best doen. Erover zeuren, zoals jij doet, maakt dat programmeurs alleen maar minder zin hebben om vrouwen te programmeren."

De woede die ik in haar woorden proefde, maakte me treurig. Mijn opmerking over het geringe aantal vrouwelijke artiesten op festivalposters was niet bedoeld als aanval, maar als vraag. Wat zouden we er samen als vrouwen aan kunnen doen om meer vrouwen op de podia te krijgen? Mocht het werkelijk zo zijn dat er minder vrouwelijke artiesten zijn, hoe kunnen we vrouwen dan aanmoedigen om muziek te gaan maken? In plaats van in een constructief gesprek met een mede-belanghebbende, kwam ik terecht in een heftige woordenwisseling met een vrouw die ervan overtuigd was dat ik 'onze zaak' schade toebreng. Er is namelijk geen zaak: als vrouwen iets willen bereiken, dan moeten ze daar maar voor werken. Als vrouwen iets niet bereiken, dan hebben ze er blijkbaar geen behoefte aan.

Is dat nou zusterschap? Het kan ook anders. Madeleine Albright - de eerste vrouwelijke minister van buitenlandse zaken van de VS - zei aan het begin van Hillary Clintons verkiezingscampagne dat er een speciale plek in de hel is gereserveerd voor Amerikaanse vrouwen die níet op haar stemmen. Dat is nogal een radicale uiting van solidariteit, maar wel één waar ik een warm gevoel bij krijg. Ik probeer altijd op een vrouw te stemmen. Natuurlijk niet willekeurig: ik zoek een kandidaat met een partijprogramma waar ik me in kan vinden.

Vrouwen moeten de kans krijgen om zich te bewijzen in de politiek, en die kans krijgen ze alleen als ik op ze stem. Ik doe dat omdat ik geloof in zusterschap: solidariteit betekent voor mij dat ik anderen help waar ik kan om een achterstand in te halen.

Had ik mogen stemmen in de VS, dan was mijn stem naar Hillary gegaan, en niet alleen omdat Donald Trump een idioot is. En stiekem hoop ik dat zich op het laatste moment nog een vrouwelijke kandidaat-lijsttrekker meldt bij de PvdA - dan gaat mijn stem naar een zuster.

Aafke Romeijn (Overasselt, 1986) is muzikant en schrijfster. Eerder deze maand verscheen haar jongste album 'Anders nog iets?' en in 2017 komt er een sciencefiction-roman van haar uit bij De Arbeiderspers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden