Wantrouwen jegens Farc is nog groot

Colombianen zijn niet overtuigd door toezegging van rebellengroep om te stoppen met ontvoeren

Eerst zien, dan geloven. Zo is grofweg de reactie op de aankondiging van de Colombiaanse rebellengroepering Farc, dat ze stopt met ontvoeringen, en binnenkort tien gijzelaars vrijlaat. Zondag zette de leiding van de organisatie deze boodschap op haar website.

Fijn voor de betreffende gijzelaars en hun familie, als ze vrijkomen - al is onduidelijk wanneer. Ook prettig voor de Colombianen dat ze niet meer voortdurend om zich heen hoeven kijken, uit angst voor kidnapping vanwege hun financiële of politieke waarde. En voor president Santos is het een politieke overwinning van formaat, mocht dit inderdaad een historische stap naar vredesonderhandelingen blijken te zijn.

Dan moet de Farc-leiding wel menen wat ze zegt. De eenheden moeten wel op de hoogte zijn van het nieuwe beleid. En ze moeten zich er wel in kunnen vinden.

Op zich wekt de aankondiging geen grote verbazing. Ontvoeringen waren een lucratieve bedrijfstak voor de Farc, die ermee begon om 'krijgsgevangenen' te kunnen ruilen met gevangen rebellen. De praktijk groeide uit tot een miljoenenhandel, maar de Farc, in 1964 als bevrijdingsbeweging ontstaan, verspeelde er veel goodwill mee. Voor de Farc leveren ontvoeringen in financiële zin bovendien veel minder op dan de handel in cocaïne, waar veel leden van de beweging zich op hebben toegelegd. Farc-deskundigen zien de laatste tijd ook toenemende belangstelling voor illegale mijnbouw en afpersing.

Met de bevrijding van spraakmakende gijzelaars als Ingrid Betancourt in 2008 raakte de organisatie bovendien belangrijk 'politiek ruilmateriaal' kwijt. In 2000 bevonden zich nog 3500 mensen in handen van de rebellen, nu wordt dat aantal op een paar honderd geschat. Overigens worden de meeste ontvoeringen in Colombia gepleegd door criminele bendes, zegt mensenrechtenorganisatie País Libre.

De gijzelaars zijn een last op de schouders van de opstandelingen, die zelf ook met steeds minder zijn. De beweging, op haar hoogtepunt 16.000 leden sterk, is fors uitgedund sinds het militair offensief door de vorige president Álvaro Uribe en zijn minister van defensie, de huidige president Juan Manuel Santos. Velen kwamen om in gevecht met militairen, honderden zijn gearresteerd of gedeserteerd. De dood van cruciale leiders trof de beweging in het hart.

Begin dit jaar verklaarde de nieuwe leider Timoleón Jimenez, alias Timochenko, bereid te zijn tot onderhandelen. Dat was een meevaller voor de Colombianen die hopen op een vredesproces dat een einde maakt aan de onrust en het geweld in het land. De vrijlating van de tien gijzelaars lijkt een volgende handreiking.

Vooralsnog overheersen de twijfel en de scepsis, niet alleen bij president Santos en voormalige gijzelaars als Betancourt. Dit is een oorlog, zeggen waarnemers, en daarin is wantrouwen de eerste regel. Onlangs nog vielen er doden bij aanvallen op politiebureau's. Daarmee voldoet de Farc al niet aan een belangrijke voorwaarde van Santos voor onderhandelingen: stoppen met het geweld.

Daarnaast is het de vraag of de hele organisatie beseft dat ontvoering is afgezworen. De Farc bestaat uit vaak autonoom opererende eenheden, en als ze al in alle kampementen op de hoogte zijn, is het nog afwachten of iedereen zich eraan houdt. Een beetje welgestelde Colombiaan zonder afdoende beveiliging kan toch nog een aardig losgeld opleveren. Vooral handig voor de eenheden die geen toegang hebben tot drugshandel.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden