Wanneer moet je ingrijpen?

Reageerde de wereld lauw op de ontvoering van honderden Nigeriaanse schoolmeisjes, zoals columniste Elma Drayer in deze krant stelde? Of had filosoof Ger Groot een punt toen hij schreef dat er voor geroofde Afrikaanse jongens veel minder interesse is?

Met beide stellingen ben ik het oneens. Ik vind niet dat de wereld onverschillig heeft gereageerd. De Nigeriaanse regering is zelf laat in actie gekomen, dat heeft de internationale reacties vertraagd. Maar ze zijn er wel gekomen en ze waren krachtig.

Ik kan ook weinig met wat Ger Groot schreef, dat de wereld zich minder druk zou maken over de vele jongens die al jaren worden ontvoerd door terroristen dan nu over de meisjes. Als er in een keer driehonderd jongens zouden zijn ontvoerd dan zou de verontwaardiging even groot zijn geweest. Zo'n massale ontvoering is spectaculair, je kunt je ermee identificeren. Je ziet het gebeuren en toch kun je niets doen. Ja, twitteren misschien maar wat haalt dat uit? Dat gevoel van onmacht uit zich in verontwaardiging.

Die verontwaardiging zie je minder bij zaken die ook heel erg zijn maar behoren tot de alledaagse werkelijkheid. In veel culturen heb je meisjes die geen onderwijs krijgen, maar er komt niet zoals nu een wereldwijde actie op gang, waarmee de Amerikaanse president, zijn vrouw en zijn Franse collega zich bemoeien.

We ontdekken bij zo'n gebeurtenis dat onze normen nog niet mondiaal zijn. Bij onszelf zijn ze trouwens ook niet overal gemeengoed. Die ene homo die in Parijs in elkaar wordt geslagen en dat goed op Facebook zet krijgt aandacht. Maar er worden talloze andere homo's mishandeld over wie niemand praat.

De werkelijk belangrijke vraag is welke van onze waarden echt universeel zouden moeten zijn, en of we ze ook willen of kunnen exporteren. Anders gezegd: hoeveel ruimte geven we mensen om in onze ogen verwerpelijk te handelen? We kunnen van alles vastleggen in verdragen en dat van de daken schreeuwen. Maar de wereld zit niet te wachten op onze wijsheid. Mensen zeggen: 'Dat is jouw cultuur, wij zijn anders.' Volgens de universele verklaring van de rechten van de mens heeft de Indiase onaanraakbare, de kasteloze dalit, evenveel rechten als wie dan ook. Maar is dat in de praktijk ook zo? Ook in onze eigen cultuur zijn sommige mensen gelijker dan anderen. Bovendien zijn staten soeverein, ze kunnen verdragen op hun eigen wijze invullen. Er is veel vrijblijvendheid.

Toch zijn er waarden die we mijns inziens terecht universeel vinden, waar dus cultuurrelativisme niet meer van toepassing is. Daartoe behoren bijvoorbeeld de gelijkheid van de vrouw en het recht van vrouwen op onderwijs. Maar wanneer moet je ingrijpen om een einde aan misstanden te maken? We hebben geprobeerd met geweld democratie te brengen naar Irak en Afghanistan. Dat bleek moeilijk te zijn. En soms is ingrijpen zelfs onmogelijk, zoals in Noord-Korea. Overigens, je kunt alleen maar ontzettend dankbaar zijn dat de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog wel hebben ingegrepen.

De onmacht om kwaad te bestrijden kan ons een schuldgevoel bezorgen. We zouden willen dat de wereld maakbaarder was. Religie kan ons helpen met zulke situaties om te gaan. Enerzijds draagt religie bij aan de maakbaarheid van de wereld. Het christendom heeft een cultuur gecreëerd, de islam, het hindoeïsme en andere godsdiensten ook. Maar religie brengt ons ook het besef bij dat de wereld niet altijd maakbaar is, hoe graag we dat ook willen.

Matthias Smalbrugge is predikant in Aerdenhout en hoogleraar kerk en cultuur aan de Vrije Universiteit in Amsterdam

theologisch elftal

Smalbrugge De Korte - Jansen - Kalsky - Leegte - Van Vlastuin - Klapheck -Tollefsen - Van der Graaf - Borgman - Nissen

In Parijs demonstreren vrouwen om hun solidariteit te tonen met de ontvoerde meisjes in Nigeria. Links, met zonnebril, zangeres en voormalige presidentsvrouw Carla Bruni.

De reacties op de ontvoering van de schoolmeisjes in Nigeria laten goed de dynamiek van de media zien. Als die in beweging komen, kan er een vliegwiel-effect optreden. Het brengt trage massa's in beweging en dan kan het snel gaan.

Er zijn echter ook veel misstanden in de wereld die buiten ons blikveld blijven. Er schijnen twintig miljoen mensen in feitelijke slavernij te leven. Ikzelf ben betrokken bij een actie voor Zuid-Soedan. Er is daar veel schrijnende nood, die lang niet elke dag de media haalt.

Zo dreigde het ook te gaan met de schoolmeisjes. Op 15 april was er de eerste melding over de massale ontvoering. In de periode ervoor waren er in Nigeria twee aanslagen gepleegd, met samen bijna vierhonderd doden. Ze kregen veel minder publiciteit. Dat de ontvoering van de meisjes uiteindelijk wel veel aandacht kreeg kan mede te maken hebben met de tegenstrijdige berichten over de aantallen. De autoriteiten zeiden aanvankelijk dat 107 meisjes waren bevrijd en dat er nog acht in handen van Boko Haram waren, terwijl moeders 328 ontvoerde dochters telden. Deze verwarring leidde vervolgens tot twittercampagnes en bracht Michelle Obama tot haar oproep op de tv.

Er zijn in Nigeria honderden slachtpartijen geweest, die de gemoederen niet in beweging brachten. Het was te ver weg. Getallen van slachtoffers blijven abstract, maar een foto van een wanhopige Nigeriaanse moeder in The New York Times maakt wel indruk.

Ook bij structurele noden ebt onze aandacht veelal weg. We hebben blijkbaar een korte spanningsboog.

Emotioneel geladen nieuws raakt ons echter. Beelden van een moeder, een dochter, dat is levende realiteit. Het is als bij een roman. Wanneer die details goed beschrijft, gaat het verhaal leven. Ik geloof niet dat het veel verschil maakt of het nieuws over meisjes of jongens gaat. Leeftijd is belangrijker. Ook een foto van een ontvoerd jongetje doet ons iets. Hoe kleiner hoe weerlozer en hoe meer het ons beroert. Belangrijk is vooral hoe concreet de beelden zijn. Misschien is er een fractioneel verschil in onze emoties bij volwassenen, en zijn we dan iets meer geraakt als de slachtoffers vrouwen zijn. Maar kleine jongetjes zijn even weerloos als meisjes en roepen precies dezelfde gevoelens op.

Er gebeuren veel andere erge dingen die ons toch minder raken. Alles kan ons ook niet evenveel beroeren, omdat we niet de hele wereld op onze schouders kunnen nemen. Daar komt bij dat we misschien wel iets te veel van de ene hype naar de andere leven, ook ten aanzien van ramp en onheil. Daarom brengen we continue zorg voor structurele problemen veel moeilijker op. Het is daarom positief te waarderen als mensen zich als donateur inzetten voor structurele projecten.

Het plotselinge mededogen dat zo'n gebeurtenis als in Nigeria opwekt moet je positief waarderen. Maar er zit ook wel wat sensatie bij. Het heeft ook een oppervlakkige kant. We zijn even geraakt en dat gevoel verdwijnt ook weer snel.

Ik steun liever enkele projecten structureel en substantieel, dan dat ik vanuit emotie aan van alles en nog wat geef. Emotie is goed, maar affectie van het hart gaat dieper en is duurzamer.

Wim van Vlastuin is rector van het Hersteld Hervormd Seminarie aan de Vrije Universiteit en doceert systematische theologie

VAN VLASTUIN

SMALBRUGGE

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden