Wanneer is het beleid tegen radicalisering een succes?

Een IS-strijder in Irak Beeld REUTERS

Gemeenten claimen successen in de strijd tegen radicalisering. Wat heeft hun beleid al concreet opgeleverd?

Het beleid tegen radicalisering werkt, omdat we weten dat het werkt. Zo redeneren sommige gemeenten, gevraagd naar de effectiviteit van hun aanpak. Evaluatie is een ondergeschoven kindje, bleek uit een rondgang van Trouw langs twintig gemeenten. Het Rijk onderzoekt hoe dat gestroomlijnder kan. Ook dan blijft de vraag: wanneer kun je het beleid tegen radicalisering een succes noemen? Vier opties.

1. Er is geen aanslag gepleegd

Het ultieme doel van het anti-radicaliseringsbeleid is geweld voorkomen. Je zou dus kunnen zeggen dat, zo lang jihadisten geen aanslag plegen, het beleid een succes is. Wetenschappers wijzen dit resoluut als te simplistisch van de hand. "Dat iets niet is gebeurd betekent niet dat het beleid werkt", zegt Bibi van Ginkel, terrorisme-deskundige aan Clingendael. Volgens collega Daan Weggemans van de Universiteit Leiden spelen veel factoren mee bij het uitblijven van een aanslag. "Niet alleen de inzet van gemeenten. Het gaat ook over het functioneren van de geheime dienst. En wat dacht je van de factor toeval?"

Bovendien is het dreigingsniveau in Nederland nog altijd substantieel: de kans op een aanslag is reëel. Het is dus ondanks alle gemeentelijke programma's tegen radicalisering niet gelukt de dreiging te verminderen. Weggemans draait het liever om. Omdat het dreigingsniveau hoog is, besteedt Nederland veel geld aan het tegengaan van radicalisering. "Je zag in het verleden dat de aanpak tot stilstand kwam toen de dreiging minder werd."

2. Er zijn geen uitreizigers meer

In 2012 werden gemeenten opgeschrikt door jongeren die vertrokken naar IS-gebied. Het was de directe aanleiding voor het huidige beleid. De stroom uitreizigers is nu opgedroogd. Dankzij of ondanks de aanpak?

De gemeente Den Haag signaleert 'een grotere oplettendheid' binnen de organisatie voor potentiële uitreizigers. Maar de gemeente is realistisch genoeg om de huidige absentie van uitreizigers niet alleen op het eigen conto te schrijven. De aantrekkingskracht van IS is door militaire verliezen 'beduidend kleiner' geworden, schrijft de gemeente.

Delft durft niet te beweren dat jongeren de volgende keer thuisblijven, als er een kalifaat wordt opgericht. Het risico dat jongeren gehoor geven aan de lokroep van de jihad 'bestaat altijd', zegt burgemeester Marja van Bijsterveldt. Ze is blij met de netwerken en trainingen die de gemeente de afgelopen jaren heeft opgezet. "Maar je kunt niet zeggen of je daardoor iets voorkomt."

3. Mensen trekken eerder aan de bel

De Hulplijn Radicalisering, die eind 2014 werd opgericht, merkt dat tegenwoordig vooral hulpverleners bellen die zich zorgen maken over mogelijk radicaliserende jongeren. Voorheen waren dit met name bezorgde ouders. "Wij denken dat de trainingen die hulpverleners hebben gekregen, mogelijk voor meer bewustwording hebben gezorgd", zegt Ahmed Charifi van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders, dat de hulplijn opzette. Als dat klopt, kunnen de gemeenten dit als succesje bijschrijven: zij investeerden miljoenen in het trainen van duizenden professionals om radicalisering te herkennen.

Charifi denkt daarnaast dat ouders - voor wie gemeenten voorlichtingsbijeenkomsten organiseerden - nu eerder doorhebben dat het met hun kind de verkeerde kant op gaat: "Je hebt onder een steen geleefd als je de afgelopen jaren niets hebt meegekregen van radicalisering".

Er komen veel minder telefoontjes bij de hulplijn binnen dan in het begin: wekelijks wordt er een paar keer gebeld en af en toe komt een mailtje binnen. Gemeenten zien signalen over mogelijke radicalisering juist toenemen. Almere concludeert dat de trainingen aan hulpverleners zinvol waren. "Men is alerter geworden."

In het overgrote deel van de meldingen is géén sprake van radicalisering, zegt Ahmed Charifi. Ook Utrecht merkte dat. Van de vijftien signalen die de gemeente in het tweede kwartaal van 2017 kreeg, was één mogelijk geval van radicalisering.

4. Iedereen hoort erbij

Gemeenten denken radicalisering ook te voorkomen door een 'wij-samenleving', of een 'inclusieve samenleving' te creëren. Dat is volgens Amersfoort "een samenleving waarin iedereen tot zijn recht kan komen. Het maakt niet uit welke culturele achtergrond, gender, leeftijd, talenten of beperkingen iemand heeft." De gedachte is dat jongeren zich minder snel vervreemden van de maatschappij en daardoor minder vatbaar worden voor radicale ideeën.

Hieruit voortvloeiend richten gemeenten zich ook op het verminderen van polarisatie. Zoals Delft. Volgens burgemeester Van Bijsterveldt is polarisatie op zich niet slecht, scherpe standpunten helpen het debat. Polarisatie wordt, net als radicalisering, een probleem wanneer het tot agressie of geweld leidt.

Gemeenten erkennen bij het bestrijden van polarisatie dat ze de radicalen aan de uitersten van het debat toch niet bereiken, maar de middengroep die mogelijk vatbaar is voor hun ideeën, wel. Er zullen dus altijd personen met extreme ideeën blijven. Het beleid tegen polarisatie zal dan ook nooit voltooid zijn. En, net als geldt voor het anti-radicaliseringsbeleid, valt het succes van het beleid dus niet aan te tonen.

Lees ook:

Gemeenten hebben vaak geen idee of hun aanpak van radicalisering werkt

Het beleid tegen radicalisering en de controle daarop zijn een lappendeken. Daardoor is het onduidelijk of er een aanpak is die werkt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het anti-radicaliseringsbeleid, deskundigen pleiten ervoor dat de Rijksoverheid meer toezicht houdt. 

Hoe Delft grip probeert te krijgen op zijn radicaliserende jongeren

Zeker twintig jongeren uit Delft reisden af naar het kalifaat. Het dwong de gemeente in te grijpen. Soms hard, maar ook zacht. Hoe Delft grip probeert te krijgen op zijn jongeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden