Wantrouwen blijft, 68 jaar na deportatie

Posteractie moet duidelijk maken hoe grootschalig de razzia's waren

"Ja, hallo? Wie bent u?" Vanuit een open raam op de eerste verdieping in de Amsterdamse Transvaalbuurt kijkt Elly Tarani (69) wantrouwig naar beneden. Sinds een oude buurvrouw in haar huis door twee meisjes werd beroofd, is ze op haar hoede.

"Of ik wát ken? Wacht, ik kom eraan." Het nieuwste plan van het Amsterdamse 4 en 5 mei-comité kent ze niet. Dat comité heeft Amsterdammers gevraagd om op 4 mei een poster voor het raam te hangen als er in de Tweede Wereldoorlog vanuit hun huis joden weggevoerd werden.

Vooral in buurten als de Transvaal, waar veel joden woonden, moet de omvang van de ramp duidelijk worden. Als de huidige bewoners aan de actie meedoen, dan zien straks hele straten zwart van de posters.

De posters werden onlangs via Het Parool in een oplage van zo'n 90.000 stuks verspreid. "1 van 21.662 huizen", melden grote, zwarte letters. "Waar joden woonden die in de 2e wereldoorlog werden vermoord", staat er in kleiner formaat tussen.

Alle adressen zijn bijgevoegd. Een ervan is de Pretoriusstraat 78. Het huis waarin Tarani nog steeds woont, en waar zij in juli 1943 als baby van drie maanden werd binnengedragen. Dat was krap een maand nadat de Ordnungspolizei de buurt hermetisch liet afsluiten en bijna alle joden had weggevoerd.

Op de deurknoppen zaten toen, in 1943, mogelijk nog de vingerafdrukken van de joodse Ted Musaph-Andriesse (83). Een puber van vijftien was ze toen de zwarte laarzen binnenkwamen. Die stampende laarzen herinnert ze zich nog goed. Net als de blinde paniek. "Ik ga niet mee, ik doe het niet", had ze geroepen.

Haar ouders en zusje werden meegevoerd, maar Musaph-Andriesse verstopte zich in de kelder. Ze ontsprong de dans, ging van adres naar adres, maar werd uiteindelijk in Utrecht verraden. Net als Anne Frank, en 120.000 anderen, kwam ze in Bergen-Belsen terecht, een concentratiekamp in noordwest-Duitsland. Haar vader werd er vermoord, maar zij overleefde, net als haar moeder, broer en zusje.

Tarani kent het tragische lot van de familie Musaph niet. Haar ouders hadden wel eens verteld dat het huis leegstond toen ze er kwamen. Over de joden spraken ze niet, Tarani verdiepte zich later niet in de geschiedenis van de oud-bewoners. "Ik neem aan dat die niet zijn teruggekomen."

Als de verslaggever haar vertelt dat die bewoonster nog leeft, zegt ze: "Die joodse mevrouw is welkom voor een kop koffie." Maar aan de actie met de posters doet Tarani beslist niet mee. "Ik ga niet met zo'n ding voor mijn raam zitten. Ik hou niet van dat uiterlijke vertoon."

Voor die koffie voelt Musaph-Andriesse, oud-voorzitter van het Joods Historisch Museum en de Anne Frank Stichting, niets. Ze heeft het huis waaruit haar familie werd weggevoerd, nooit meer betreden.

In haar ogen zijn al die duizenden Amsterdammers die 68 jaar geleden de lege huizen van afgevoerde joden betrokken op z'n minst verdacht. Ze móeten toch geweten hebben dat het besmette plekken waren?

Frits Rijksbaron, de initiatiefnemer van het plan met de posters, begrijpt de achterdocht wel. Het verhaal staat niet op zichzelf, zegt hij. "Het is een open wond. Het is bekend dat NSB'ers zich vaak de beste woningen toeëigenden."

De ouders van mevrouw Tarani kunnen niet meer vertellen hoe zij in de Pretoriusstraat terechtkwamen. Ze overleden in 1978 en 1990. Iets anders vertelden ze wél. "Dat we twee onderduikers in huis hadden", zegt Tarani. "Waar? Gewoon hier. Ze hebben het allebei overleefd. Mijn zusje en ik werden in een ander bed geduwd; er was plek nodig. En als de Duitsers aanbelden, schuilden ze hier in de kelder."

Dezelfde kelder waar Musaph-Andriesse zich in 1943 schuilhield toen de zwarte laarzen binnenkwamen.

Van 21.662 Amsterdamse adressen verdwenen 61.700 joden
De Amsterdamse reclamemaker Frits Rijksbaron (66) kwam al in 1980 op het idee om joodse huizen zichtbaar te maken. Hij trof na een verhuizing toen een 'akte van rechtsherstel' van voormalige joodse bewoners. Die konden daarmee aantonen de rechtmatige eigenaar te zijn van het in de oorlog geconfisceerd bezit. Pas 'nu hij meer tijd heeft' kwam het idee van de grond. Het Amsterdams 4 en 5 mei comité haakte aan en liet vorige week 90.000 posters met de Amsterdamse krant Het Parool meesturen. Bijgevoegd zijn 21.662 adressen waarvandaan 61.700 joden gedwongen vertrokken en nooit meer terugkwamen. Dat is 77 procent van alle 80.000 Amsterdamse joden. De adresgegevens zijn afkomstig uit lijsten van joodse inwoners die gemeenten van de Duitse bezetter moesten maken. Joden werd verplicht om actief aan de lijst mee te werken. Dat leidde tot een stippenkaart, waarbij één stip op de kaart stond voor tien joden. Sommige wijken kenden zoveel stippen dat ze op de kaart helemaal zwartkleurden. Sinds vijf jaar staan de adressen ook op de website joodsmonument.nl, een initiatief van het Joods Historisch Museum. Veel Amsterdammers tikten hier hun adres al in en ontdekten of ze in een voormalige joodse woning woonden. Rijksbaron hoopt dat de grootschaligheid van de razzia's zichtbaar wordt als iedereen op 4 mei een poster achter het raam hangt. Over het project werd onder meer bericht in Duitse, Engelse en Amerikaanse media. Rijksbaron denkt niet dat de openlijke verwijzing naar een van de meest pijnlijke episodes in de Nederlandse historie tot wrevel leidt. "Eén joodse man belde me op en zei: 'Moet dat nou?' Toen ik het idee uitlegde, heeft hij me alle succes gewenst." De reclamemaker wil in 2012 ook andere steden waar in de oorlog veel joden woonden, zoals Groningen en Meppel, bij het plan betrekken. In heel Nederland woonden in 1941 ongeveer 140.000 joden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden