Wapengekletter bij rotseilandje was maar een detailkwestie

Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - De bijna-oorlog tussen Turkije en Griekenland over een rotseilandje had er maar zijdelings mee te maken, maar op de achtergrond speelde een diepliggend conflict over de Egeïsche Zee.

Vrije scheepvaart en bodemschatten staan daarin centraal. Een fundamenteel verschil van mening over het zeerecht maakt de Egeïsche Zee tot een kruitvat, dat elk moment kan ontploffen. Ook door het onverbeterlijke kat-hondgedrag van Turkije en Griekenland lijkt er geen oplossing in zicht. Zelfs buurlanden die wel normaal met elkaar omgaan, zouden al een hele kluif hebben aan zo'n ingewikkeld probleem.

Het zeerecht gaat niet alleen over het zee-oppervlak, maar ook over het luchtruim en alles wat op en onder de zeebodem te vinden is (zoals olie). De meest recente Conventie over het zeerecht werd in 1982 vastgesteld en trad in 1994 in werking. De Conventie bepaalt dat een land een zone van twaalf zeemijlen aangrenzend aan zijn grondgebied tot eigen territorium mag rekenen. Griekenland heeft tot nu toe een zesmijls-zone aangehouden. Het Griekse parlement heeft op 31 mei 1995 de conventie geratificeerd, maar nog niet de twaalfmijls-zone uitgeroepen waarop het volgens de conventie recht heeft. Turkije erkent de conventie niet en dreigt met oorlog als Griekenland een twaalfmijlszone zou uitroepen.

Bij uitbreiding tot twaalf mijl zou het Griekse deel van de Egeïsche Zee ruim 71 procent beslaan, ook doordat vrijwel alle eilanden in die zee Grieks zijn en hun eigen territoriale zone hebben. Turkije vindt dat onaanvaardbaar, omdat dat de vrije doorgang van zijn schepen bemoeilijkt. Ieder land moet weliswaar doorgang verlenen door de 'eigen zee', maar alleen als die doorgang vriendschappelijk is. En daar kunnen de meningen over verschillen. Bovendien geldt die vrije doorgang niet automatisch voor binnenzeeën, zoals de zee tussen de eilanden van een archipel. Het is dan ook een belangrijke vraag of de eilandengroepen in de Egeïsche Zee, die allemaal Grieks zijn, archipels vormen.

Ook alles wat onder de zee zit is interessant. Hier komt het vraagstuk van het continentaal plat om de hoek kijken. Het continentaal plat ligt buiten de twaalfmijlszone, en is ook veel groter, kijk bijvoorbeeld naar het Nederlandse continentaal plat in de Noordzee. Een land heeft het recht bodemschatten onder het continentale plat te exploiteren maar over de scheepvaart boven het continentale plat heeft het geen zeggenschap.

Volgens de conventie hebben ook eilanden een continentaal plat, wat betekent dat Griekenland de bodemschatten van vrijwel de complete Egeïsche Zee zou mogen exploiteren met uitzondering van kleine gebieden vlak onder de Turkse kust. Want de lange rij eilanden vlak voor de Turkse kust zijn, op een paar na, Grieks. Als je die eilanden een continentaal plat geeft blijft er geen ruimte meer voor een Turks continentaal plat in de Egeïsche Zee.

Maar Turkije heeft de conventie - en dus een continentaal plat rondom eilanden - nooit erkend. Tot woede van de Grieken gaf de Turkse regering in 1973 en 1974 de Turkse oliemaatschappij toestemming te zoeken naar olie in gebieden die de Grieken beschouwen als een continentaal plat rondom een eiland. Toen een schip van de Turkse oliemaatschappij (de Sizmik) onder begeleiding van de Turkse marine in 1987 op onderzoek ging, wachtte de Griekse marine het op. Een oorlog werd ternauwernood voorkomen.

Alles boven de zeespiegel is minstens zo belangrijk. Ieder land mag het luchtruim boven de eigen zee - in het geval van Griekenland en Turkije op dit moment dus zes mijl - tot zijn eigendom rekenen. Alleen heeft Griekenland per presidentieel decreet al in 1931 zijn luchtzone uitgebreid tot tien zeemijlen, sinds die tijd roepend dat die begrenzing nog steeds binnen de toegestane twaalf mijl blijft. Turkije is het daar niet mee eens, maar bestrijdt het ook niet echt, misschien omdat het bang is dat Griekenland anders de volledige twaalf mijl zal opeisen in de lucht èn op zeeniveau. Het gevolg is natuurlijk wel dat er constant problemen onstaan over de precieze reikwijdte van het (Griekse, Turkse en internationale) luchtruim.

Een complicerende factor is dat Turkije nooit de Conventie over het zeerecht heeft erkend. De conventie is niet van toepassing op staten die hen niet hebben geratificeerd of ondertekend. Dat wil niet zeggen dat Turkije helemaal niets te maken heeft met het internationaal zeerecht, want vóór de conventie van 1982 was het bijvoorbeeld al gebruikelijk de eigen zee uit te breiden tot de grens van twaalf mijl. Turkije, zeggen de Grieken bovendien, heeft dat zelf gedaan in de Zwarte Zee en in de Middellandse Zee richting Cyprus en Syrië.

Bij het conflict van deze week leverde de ruzie over de Egeïsche Zee de achtergrondmuziek. De directe aanleiding had met iets anders te maken. Turkije vindt dat sommige rotseilandjes niet tot de eilandengroep Dodekanesos behoren die Italië in 1947 aan Griekenland overdroeg. Het is een kwestie van precieze grensmarkering, die normale buren in het uiterste geval zouden voorleggen aan het internationale hof in Den Haag. Maar Griekenland en Turkije maakten er, met een verbazende gretigheid, bijna weer een nieuw hoofdstuk van in hun eeuwen oude saga van blinde vijandschap. Uiteindelijk bleef de schade, dank zij de VS-diplomatie, beperkt tot een voetnoot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden