Review

Want al onze dagen gaan voorbij

Wouter Stevens, de hoofdpersoon van de nieuwe roman van Thomas Verbogt, is niet iemand die lang stilstaat bij wat hem in het verleden is overkomen. Hij leeft vooruit, zoals vermoedelijk de meeste mensen, maar hij heeft de indruk dat er weinig valt te sturen als het om zijn toekomst gaat. Alles gebeurt maar. Hij lijkt afhankelijk van krachten die buiten hem om werken en toch hun invloed op zijn leven uitoefenen.

In de roman loopt hij tegen de vijftig. Hij werkt als regisseur aan de toneelacademie en studeert een voorstelling in, getiteld 'De reünie'. Van de dochter van zijn vriendin Sylvia krijgt hij het nieuwste snufje uit New York, een memorecorderpen, een pen dus die tegelijkertijd als opnameapparaat kan fungeren. Al deze dingen wijzen duidelijk in de richting dat de belangrijkste kwestie in de roman verband houdt met de tijd, de herinnering en het moment.

Wouter denkt op een zeker ogenblik: ,,Alles, alles verandert'. Dat is in het kort de ondertoon van dit boek, waarin de hoofdpersoon gaandeweg alle vanzelfsprekende zekerheden ontvallen en hij in een mist komt te verkeren, waarin alles wat opdoemt spooksel of werkelijkheid is, wie zal het zeggen. De melancholieke strekking van het geheel wordt nog versterkt door andere personages, die hun eigen herinneringen hebben en hun eigen werkelijkheidsbeelden vormen.

De vriendin bijvoorbeeld raakt in een psychisch wankele toestand waarin zij zich in het hoofd haalt dat Wouter een ander heeft. Die zou haar, terwijl zij rust zocht in het ouderlijk huis, hebben opgezocht en het haar hebben verteld. Wouter geeft dan toe dat hij een keer met een leerling naar bed is geweest, maar dat het niets voorstelt. Toch is hiermee een mechaniek in werking gesteld, waardoor het alleen nog maar erger kan worden en de verwarring alleen nog maar toeneemt.

De leerling, gevraagd naar het waarom van de bekentenis, ontkent bij zijn vriendin op bezoek te zijn geweest. Wie van de twee het meest in de war is, blijft de vraag. Wouters ondergang wordt ermee ingezet. In de effectieve kortaffe stijl van de roman lezen we dan gedachten als de volgende: ,,Ik moet er niet meer zijn. Oplossen. Verdwijnen. Ingeademd worden door de eeuwigheid. Hoe vaak in mijn leven heb ik daar niet smachtend naar verlangd? Weg zijn. Meteen vergeten. Een onbeduidend incident in de marge.'

Er ligt over dit boek een sluier van niet weten, niet begrijpen, niet voelen en een spijt over zoveel vergeefsheid en ontkenning van het moment. Het leven heeft zich toch afgespeeld, hoor je Wouter voortdurend denken, maar wat is erin gebeurd, op welke plekken heeft zich wat afgespeeld en hoe voelde ik mij toen en wat verwachtte ik. Het verleden is een raadsel.

Dan duikt er een oude vriendin van Wouter op, die een ernstige ziekte heeft en graag nog een keer met hem de enkele plaatsen wil bezoeken waar ze gelukkig zijn geweest. Het is een sterk accent dat Verbogt met haar optreden legt op het onvermogen van zijn hoofdfiguur om zich te herinneren. Via de plaats kan de herinnering aan de tijd afgedwongen worden. Zo brengt hij met haar opnieuw een bezoek aan de Brooklyn Bridge, waar ze elkaar vroeger hebben ontmoet. En zo kan het gebeuren dat hij ten overstaan van hun vroegere huis enkele 'volmaakte momenten' voelt terugkomen:

,,'Ik zat daar', zeg ik. Ik wijs naar een appelboom. Goudrenetten. 'Je had er een fauteuil neergezet. Je ging er nog een halen. De eerste zomeravond in dit huis, deze tuin. Het was ook de eerste dag van de zomer. Ik ging in de stoel zitten. En ik keek naar de hemel. Het was nog niet helemaal donker. De lucht rook naar gras en de warme dag die bijna voorbij was. Ik dronk wijn. Jij kwam met de andere stoel naar buiten. Op de zitting stond een witte doos, niet al te groot. Je zette de stoel neer en gaf me die doos. ,,Een cadeau', zei je. ,,Voor ons.' Ik opende de doos. Er zat een kleine rode kat in. Misschien een week of tien oud. Het dier keek geschrokken, maar zag er toch niet uit of het echt bang was. ,,Hoe oud zou een kat worden?' zei je, ,,een jaar of vijftien, zestien. Dan zijn we hier nog. Jij en ik, die kat misschien, oud. Met die tijd gaan we het doen.' Je kuste mij. Je kuste de kat op zijn neus.'

Zo'n passage raakt de kern van deze roman over de tijd. De titel gewaagt van 'Onze dagen' en ik kan een associatie met psalm 90 niet onderdrukken: ,,Want al onze dagen gaan voorbij'. Daarom is de herinnering, en de perfectie van die herinnering, ook een verweer tegen de tijd: ,,In belangrijke mate ben je wat je je herinnert. Als je jezelf niet toestaat bij die herinneringen stil te staan, ze een plaats van betekenis te geven, ben je aan het verdwijnen, dan is de bezigheid die je leven is: je wordt alleen maar ouder, er blijft steeds minder tijd van leven over, je bent aan het weggaan.'

'Onze dagen' is een zuivere, afgewogen roman over de herinnering. Een man die daar niets van moet weten, komt tot het inzicht dat hij zijn leven aan het verspelen is, wanneer hij zich niet herinnert. De momenten uit het verleden die hij zo nu en dan weet terug te roepen, vormen de aria's van dit boek. De afloop, de laatste fase van de geschiedenis, lijkt het volle pond te geven niet aan de herinnering, maar aan de verbeelding. De memorecorder is ten slotte ook een pen, in de hand van een schrijver. En die schrijver, Verbogt, heeft de wereld van zijn roman voortreffelijk verbeeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden