Wantrouw publiek belang

Consumenten moeten op hun hoede zijn voor het 'publieke belang'. Met dat argument neigen vooral (voormalige) overheidsorganisaties ertoe eerder meer dan minder regels te stellen. En dat net nu consumenten in die sectoren wat meer te zeggen krijgen.

Opeens zijn ze er: modieuze woorden die bijna iedereen in politiek Den Haag gebruikt. De invulling van zo'n begrip is niet meteen duidelijk, maar in het politieke debat is het ongebruikelijk om een heldere definitie te vragen van wat nu bedoeld wordt. Dit geldt nadrukkelijk ook voor het debat over de positie van de consument, en de bijdrage die daaraan kan worden geleverd door liberalisering en privatisering. Op dit gebied kenden wij sinds een paar jaar het stijlbloempje van de 'maatschappelijke onderneming' (vroeger gewoon een non-profitorganisatie). Sinds kort heeft deze mysterieuze stijlbloem een al even ongrijpbaar zusje: het publieke belang.

Deze modetermen duiken juist daar op waar politieke meningsverschillen heersen. Vaak is er sprake van het bewust optrekken van rookgordijnen om daarachter de eigen politieke agenda onverdroten te kunnen blijven volgen. Neem 'publiek belang'. Een heldere definitie van dit begrip is vooral relevant omdat de Tweede Kamer binnenkort voor het eerst sinds lange tijd weer een overleg wijdt aan de positie van een bijna vergeten oude bekende: de consument.

Consumenten zijn in Nederland doorgaans geen zielige, verdrukte groep. Voor de meeste producten is er een zeer gevarieerd aanbod, klachtenregelingen zijn weliswaar niet perfect, maar behoorlijk ontwikkeld, en er is een goed georganiseerde, professionele Consumentenbond. Toch zijn er nadrukkelijk ook sectoren waar de consument er bekaaid afkomt. En dit geldt het meest nadrukkelijk voor die sectoren waar de overheid, direct of indirect, de touwtjes nog stevig in handen houdt.

Het gaat dan bijvoorbeeld om hardnekkige wachtlijsten in de gezondheidszorg en in de kinderopvang, om notoir slechte service in het openbaar vervoer en aan gemeentelijke loketten en om nodeloos hoge prijzen voor landbouwproducten. Gemeenschappelijk kenmerk van deze op het oog zo diverse sectoren is dat concurrentie buiten de deur wordt gehouden, vaak met expliciete toestemming van de overheid, en ten nadele van de consument.

Gelukkig bloeien in veel van deze sectoren de laatste jaren consumentvriendelijke initiatieven op. In weerwil van de verstikkende regelgeving zien ondernemers kans om een deel van deze gesloten markten te veroveren en daarmee de keuzemogelijkheden voor de consument te vergroten. Voorbeelden zijn onder meer particuliere initiatieven in de kinderopvang, adviescentra voor de behandeling van stress en rugklachten en particuliere klinieken. Hier en daar de biedt de overheid (schoorvoetend) ruimte: veel van de zogenaamde mdw-operaties (marktwerking, deregulering, wetgevingskwaliteit) hebben zich op deze sectoren gericht.

Maar er is ook een duidelijke tegenbeweging ontstaan. Deels door het traag op gang komen van de voordelen van marktwerking (denk aan de taxibranche), deels door ondoordachte privatiseringen in ander landen (energie in Californië, treinen in Engeland), is het enthousiasme voor concurrentie in voorheen gesloten markten in Nederland bekoeld. Nu is er absoluut niets tegen een kritische houding tegenover privatiseren en liberaliseren. Integendeel, marktwerking is geen panacee en bovendien vraagt deregulering van voorheen gesloten markten om maatwerk om ervoor te zorgen dat consumenten ook werkelijk profiteren. Maar een kritische houding wordt niet bevorderd door klakkeloos een nieuw criterium toe te voegen: dat diffuse begrip 'publiek belang'.

Het begrip 'publiek belang' roept weinig vraagtekens op wanneer het gaat om klassieke overheidstaken, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, rechtsorde en infrastructuur. Juist wanneer individuele belangen niet of nauwelijks zijn aan te wijzen, heeft de overheid vanouds een verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat dergelijke collectieve goederen geleverd worden: dit is de oervorm van het begrip 'publiek belang'. Dit zijn ook terreinen waar consumenten zich zelden beklagen over een gebrek aan keuzemogelijkheden, omdat het collectieve karakter van deze goederen of diensten niet ter discussie staat.

Maar in sectoren waar wel sprake kan zijn van individuele keuzemogelijkheden, maar die in de praktijk toch beperkt worden, moet het hanteren van de term 'publiek belang' met grote achterdocht bekeken worden. Wanneer bijvoorbeeld artsen afspraken met elkaar maken over tarieven of het vestigen van nieuwe toetreders is er sprake van een stukje publiek belang (bijvoorbeeld de planning van nachtdiensten) en een groot stuk eigenbelang (geen concurrentie). Wanneer in een cao hoge opleidingseisen worden gesteld, is er sprake van een klein beetje publiek belang (kwaliteitsbewaking) en heel veel eigenbelang (hoe minder mensen aan de kwaliteitscriteria voldoen, hoe hoger het loon voor de uitverkorenen). Het plotselinge verschijnen van het begrip 'publiek belang' in sectoren waar de consument juist enige invloed begon te krijgen moet dan ook met achterdocht beken worden.

Als er sprake is van waarborgen voor veiligheid of gezondheid moeten die scherp onderscheiden worden van het eigenbelang van de spelers in de sector, of die spelers nu behoren tot de markt of tot de overheid. Wettelijke kwaliteitseisen moeten gelden voor bestaande en nieuwe spelers in de sector, en geen verkapte toetredingsdrempels vormen.

Wanneer bestaande spelers, of politieke partijen die vanouds voorstander zijn van een grote overheidsbemoeienis, zich verzetten tegen deregulering met een beroep op het publieke belang, dan speelt er vaak een andere agenda. In zulke gevallen dreigt het consumentenbelang het slachtoffer te worden van de wolf van het eigenbelang in de schaapskleren van het publieke belang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden