Wantsen: sapzuigers, struikrovers en soms goede moeders

De hop in de achtertuin groeit wat al te vrijmoedig. Terwijl ik de stengels opruim, krijg ik een ondraaglijke jeuk. Bijna zwarte wantsjes zitten me op de huid. Ze steken blijkbaar.

Wantsen hebben uiteenlopende vormen, van heel smal mugachtig tot breed schildvormig. Hun voorvleugels liggen als dekschilden over de achtervleugels, net als bij kevers. Die voorvleugels zijn niet hard zoals keverdekschilden, maar leerachtig met een doorzichtige top. Ze overlappen elkaar, wat bij kevers nooit het geval is.

Een ander verschil met kevers is dat die bijtende monddelen hebben en wantsen een scherpe zuigsnuit, die buiten gebruik onder het lijf is gevouwen. Zij steken die snavel in plantendelen of in dieren en zuigen daar sap uit.

Een van de beruchtste wantsen is de wandluis, die bij mensen bloed zuigt. In ons land gelukkig uitgestorven, maar in zuidelijker landen een plaag, zelfs in ogenschijnlijk nette hotels.

Onschuldige dieren die plantensap opzuigen, zijn de bloemwantsen, een verwarrende veelheid aan variabel gekleurde en vaak prachtig getekende soorten. Van juli tot oktober zijn ze te vinden op distelhoofdjes en andere bloemen.

Geen pop

Nog een groot verschil met kevers is dat wantsen een onvolkomen gedaanteverwisseling hebben. Kevers en ook de meeste andere insectenorden kennen in hun ontwikkeling de stadia ei, larve, pop, volwassen dier (imago). Denk maar aan de reeks: ei - rups - pop - vlinder. Wantsen kennen geen popstadium. De larven lijken meteen op hun ouders. Ze hebben alleen geen vleugels. Die krijgen ze pas na een paar vervellingen. Of helemaal niet: ook sommige volwassen wantsen hebben alleen maar vleugelstompjes. Dan kun je hooguit aan zijn grootte vaststellen of het dier al of niet volwassen is. Wantsenlarven worden nimfen genoemd.

Ongeschikt klimaat

Sommige wantsen leven in of op het water, voornamelijk van in het water gevallen insecten. De landwantsen op bomen en struiken overtreffen de waterwantsen ruimschoots in aantal.

Toch is ons vochtige klimaat voor de grotere landwantsen eigenlijk ongeschikt. Ze overwinteren dikwijls in de bovenste grondlaag, waar ze vatbaar zijn voor schimmelziekten. Ook de nogal eens lage zomertemperaturen zijn ongunstig voor deze insecten. Daarom vind je ze vooral op de zandgronden, die snel opwarmen.

Zo kun je in de zeereep op helm en zandhaver de helmrandwants aantreffen. Deze langgerekte, smalle wants beweegt zich traag en aarzelend als een wandelende tak, maar door zijn lange sprieten en achterpoten lijkt hij meer op een sprinkhaan. De vrouwtjes leggen in nazomer en herfst eitjes op de halmen, die pas volgend voorjaar uitkomen.

Predators

Randwantsen zuigen plantensappen, maar overvallen ook andere insecten. Zo zuigt de zuringrandwants gewoonlijk sap uit onrijp melde- en zuringzaad, maar als een langzaam insect zoals een rups zich in zijn buurt bevindt, aarzelt hij niet ook die uit te zuigen.

Ik heb gemerkt dat een vliegende zuringrandwants net als een kever een brommend geluid maakt. Deze anderhalve centimeter lange wants herken je aan zijn kleur als van tabak, zijn leerachtige uiterlijk en zijn brede achterlijf, waarvan de platte randen zijdelings een eind buiten de opgevouwen vleugels uitsteken.

Hoewel de meeste nimfen eind augustus al volwassen zijn, kom ik ze in deze tijd van het jaar nog wel eens tegen. Ze koesteren zich in de oktoberzon op de bladeren van struiken als vogelkers en krentenboompje. Nimfen hebben vleugelstompjes; sprieten, kop, borststuk en poten zijn al als die van het volwassen insect.

Stinkers

Als je een randwants aanpakt, ruik je een typische wantsengeur. Die is sterker en echt onaangenaam bij de om zijn sloomheid ook luie Grietje genoemde stinkende boomwants. Die zuigt graag aan frambozen en aalbessen, die daardoor oneetbaar worden. De groene kleur van het luie Grietje gaat langzaam over in olijfgroen en tenslotte donkerbruin, als de wants tussen dor blad op de grond gaat overwinteren.

Nimfen van het luie Grietje vind ik in de zomer op brandnetels, waarop ze door hun groene kleur niet opvallen. Bij verstoring laten ze zich soms op de grond vallen, waar ze net doen of ze dood zijn.

Vooral na een reeks warme zomers zijn de breedgeschouderde schildwantsen, waar ook het luie Grietje toe behoort, algemeen. Vorige maand wemelde het op Texel op de duinberken en de dauwbramen van de tweedoornige boomwantsen, donkerbruine schildwantsen met op elke schouder een scherpe doorn.

Een prachtig insect is de bloedwants: donkergroen met bloedrode vegen over de achterrand van het borststuk en het leerachtige deel van de voorvleugels. Deze in bossen, bosranden en zelfs stadstuinen voorkomende schildwants zuigt aan meidoornbessen, na de overwintering aan het prille blad van meidoorns, eiken, haagbeuken, berken, hazelaars, espen, populieren en abelen.

De berkenschildwants heeft dezelfde kleuren als de bloedwants, maar dan helderder. Deze iets kleinere wants is gewoner dan de bloedwants en tot in november te vinden op berken, hazelaars en espen. De berkenschildwants brengt de winter door onder loszittende schors, tussen mos of in dichte klimop, de bloedwants in schorsspleten en graspollen.

Veel wantsen vallen ten offer aan roofwantsen, krachtig gebouwde insecten met een dik achterlijf, stevige poten en een smalle langgerekte kop. Hun vierledige zuigsnuit priemen ze in insecten met een zacht pantser. De meeste soorten hebben vleugelstompjes of zijn helemaal vleugelloos. Deze snelle lopers leven op de grond of op lage planten, een enkele soort op bomen.

De roofwantsen zijn pas in augustus en september volwassen. Ze paren in nazomer en herfst en leggen tegen grashalmen eitjes die overwinteren. De nimfen, die moeilijk te onderscheiden zijn van volwassen roofwantsen, vind je voornamelijk in mei en juni.

Een bij insecten ongebruikelijke broedzorg toont de grijze berkenschildwants, die als een broedse kip over haar legsel waakt.

Ook na het uitkomen blijft de moeder bij haar jongen en verdedigt ze die tegen aanranders zoals roofwantsen. Tot na hun tweede vervelling volgen de nimfen de moeder zoals kuikens de kloek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden